Na de kindermoord volgt het heksenproces

Maandag begint het proces tegen de gezinsvoogd die niet heeft voorkomen dat Savanna door mishandeling van haar moeder stierf. Hiermee legt justitie de schuld bij de verkeerde partij, meent Ernst Timmer.

Op 20 september 2004 werd in een kofferbak het lijkje gevonden van de driejarige Savanna uit Alphen aan den Rijn. Het meisje was bezweken aan jarenlange mishandeling door haar moeder. Over jeugdhulpverleners die betrokken waren bij het getroffen gezin, zei de vorig jaar overleden psychiater Van Dantzig: „Zij lijken op de medische stand in de Middeleeuwen: ze zien wat er mis is, maar ze weten niet wat ze er aan moeten doen.”

Hij kreeg veel bijval in de media. De ene na de andere buurtbewoner of kennis van Savanna’s moeder werd voor de camera gesleept. De teneur van wat zij zeiden was: wij hebben aan de bel getrokken maar niemand deed iets. Er kwam een onderzoek van de Inspectie voor de Volksgezondheid. In maart 2006 was de conclusie dat alle betrokken zorgverleners fouten hadden gemaakt of nalatig waren geweest. Langzaam begonnen de vingers te wijzen naar degene die al deze hulp coördineerde: de gezinsvoogd. Een onbedoeld effect van Van Dantzigs rake opmerking tekende zich af. Het volk begon zich ook Middeleeuws te gedragen. Dat Savanna’s dood de betrokken gezinsvoogd tot aan haar eigen sterfbed zal achtervolgen, was niet voldoende straf. De heks moest branden. De inquisitie werd ingeschakeld en op 7 december 2006 besloot het Openbaar Ministerie (OM) dat de gezinsvoogd zou worden vervolgd wegens dood door schuld. Het proces begint aanstaande maandag.

Het besluit van het OM maakte woedende reacties los bij de collega-gezinsvoogden. Het is de begrijpelijke woede van een beroepsgroep die namens de samenleving de kastanjes uit het vuur moet halen. En het zijn niet alleen de gezinsvoogden die dat moeten doen. Dagelijks sloven zich werkers in de jeugdzorg, de gehandicaptenzorg, de verslavingszorg, de psychiatrie en de ouderenzorg zich uit om de riolen van de welvaartsmaatschappij schoon te houden. Zij zijn de putjesscheppers op de markt van gezondheid en geluk.

Als het misgaat hebben zij het gedaan.

Dan meten de media het geval breed uit en roepen de overheid ter verantwoording. Volksvertegenwoordigers stellen vragen, bewindspersonen manen zorgorganisaties er iets aan te doen. Deze organisaties doen vervolgens vreselijk hun best… om zich de media van het lijf te houden. Dit resulteert enerzijds in een gelikt pr-beleid: glossy folders en nieuwsbrieven, en een centrale regie over de contacten met de media. Anderzijds voert men zorginhoudelijk een zogeheten ‘kwaliteitsbeleid’ (lees incidentenpreventiebeleid): professionals worden gebombardeerd met regels, richtlijnen, protocollen, registratie-eisen en verantwoordingsplichten. Het gevolg is dat werken in de zorg letterlijk een hondenbaan is geworden. De uitvoerders van de zorg worden gedresseerd als honden. Zij krijgen richtlijnen en moeten daarnaar handelen; bovendien moeten zij al hun handelingen rapporteren en registreren.

De werkgevers in de zorg roepen dat het steeds moeilijker wordt om aan gekwalificeerd personeel te komen. Steeds vaker ziet men zich gedwongen taxichauffeurs en huisvrouwen aan te stellen in het ‘primaire proces’ (beleidsjargon voor het directe contact tussen zorgverlener en cliënt, ET). Toen Stefanie Baas in ’s Heerenloo werd mishandeld door de autistische U.P., was er een bange uitzendkracht in dienst die zich opsloot op het kantoor. In justitiële behandelcentra is het personeelstekort dramatisch. Het lijkt erop dat de tekorten het nijpendst zijn op de plekken waar vaardige professionals het hardst nodig zijn.

