Britse voetbalteam bepaalt of Nike niet te veel betaalt

Nike neemt voor 410 miljoen euro concurrent Umbro over. Maar als het Britse voetbalelftal niet presteert, heeft Nike een probleem.

Door Loveday Morris

Draagt het Britse nationale voetbalelftal straks schoenen en shirts van Nike? Het Britse sportmerk Umbro, de huidige leverancier, komt voor omgerekend 410 miljoen euro in handen van het Amerikaanse Nike, de grootste sportschoenenfabrikant ter wereld. Nike betaalt een premie van 61 procent bovenop de beurswaarde van Umbro op 17 oktober, de dag waarop het bedrijf bekendmaakte benaderd te zijn voor een overname.

Met de overname, voor Nike de eerste sinds drie jaar, stijgt de omzet van Nike uit voetbalkleding met 10 procent tot 2,4 miljard euro. Vorig jaar kondigde Nike aan dat het bedrijf de Duitse concurrent Adidas met de wereldkampioenschappen voetbal in 2010 in omzet uit voetbal gerelateerde producten voorbijgestreefd wil zijn. Met de overname van Umbro, dat de tenues van zes Britse eredivisieclubs levert, zet Nike een flinke stap in die richting.

Nike-topman Mark Parker heeft voetbal aangewezen als een van zijn speerpunten. De ‘voetbalomzet’ van Nike is sinds 1994 met een factor 35 gestegen tot 2,2 miljard euro. Umbro voegt daar 215 miljoen euro aan toe.

Umbro – voorheen Humphrey Brothers – is opgericht in 1924. De Britse investeringsmaatschappij Doughty Hanson kocht het bedrijf in 1999 voor 90 miljoen pond (129 miljoen euro) en bracht het in 2004 naar de beurs. Het merk wordt in 1.820 winkels verkocht en binnen twee jaar komen er daar naar verwachting circa 700 bij. De omzet stijgt met meer dan 10 procent per jaar in Oost-Europa, de VS, Latijns-Amerika en China, waar voetbal steeds populairder wordt. Nike krijgt met de overname ook 1.200 Umbro-winkels in China in handen. Nike wordt in China in 3.000 winkels verkocht. China wordt gezien als groeimarkt voor sportartikelen wegens de Olympische Spelen, die volgend jaar in Peking worden gehouden.

Volgens de Europese topman van Nike, Eunan McLaughlin, heeft Umbro tot 2014 het recht om zijn diamantvormige logo op de shirts van het Britse nationale elftal te zetten. Dat recht komt nu in handen van Nike. Nike heeft dit jaar, zonder succes, geprobeerd het shirtsponsorcontract van Adidas met het Duitse nationale elftal over te nemen. Nike bood 600 miljoen euro voor een periode van acht jaar, zes keer zoveel als het contract met Adidas volgens de Duitse voetbalbond waard is. Maar de Duitsers bleven toch bij Adidas. Nike begon ook een website voor voetbalfans, Joga.com.

De overname van Umbro is klein vergeleken met die van Puma. Het Franse modeconcern PPR, onder meer de eigenaar van Gucci, kocht het Duitse Puma eerder dit jaar voor 5,3 miljard euro.

Of Nike niet te veel voor Umbro betaalt, hangt mede af van de prestaties van het Britse nationale elftal. Een dag voordat bekend werd dat Umbro in gesprek was met een, toen nog onbekende, koper, verloor het Britse team een kwalificatiewedstrijd voor het EK 2008 tegen Rusland. Daarmee nam de kans toe dat de Britten zich niet zullen plaatsen voor het toernooi. De verwachting is dat analisten hun winstprognose voor Umbra met een kwart naar beneden zullen bijstellen als de Britten zich niet kwalificeren.

In 2006 steeg de omzet van Umbro dankzij het WK in Duitsland, maar daarna zakte de verkoop in. De Britse zomer was dit jaar natter dan ooit, wat de omzet van sportwinkels geen goed deed. Vorige maand maakte Umbro al bekend de winstdoelen van 2008 niet te zullen halen.

Het bestuur van Umbro steunt het bod van Nike. Een grootaandeelhouder die van de overname kan profiteren is de Britse miljardair Mike Ashley, eigenaar van Sports Direct International, een keten van sportwinkels die een belangrijk afzetkanaal vormt voor tenues van het nationaal elftal, waar veel Britse voetbalfans mee rondlopen. Ashley bezit 15 procent van de aandelen van Umbro. Hij heeft nog niet gezegd of hij zijn stukken zal verkopen aan Nike.

De belangrijkste concurrent van Sports Direct, JJB Sports, kocht op 19 oktober een belang van 10 procent in Umbro, om zijn toegang tot de lucratieve markt van voetbaltenues veilig te stellen. „Twee aandeelhouders die samen 25 procent van de aandelen bezitten, kunnen wel nog problemen opleveren”, zegt analist Andrew Wade van zakenbank Seymour Pierce. „Zij kunnen een heleboel beslissingen tegenhouden.” (Bloomberg)