Eerstewereldland, derdewereldonderwijs

Het rendement van het Arubaanse onderwijs is laag en de aanpak ervan laat op zich wachten. Nederlandse politici praten morgen over het onderwijs op het eiland.

Het is proefwerkweek en rustig op het Colegio Arubano in Oranjestad, de enige havo/vwo-school op Aruba. Op het schoolplein nemen leerlingen de examenstof door; een groepje leunt tegen de muur van een van de klaslokalen. Verderop danst een scholiere op een tafel.

Eddie (18), grote zonnebril en stekeltjeshaar, zit in 4-havo en doet net zoals zijn vrienden de economische richting. „Wij zijn business-mensen, we willen snel geld verdienen”, zegt hij. Vorig jaar is Eddie blijven zitten omdat hij „lui” was. Ook zijn vriendin Amber (17), uit 5-vwo, heeft een keer gedoubleerd. „Tot de derde klas lette ik op om voldoendes te halen, maar in de vierde lukte dat gewoon niet meer.”

Eddie en Amber zijn niet de enigen. Een groot deel van de Arubaanse schooljeugd blijft minstens een keer zitten. Van de havo-scholieren die het eindexamen afleggen op het Colegio slaagt de helft, van de vwo-leerlingen 60 procent. Op de negen Arubaanse mavo’s slaagt 70 procent en op de instellingen voor het lager beroepsonderwijs ligt het slagingspercentage op 50. De fractievoorzitters in de Tweede Kamer, dezer dagen op bezoek op Aruba en de Antillen, spreken morgen met vertegenwoordigers van Arubaanse onderwijsinstellingen.

Voorzitter Anco Ringeling van het schoolbestuur van het Colegio definieert het rendement van het Arubaanse onderwijs als „een kleine crisis”. Al op de basisschool heeft een derde van de leerlingen minstens twee jaar achterstand. „De overheid maakt zich wel zorgen”, zegt Ringeling, „maar de financiële middelen die in het onderwijs worden gestoken nemen af. Dat is zorgwekkend.”

De landen die lid zijn van de organisatie van geïndustrialiseerde landen OESO geven gemiddeld 6,2 procent van het bruto nationaal product uit aan onderwijs. In Nederland maakt de onderwijsbegroting 5,2 procent van het bnp uit. Aruba komt niet verder dan 4,5 procent. Dat is opmerkelijk omdat Aruba, in tegenstelling tot buureiland Curaçao, met een goed draaiende toeristeneconomie over voldoende fondsen beschikt om het onderwijs op peil te brengen. De Sociaal-Economische Raad van Aruba sprak vijf jaar geleden al van een „alarmerende situatie”. Volgens hem kwamen de Arubaanse scholingscijfers niet overeen met die van geïndustrialiseerde landen, maar met die van „landen in ontwikkeling, zoals in Latijns-Amerika.” Ofwel: Aruba is een eerstewereldland met derdewereldonderwijs.

Het Arubaanse onderwijs is op Nederlandse leest geschoeid. Op de 96 publieke scholen op het eiland wordt in het Nederlands lesgegeven, voornamelijk uit Nederlandse boeken. Maar de koloniale moedertaal leeft niet echt op Aruba. Naast de voertaal Papiaments spreken Arubanen doorgaans Engels en Spaans; de talen van de economie, de migranten en de massamedia. Het Nederlands blijft beperkt tot ambtenarij, rechtspraak en onderwijs.

Volgens Madonna Stephens van de onderwijsvakbond SIMAR knappen veel leerlingen af „op Nederlands als instructietaal”. Kinderen die de taal thuis niet spreken, hebben een achterstand en besteden daarom extra aandacht aan het Nederlands. Stephens: „Bij de andere vakken blijft het dan bij uit het hoofd leren. Dat wreekt zich weer in het voortgezet onderwijs.”

In de jaren negentig is een onderwijsvernieuwing ingezet, waarbij de Arubaanse leerling en de Arubaanse samenleving vooropstonden. Het effect ervan is onduidelijk. Onderwijsminister Marisol Lopez-Tromp kondigde twee jaar geleden een Nationaal Onderwijs Plan (NOP) aan. De inhoud ervan is nog onbekend. De minister en haar ambtenaren zijn nagenoeg onbereikbaar. Colegio-rector Hector Kolfin, die aan het plan heeft meegewerkt, verwacht dat het continuïteit en rust in het onderwijs zal brengen.

Intussen lijken de vernieuwing en arubanisering stil te staan. Op het Colegio worden de vernieuwde brugklassen opgevolgd door een traditionele bovenbouw. En de nieuwe boeken voor dit schooljaar zijn nog niet uit Nederland gearriveerd. „Zorgwekkend”, vindt Stephens, „ook omdat de vakbond geen inspraak had in het NOP.”

Ontwikkelingssocioloog Pancho Geerman vreest een „politieke blindheid” voor de uitgangspunten en resultaten van de eerdere onderwijsvernieuwing. „Aruba kent veel politici die graag iets tastbaars achterlaten”, stelt hij vast.

Op zijn veranda, op een steenworp afstand van het Colegio, schetst Geerman een beeld van de Arubaanse samenleving. Ruim 75 procent van de Arubanen heeft een opleiding op mavo-niveau, terwijl het percentage hoger opgeleiden op 9 blijft steken. Een negatieve bijkomstigheid is dat 40 procent van de 103.400 bewoners niet op het eiland is geboren. De meeste migranten komen uit de omringende Spaanstalige landen en werken aan de onderkant van de toeristenindustrie.

„Het probleem zit niet alleen in taal”, zegt Geerman, „maar ook in de opvoeding.” Een gebrek aan dialoog thuis en een beperkte woordenschat maken het veel Arubaanse kinderen moeilijk uit te stijgen boven de achterstandssituatie waarin ze zijn geboren.

Aruba telt zo’n tweeduizend 16- tot 24-jarige drop-outs, die op straat zwerven of werken in de informele sector, omdat ze niet leerplichtig zijn. Enkelen komen uit bij pastoor Andy Centenos. Op zijn Ibero-Americana Highschool, waar de instructietaal Engels is, zitten 250 leerlingen die nergens anders terechtkunnen. Of die nergens anders heen wíllen. Want de privéschool is populair.

In de hoge hal van het kleurige pand vertelt Jurriën (21) dat hij gestopt is met de mavo om naar de highschool te gaan. „Als ik op de mavo iets niet snapte, moest ik het zelf maar uitzoeken.” Hij lacht onzeker. „Maar hier leggen de leraren het net zolang uit tot je het snapt. Iedereen is enorm vriendelijk.”

Ibero heeft echter geen vaste subsidie en nauwelijks bevoegde leraren. De school ontbeert ook erkenning in de Arubaanse samenleving. Eind van het jaar moet ze verhuizen, een nieuwe locatie is nog niet voorhanden. „Ik wil niet terug naar mijn oude school”, zegt Ibero-leerlinge Mariah (13), „want dan moet ik weer in het Nederlands leren.”

Dit is deel twee van een drieluik over de Antillen, naar aanleiding van het bezoek van de fractievoorzitters in de Tweede Kamer.

Lees het eerste deel op nrc.nl/binnenland