Een pyromaan tussen negenhonderd dorpelingen

In het Dorpshuis van het Noordoost-Groningse dorp ’t Zandt is een permanente politiepost ingericht na negen brandstichtingen in ruim twee maanden.

Uitslaande brand in een leegstaand pand aan de Hoofdstraat van ’t Zandt, vorige maand. Sinds augustus is een pyromaan actief in het dorp. Foto WFA WFA25:VIERDE BRAND IN KORTE TIJD:17SEP2007- Een uitslaande brand houdt 't Zandt opnieuw in zijn greep. Het is de vierde brand in korte tijd. De brand woedt bovendien weer in een leegstaand pand in de Hoofdstraat. In dezelfde straat ging op 14 augustus een onbewoond huis in vlammen op. Twee dagen later brak er brand uit in een pand aan de Oosterhuizenstraat en vorige week dinsdag was het opnieuw raak aan de Oostersingel. Toen rees ook het vermoeden dat een pyromaan verantwoordelijk was voor de branden. Burgemeester Rodenboog riep burgers dan ook op extra alert te zijn. WFA/wc/str. Richard Degenhart WFA WFA

De kerkklok van de vierkante bakstenen toren aan de lange Hoofdstraat in ’t Zandt slaat half drie. Aan de voet ervan staan twee oudere dorpelingen. De ene, een zeis over zijn schouder, zegt dat hij ’s morgens en ’s avonds voortaan zijn schuurtje inspecteert. „Ik heb er stro en hooi liggen. Dat wil wel branden.” Maandag werd in het dorp de negende brand in twee maanden gesticht, in een schuurtje. De dader lijkt zijn werkterrein te hebben verplaatst. Alle vorige branden werden in leegstaande woningen gesticht. Deze week waren er twee valse meldingen. En gisteravond nog kon een beginnend brandje bij een tennisclub op tijd worden gedoofd.

Een pyromaan houdt het anders zo rustige dorp (900 inwoners) ten noordwesten van Delfzijl in zijn greep. De schrik zit er goed in, vertelt Ria van der Leest. Voor haar woning, schuin tegenover de kerk, heeft ze net een praatje met een surveillerende agent gemaakt. Ze wijst naar het braakliggende terrein aan de overkant. De woning die er stond, is vorige week gesloopt, vertelt ze. „Hij stond al jaren leeg, maar is in augustus door brand verwoest.” Het was het eerste doelwit van de brandstichter. Ja, ze is angstig, geeft ze toe. „Ik slik elke morgen een kalmeringstablet. Wie weet wat er nog meer gaat gebeuren?” Gisteravond werd ze opgeschrikt door drie brandweerauto’s en een ambulance die met loeiende sirenes bij de kerk stilhielden. Het bleek vals alarm. Een onbekende had 112 gebeld.

Verderop aan aan de langgerekte Hoofdstraat steken zwartgeblakerde balken uit wat eens een dak was. In het leegstaande huis was de toekomstige buurman van Ina Bakker al een half jaar aan het klussen, vertelt ze. Zijn woning was het zesde doelwit van de pyromaan. Bakker: „Sneu voor die jongen, hij had het net gekocht.” Haar dochter belde haar die middag overstuur op dat er brand was in de woning naast haar. „In paniek ben ik naar huis gefietst. Gelukkig waaide het niet hard.” De vonkenregen had anders op haar huis kunnen neerslaan. Het gekke was, ze had er al rekening mee gehouden dat de leegstaande woning aan de beurt zou komen. „We hadden de tuinslang al achter het huis klaarliggen.” De brandstichter zou steeds op dezelfde manier te werk gaan, heeft ze gehoord. „Hij slaat ’s nachts een raam in, zet een brandende kaars neer met daar omheen iets brandbaars zoals benzine en ’s morgens vat de boel vlam.” Een agent fietst voorbij. Bakker is vol lof over de politie. „Toen we een weekje op vakantie gingen, heeft de recherche ons huis extra in de gaten gehouden.”

In een kamer achterin het Dorpshuis aan de Hoofdstraat zitten een hoofdagent en twee studenten van de politieacademie zwijgend aan de koffie. Op tafel ligt een stapeltje tijdschriften en in hoek staat een tv. De hoofdagent, die niet met zijn naam in de krant wil, („dat vindt mijn baas niet goed”) doodt zijn tijd, zegt hij. Dorpsbewoners zijn nog niet binnengelopen. „Je ziet het, er komt niemand. En we kunnen ook niet eens een boek pakken”, grapt hij als hij aan het afgesloten glazen deurtje van een houten boekenkast vol Drentse volksalmanakken morrelt. „Maar goed, we zijn bereikbaar en laten onze neus zien.”

Permanente politieaanwezigheid is bijzonder, stelt politiepersvoorlichter Anthony Hoogeveen. „We willen ermee een signaal afgeven dat we alles op alles zetten om de dader te pakken. En we willen zo het veiligheidsgevoel van de bewoners vergroten.” Het onderzoeksteam is uitgebreid met vier mensen en telt nu veertien rechercheurs. Ook alle oud-brandweerlieden uit het dorp zijn ondervraagd, verklaart de hoofdagent. Vorig jaar is het brandweerkorps van het dorp wegbezuinigd. In het dorp wordt gefluisterd dat een gefrustreerde oud-brandweerman wraak wil nemen. Ina Bakker weet ervan. Ze is ervan overtuigd dat de dader een dorpeling is. „Hij kent het hier, weet welk pand leegstaat.” Maar een oud-brandweerman? Dat gelooft ze niet. „Ik kan me voorstellen dat je boos bent dat je brandweerkorps is opgeheven, maar het zou wel erg ver gaan als je anderen zo erg dupeert.”