Het had wel iets intiems, dat ‘U chat met Niels’

Ik vond het niet erg dat ik nog geen nieuwe creditcard had gekregen van de Postbank. Mijn oude creditcard was verlopen, maar een mens kan eigenlijk maar beter zonder creditcard leven. Minder gevaarlijk.

Toch besloot ik contact op te nemen met de bank, want ik kreeg visioenen van postdieven die mijn gloednieuwe creditcard hadden onderschept en er nu uitgebreid boodschappen mee deden bij de Bijenkorf. Ik bleek te kunnen chatten met de Postbank.

Welkom bij Postbank Chat, u chat met Niels, verscheen er op mijn scherm. Niels. Echt een Postbanknaam. Het had iets intiems, dat ‘U chat met Niels’.

Niels zei ‘Goedenmiddag’, ik zei nonchalant ‘dag’, en toen hoorde ik een tijd niets. Ik besloot weer te gaan werken en keek na een poos pas naar het chatscherm. Niels bleek van alles aan mij geschreven te hebben. ‘Bent u er nog mevrouw Brandt-Corstius?’ en: ‘Zoniet dan sluit ik deze chat.’ Daarna had hij er schoorvoetend aan toegevoegd: ‘Uiteraard bent u altijd welkom om de chat weer opnieuw op te starten.’ Dat vond ik aardig. Hard to get, maar niet té. Ik schreef: ‘ik ben er nog’. Waarop Niels zei: ‘ok’. Dat hij dat in kleine letters deed, had iets familiairs. Ik begon het gezellig te vinden.

Na een hoop heen en weer ge-ok meldde Niels: ‘Ik zie in uw gegevens dat deze creditcard inmiddels wel is verstuurd.’

Aaf Brandt Corstius: ‘O, wat vreemd.’

Niels: ‘Deze hebt u dus niet ontvangen?’

Aaf Brandt Corstius: ‘Of ik moet beter zoeken tussen de post.’

Niels: ‘De nieuwe creditcard is eind augustus naar u toegestuurd.’

Aaf Brandt Corstius: ‘Ik vind het heel gek.’

Niels: ‘Ik ga even voor u bellen met onze afdeling Crads.’

Niels: ‘Cards.’

Aaf Brandt Corstius lacht. (Niet een chatlach, maar een lach in de echte wereld.)

Aaf Brandt Corstius: ‘ok.’

Aaf Brandt Corstius zoekt intussen woest door stapels ongeopende post.

Aaf Brandt Corstius: ‘Sorry! ik heb hem net gevonden in enorme stapel post.’

Aaf Brandt Corstius: ‘Ik dacht dat ik hem gewoon nog niet ontvangen had, maar hij zat in een envelop.’

Niels: ‘Ow hartstikke goed!’

Wonderlijk hoe goed een Postbankmedewerker je kan leren kennen tijdens een korte chat. Niels had nu wel een aardig beeld van mij. En van mijn administratie. Maar hij deed nergens moeilijk over. Niels vond het allemaal hartstikke goed.