In Italië is niet iedereen gelijk voor de wet

Strafzaken in Italië leiden vaak niet tot veroordelingen van verdachten.

En ook als er wel een straf wordt opgelegd, draait de veroordeelde zelden de cel in.

Een gerechtelijk onderzoek naar zwendel met Europese subsidies leidt tot grote spanning in de Italiaanse regering. Premier Romano Prodi en minister van Justitie Clemente Mastella zijn twee van de onderzochte personen. Dezelfde Mastella besloot zaterdag de openbare aanklager van het onderzoek af te halen.

De geblokkeerde officier van justitie Luigi De Magistris spreekt zelf van „het einde van de rechtsstaat”. „Wanneer je als openbaar aanklager drugszaken of mensensmokkel aanpakt, krijg je complimentjes en gelukstelegrammen, maar als je de autoriteiten en machthebbers onderzoekt word je geïntimideerd.”

De Turijnse officier van justitie Bruno Tinti trekt in zijn net verschenen boek Toghe Rotte (Gescheurde Toga’s) vergelijkbare conclusies. Tinti is gespecialiseerd in witteboordencriminaliteit. Na veertig dienstjaren heeft hij alle vertrouwen in de rechtspraak verloren. „De wanhoop gezeten achter een schrijftafel”, zo zegt hij zich desgevraagd te voelen als hij de rechtszaal betreedt.

Tinti besloot een boek open te doen over alle misstanden in de Italiaanse rechtspraak. Een schokkend, ongelooflijk en soms lachwekkend relaas. Over inefficiënte en soms corrupte rechters en aanklagers. Over destructieve rechtsprocedures die tot jaren vertraging en verjaring leiden. Over rijken die vrijuit gaan en armen die de cel indraaien. Over een land waar geen rechtszekerheid bestaat, omdat velen dat niet willen.

Tinti: „Miljardenbedrijven als Mediaset van Silvio Berlusconi of Fiat kunnen volgens de wet voor tientallen miljoenen frauderen zonder ook maar een strafproces te riskeren. Maar wie namaaktassen van Louis Vuitton verkoopt, kan rekenen op één tot zes jaar celstraf.”

Op de muren van elke rechtszaal in Italië staat: „De wet is gelijk voor iedereen.” Volgens Tinti is dit nooit zo geweest, maar is het de afgelopen vijftien jaar wel nóg slechter geworden.

De operatie ‘Schone Handen’, waarbij corrupte politici, ondernemers en ambtenaren begin jaren negentig werden vervolgd, is zijns inziens mislukt. „Ze bracht niet de gedroomde afrekening met corruptie, maar stond aan de basis van nog meer rechteloosheid.”

Slechts 2 procent van de destijds voor corruptie veroordeelde personen belandde uiteindelijk in de cel, zo blijkt uit een ander deze maand verschenen boek, La corruzione in Italia van Piercamillo Davigo, raadsheer aan het Hof van Cassatie, de hoogste Italiaanse appèlrechter. Veel corruptieverdachten zijn niet eens veroordeeld, omdat hun zaken verjaarden. Iets wat volgens Tinti nog altijd in 95 procent van de rechtszaken gebeurt.

„Een proces tot aan het Hof van Cassatie duurt minstens 6,5 jaar en vaak tien jaar. Vrijwel alle delicten verjaren binnen die termijn. Alleen de armoedzaaiers weten hun zaak niet zo lang te rekken en draaien de cel in. Voor de rijken staan horden advocaten klaar. Rome alleen al heeft er meer dan heel Frankrijk. Als je hen goed betaalt, loodsen ze je richting verjaring van je delict.”

In zijn boek somt Tinti de concrete gevolgen van de juridische verloedering op. „Elke vorm van milieucriminaliteit, maar ook boekhoudkundige fraude, belastingontduiking, alle delicten met betrekking tot mishandeling in de familie, valse getuigenissen, bedrog, benadeling van de staat: al deze delicten en te veel andere om op te noemen zullen nooit worden bestraft, als de verdachten genoeg geld hebben om hun advocaat het proces te laten rekken.”

De aanklager gaat nog verder: „Van iedereen die tot zes jaar is of wordt veroordeeld voor een delict dat vóór mei 2006 is gepleegd, komt niemand meer achter de tralies terecht.” Reden is de gratie die de regering-Prodi in de zomer van 2006 verleende aan vrijwel iedereen die tot drie jaar cel was of zou worden veroordeeld.

De gratie was bedoeld om de overvolle gevangenissen te ontlasten. Maar om een parlementaire meerderheid te krijgen, moest ze ook gelden voor alle processen die nog liepen. Vrijwel iedereen die tot zes jaar wordt veroordeeld ziet zijn straf daardoor nu verminderd met drie jaar. De overige drie jaar kan men om laten zetten in dienstverlening.

Cesare Previti is een van de velen die hiervan profiteerden. Deze ex-minister van Defensie en vriend van Berlusconi heeft in dienst van de ex-premier rechters omgekocht en werd tot zes jaar veroordeeld.

De eerste maanden zat Previti uit in zijn luxeappartement in hartje Rome, bij wijze van huisarrest. Hij bleef aanvankelijk zelfs aan als parlementariër, net als 23 andere veroordeelde parlementariërs die niet willen vertrekken. Inmiddels kan hij gaan waar hij wil, omdat hij als taakstraf af en toe jonge drugsverslaafden bijstaat.

De aanstichters van de Parmalat-affaire, waarbij Italiaanse spaarders 10 miljard euro kwijtraakten, zullen volgens Tinti ook hun straf ontlopen.

Tinti: „De politiek heeft de afgelopen vijftien jaar vele wetten aangenomen die bedoeld waren om de rechtsgang te frustreren; aanpassingen die van corruptie verdachte politici hun straffen hielpen te ontlopen.”

Dezelfde conclusie trekt Piercamillo Davigo. Over corruptiebestrijding zegt hij: „Als er niks verandert zal zij sterven, omdat niemand heeft gewild dat ze in leven zou blijven.” Volgens Davigo worden er nog net zoveel steekpenningen betaald als ten tijde van Tangentopoli, het corruptieschandaal van begin jaren negentig.

Zowel links als rechts is volgens Tinti verantwoordelijk voor de chaos. Maar kampioen juridische kaalslag is Silvio Berlusconi, die in 1994 en tussen 2001 en 2006 premier was en die, als er nu verkiezingen zouden worden gehouden, volgens alle peilingen weer aan de macht zou komen.

Tinti had al zijn hoop gevestigd op de regering-Prodi. Maar die heeft nog geen van de wetten die Berlusconi invoerde teruggedraaid. De huidige minister van Justitie, Clemente Mastella, zei vorige week op tv in reactie op Tinti’s aanklacht: „U zit al veertig jaar in het vak, ik ben pas anderhalf jaar minister.”

Mastella zet zich intussen wel volop in om een officier van justitie over te plaatsen die voor Prodi en hemzelf riskant onderzoek doet. Ook pleit hij voor beperkingen op het aftappen van telefoons van verdachte politici, ondernemers en ambtenaren, terwijl juist deze taps veel misstanden aan het licht brengen.

Tinti: „Ook veel politici van de huidige coalitie onttrekken zich blijkbaar liever aan een eerlijke rechtsgang.” Hij is teleurgesteld over de inertie van de regering-Prodi. „Al zou Prodi het systeem willen veranderen, het zou hem niet eens lukken, omdat hij over een te beperkte meerderheid in de Senaat beschikt. Prodi had beloofd de schandalige wetten van Berlusconi terug te draaien. Maar uit lijfbehoud probeert hij het niet eens.”

Snelle verbeteringen verwacht Tinti dan ook niet. Veel collega’s kijken hem met de nek aan. „En de politiek die is van rubber. Je slaat ertegen, ze geeft mee of geeft toe, maar vervolgens gebeurt er niks en wordt het stil. Ik ben radeloos. Ik zie geen kans hier uit te komen.”

Cabaretier Beppe Grillo was de eerste die schreef over de 24 veroordeelde parlementariërs. Hij volgt de corruptieschandalen op de voet: www.beppegrillo.it (ook in het Engels)