En Georgië is tot nu toe als enige met lof geslaagd

Het troepenaanbod van Georgië is niet zozeer om Nederland te steunen.

Georgië wil als NAVO-lid bescherming tegen Rusland.

De voormalige Sovjet-republiek Georgië deed de NAVO vorige week een welkom voorstel. Als Nederlandse troepen na augustus 2008 in de Afghaanse provincie Uruzgan blijven, is Tbilisi bereid ook 200 militairen naar het gevaarlijke gebied te sturen.

Het is een opmerkelijk gebaar van een klein land dat geen lid is van de NAVO. Alleen het nieuwe NAVO-lid Slowakije zegde enkele tientallen manschappen toe, om de Nederlandse en Australische militairen in Uruzgan bij te staan.

Het Georgische besluit is echter niet in de eerste plaats bedoeld om Nederland uit de brand te helpen. Het lijkt ook niet primair ingegeven door de vrees dat de Talibaan weer de overhand krijgen in Afghanistan, of door de vrees dat Al-Qaeda dan Georgië tot doelwit zal maken van terreur.

Het kleine Georgië, dat op gespannen voet staat met het grote buurland Rusland, wil vooral lid worden van de NAVO. Want er is geen betere veiligheidsgarantie tegen Rusland denkbaar dan artikel 5 van het NAVO-handvest: een aanval op één lidstaat zal beschouwd worden als een aanval op alle. Daarom lijkt alles wat dat lidmaatschap dichterbij kan brengen voor Georgië de moeite waard.

In dat licht is ook begrijpelijk dat Georgië (krap 4,5 miljoen inwoners) niet alleen 200 man in Kosovo heeft gelegerd, maar ook nog eens zo’n 2.000 militairen in Irak. De Verenigde Staten steunen het Georgische streven naar het NAVO-lidmaatschap krachtig. Ze leiden het Georgische leger op en rusten het uit – en daar mag best wat tegenover staan. Na de VS en Groot-Brittannië is Georgië nu de grootste troepenleverancier in Irak.

Georgië laat zien, zei NAVO-chef Jaap de Hoop Scheffer toen hij er begin deze maand op bezoek was, „dat het niet alleen zichzelf van veiligheid wil voorzien, maar ook anderen veiligheid wil bieden. En dat het een betrouwbare partner voor het bondgenootschap is.” Hij zei ervan overtuigd te zijn dat de betrekkingen met Georgië zich nog verder zullen verdiepen.

Sinds ruim een jaar voert de NAVO met Georgië al een zogeheten ‘intensieve dialoog’ over mogelijke toetreding van de Kaukasische republiek. Dat is geen garantie dat het ook tot toetreding komt, maar wel een duidelijk signaal dat de bondgenoten er positief tegenover staan.

Voor Nederland is het Georgische aanbod van troepen voor Uruzgan niet zomaar een handreiking. Nu Tblisi die 200 militairen heeft aangeboden – althans: áls Nederland blijft – wordt het voor de Nederlandse regering nóg moeilijker om de missie na 2008 af te blazen. En zo heeft de Georgische regering de NAVO niet alleen geholpen met de beloofde eigen 200 manschappen, ze is de NAVO óók van dienst geweest door de kans groter te maken dat het Nederlandse contingent blijft.

Daarbij hopen de Georgiërs – al zal dat niet hardop gezegd worden – dat ze het Den Haag moeilijk maken om later bezwaar te maken tegen Georgische toetreding tot de NAVO. Ze hebben dan immers schouder-aan-schouder gevochten in Afghanistan.