Paden van de Fed en de ECB lopen uiteen

De Federal Reserve (de Fed, het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) lijkt zich op te maken voor een nieuwe renteverlaging. De Europese Centrale Bank (ECB) denkt daar juist helemaal niet aan. Beleggers lijken geen oog te hebben voor de gevolgen van dit verschil.

Aan de Amerikaanse kant is de markt voor ‘futures’ (termijnbeleggingen) er vrijwel zeker van dat de kortetermijnrente op de Fed-vergadering van volgende week met 0,25 procentpunt zal worden verlaagd naar 4,5 procent. Dat vormt voor het grootste deel een weerspiegeling van toespraken van stemhebbende bestuursleden van de centrale bank, waarin de problemen van de Amerikaanse economie worden benadrukt en het inflatierisico wordt gebagatelliseerd.

Als de Fed doet wat van haar wordt verwacht, zal zij de kortetermijnrente sinds de kredietcrisis van deze zomer met 75 basispunten hebben verlaagd. De ECB heeft zich veel voorzichtiger betoond, door alleen maar een geplande renteverhoging van 25 basispunten uit te stellen. De centralebankiers van de eurozone, met name die uit Duitsland, lijken niets liever te willen dan de rente te verhogen zodra de marktomstandigheden dat weer toestaan.

Een deel van dit trans-Atlantische verschil kan worden verklaard door de zwakkere Amerikaanse economische groei. Maar tot nu toe beperken de Amerikaanse problemen zich vrijwel uitsluitend tot de huizenmarkt, die nauwelijks wordt beïnvloed door de kortetermijnrente. De agressieve benadering van de Fed is vooral een poging om een grootschalige inzinking in de kiem te smoren.

De bereidheid om een nog steeds krachtige economie te ‘smeren’ is in overeenstemming met de traditionele filosofie van de Fed om zich meer om de groei te bekommeren dan om de inflatie. Die voorkeur helpt verklaren waarom het gemiddelde maandelijkse niveau van de consumentenprijsinflatie in de VS sinds 1996 0,6 procentpunt hoger is geweest dan die in de eurozone.

Hoe dan ook, het huidige agressieve rentebeleid van de VS zou het verschil nog verder kunnen doen oplopen. De voorkeur van de Fed voor een lage rente heeft de dollar verzwakt en de importprijzen verhoogd. Ook de nadruk op de zogenoemde ‘kerninflatie’ betekent dat een tienjarige trend van hogere voedsel- en energieprijzen wordt genegeerd.

Maar de markt lijkt daar anders tegenaan te kijken. Het rendement op Amerikaanse staatsobligaties met een looptijd van tien jaar is slechts 0,2 procentpunt hoger dan het corresponderende rendement in de eurozone. De reële Amerikaanse rente, gebaseerd op de consumentenprijsinflatie, is 0,3 procentpunt lager.

Als de centrale banken hun koers vasthouden, zal de kloof tussen de rendementen in de VS en de eurozone vermoedelijk groeien.

Edward Hadas

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld