Het IMF in de marge

Als de gebeurtenissen op de financiële markten de afgelopen dagen één ding duidelijk hebben gemaakt, is het dat de kredietcrisis van deze zomer nog lang niet voorbij is. Dat geldt allereerst voor de gevolgen die de reële economie zal ondervinden van de minder ruime beschikbaarheid van krediet, nu banken gedwongen worden zuiniger met hun vermogen om te gaan. Bovendien zullen de dalende huizenprijzen in de VS niet zonder gevolgen blijven voor de Amerikaanse bedrijvigheid en de consumptieve uitgaven. Dat de Europese economie zich kan loskoppelen van de Amerikaanse en zo op haar eigen spoor van groei kan blijven, is mogelijk. Maar de VS zijn nu eenmaal bepalend voor de ontwikkeling van de internationale conjunctuur, en het zou uitzonderlijk zijn als andere landen niets zouden merken van een groeivertraging of zelfs een recessie.

Als er een gemeenschappelijk antwoord had kunnen worden geformuleerd op de uitdaging die de kredietcrisis voor de wereldeconomie betekent, was daar afgelopen weekeinde een uitgelezen kans voor. In Washington kwamen de ministers van Financiën en de centralebankiers van de wereldgemeenschap bijeen voor de vergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), en de groep van zeven grootste industrielanden (G7). De uitkomst is teleurstellend: veel voornemens voor nader onderzoek, maar weinig concrete plannen of uitspraken om de onderliggende oorzaken van de financiële turbulentie aan te pakken.

Die oorzaken liggen in wezen in een uit de hand gelopen innovatie op de financiële markten, waar de toezichthouders nog weinig vat op hebben. De vertrouwenscrisis tussen banken onderling die is uitgebroken, is het directe gevolg van het feit dat tal van nieuwe complexe financiële producten moeilijk, zo niet onmogelijk, van een prijs voorzien kunnen worden. Een tweede oorzaak blijven de onevenwichtigheden in de wereldeconomie. De zwakte van de Amerikaanse dollar is daar een van de gevolgen van.

Het IMF wil zich hervormen tot een organisatie die adviseert en het beleid van de grote spelers in de wereldeconomie coördineert. Dat is hard nodig, maar dan moet het IMF wel een forum zijn waarnaar wordt geluisterd. En dat is steeds minder het geval. De verhoudingen in de wereldeconomie veranderen snel, met de opkomst van nieuwe, zelfbewuste grootmachten als China, India en Brazilië. Zij eisen terecht een grotere stem. Dit weekeinde bleek dat Europa en de VS, die van oudsher de besluitvorming in het IMF domineren, niet van plan zijn deze macht snel af te staan. De plannen voor een herverdeling van het stemrecht die nu op tafel liggen, getuigen van een groot gebrek aan urgentie. Intussen benoemde Europa, alsof er niets aan de hand is, gewoon weer een directeur uit eigen kring, de Fransman Dominique Strauss-Kahn, als opvolger voor de veel te snel vertrokken Spanjaard Rodrigo de Rato.

Voor een organisatie die het zal moeten hebben van een mondiaal draagvlak op basis van vrijwilligheid, is dat buitengewoon teleurstellend. Als het IMF marginaliseert, dan is dat geheel op het conto van het Westen zelf te schrijven.