Babysterfte lager dan ooit

Vorig jaar zijn in Nederland 820 kinderen in hun eerste levensjaar overleden. Dat is het laagste aantal ooit, zo heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek vandaag gemeld. De zuigelingensterfte daalde licht in alle groepen, maar het sterkst onder niet-westerse allochtonen. Toch sterven nog altijd veel meer allochtone dan autochtone baby’s.

Gemiddeld overlijden 4,4 op iedere duizend levend geboren zuigelingen voor de eerste verjaardag. Onder baby’s met minstens één Antilliaanse ouder, zijn dat er zeven op de duizend. Zij hebben daarmee de helft meer kans te overlijden dan autochtone baby's.

Dit hangt volgens het CBS samen met het grotere aantal tienermoeders in deze groep. Zij hebben vaak een zwakke sociaal-economische positie en onder hen komen seksueel overdraagbare aandoeningen vaker voor. Dat heeft een ongunstig effect op de levenskansen van de baby. Ook onder Marokkanen, Surinamers en Turken is de sterfte hoger dan gemiddeld. Dat geldt ook voor baby’ s van heel jonge en heel oude moeders.

De afgelopen eeuw is de zuigelingensterfte in Nederland sterk gedaald, maar sinds medio jaren negentig daalt de sterfte nog maar langzaam.

Eind 2003 bleek uit een grote internationale studie dat Nederland van alle Europese landen de hoogste sterfte had van baby’ s rond de geboorte. Zeven van de duizend baby’ s bleken voor de geboorte te sterven, twee keer zoveel als in Duitsland. Ook bleek dat na de geboorte in Nederland relatief meer baby’ s overlijden. Gemiddeld was de sterfte in de eerste maand na de geboorte in Europa drie per 1.000 geboortes, in Nederland vier.