Is er nog gekwalificeerd personeel in de zorg? Dat is er. Wie de moeite neemt zich te verdiepen in het werk dat gezinsvoogden en andere professionals doen, kan niet uit onder de conclusie dat velen van hen fantastisch werk verrichten. Menig kind is gered door hun interventies. Dimitri Verhulst zou zonder zijn gezinsvoogd niet De helaasheid der dingen hebben geschreven. Hij zou nog immer laveloos met zijn nonkels door een tapperij hebben gezwalkt, met krijsend op het biljart een nieuw hulpeloos en hopeloos Verhulstje. Gelukkig zijn er professionals die deze kinderen in groten getale redden, zowel binnen als buiten de oorspronkelijke opvoedingssituatie. Maar het wordt hun niet gemakkelijk gemaakt.

Want écht hoogopgeleid personeel is er ook. Het bevindt zich in de verschillende staf- en managementlagen in alle organisaties en in de talloze commerciële adviesbureaus die om de zorg heen zwermen, als meeuwen om een vuilnisbelt. Voor een deel doen deze mensen nuttig werk. Er moet leiding gegeven worden en de salarissen moeten betaald. Maar voor het overgrote deel lopen ze in de weg met formulieren voor registratie en verantwoording. Hijsen ze de professional in een korset van richtlijnen en protocollen dat na elk incident strakker wordt aangesnoerd. En trekken ze een mist op van obligaat gedachtegoed, een bezweringsritueel dat de samenleving het idee moet geven dat er werkelijk iets valt te doen aan kindermishandeling.

En de professional? Die besteedt zijn tijd aan de formularia, probeert een weg te zoeken in de mist en voelt aan zijn korset dat het ontbreekt aan regelruimte om zijn werk naar behoren te kunnen doen. Want de samenleving vertrouwt de overheid niet, de overheid vertrouwt de zorgorganisaties niet, en de zorgorganisaties vertrouwen hun eigen medewerkers niet. Zo wordt de professional gewurgd door wantrouwen. Want oh, oh, oh, straks is er weer een incident… het is geen wonder dat gezinsvoogden in Noord-Holland massaal ontslag hebben genomen. Het is een wonder dat er nog mensen zijn die in deze omstandigheden de verantwoordelijkheid van gezinsvoogd op zich willen nemen.

In zijn reactie op de vervolging van Savanna’s gezinsvoogd betoogde Hans Nieukerke (van werkgeversorganisatie MO Groep) dat de maatschappij tot voor kort wilde dat kinderen zo lang mogelijk bij hun moeder bleven en alleen bij hoge uitzondering uit huis werden geplaatst. In dat kader probeerden gezinsvoogden volgens hem de situatie voor moeder en kind zo goed mogelijk te regelen.

Dat laatste klopt. Maar het was niet de maatschappij die wilde dat kinderen zo lang mogelijk bij hun moeder bleven. De maatschappij eist alleen maar dat er geen kinderlijkjes in kofferbakken gevonden worden. Het waren de hoogopgeleiden in de zorg die meenden te weten dat een kind zo lang mogelijk bij de moeder moest blijven. En de gezinsvoogden moesten dat uitvoeren. Nu is de wind gedraaid en word je als gezinsvoogd geprest om bij het minste of geringste een uithuisplaatsing in gang te zetten. Zo wordt de professional een windvaan die niet meer haar eigen wijsheid, creativiteit en intuïtie kan inzetten om het juiste te doen in complexe opvoedingssituaties.

Los van alle nalatigheden en inschattingsfouten die wellicht naar boven komen tijdens het proces tegen Savanna’s gezinsvoogd, moet de zaak vooral tegen deze achtergrond worden bezien. Het is een heksenproces: Savanna is een willekeurig slachtoffer van een onvolmaakte samenleving. Haar voogd wordt verdacht van dood door schuld, maar is in feite een even willekeurig slachtoffer van diezelfde hysterische samenleving, die haar eigen onvolmaaktheid niet kan verdragen.

Jaarlijks komen er in Nederland naar schatting 50 kinderen om door mishandeling door de ouders. Dit is een schatting, want veel kinderlijkjes blijven verborgen achter de beslotenheid van ziekenhuizen en rouwcentra. Maar het zijn er ongeveer evenveel als het aantal kinderen dat omkomt door een verkeersongeval. Alleen draconische maatregelen kunnen de levens van deze 100 kinderen redden. En voor die draconische maatregelen, laten we zeggen invoering van het ouderschapsdiploma of snelheidsbegrenzers in auto’s, bestaat geen maatschappelijk draagvlak. Maar een lekker heksenproces… ja, dat willen we wel.

Ernst Timmer is schrijver. Onlangs verscheen zijn ‘Gierzwaluwen, de verwoestende zomer van 2007’.