Afghanistan: lakmoesproef voor de geloofwaardigheid

Het functioneren van de NAVO staat op het spel, volgens de Amerikanen.

Waar is de solidariteit nog als niemand extra troepen voor Afghanistan wil leveren?

Een militair bondgenootschap heeft de beschikking over twee miljoen manschappen en is tóch niet in staat om voldoende mensen (ruim 4.000 man extra) en materieel te vinden voor de operatie in Afghanistan. De Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates deed maandag in de Oekraïense hoofdstad Kiev geen moeite zijn verbazing te verbergen.

En de Amerikanen ergeren zich al veel langer aan de gebrekkige solidariteit van de NAVO-lidstaten bij het optreden in Afghanistan. Dat optreden werd, toen de organisatie vorig jaar zomer het commando van de Amerikanen overnam, al diverse keren aangeduid als „lakmoesproef voor de geloofwaardigheid van het bondgenootschap”. Het is ook een actie waarvan NAVO-topman Jaap de Hoop Scheffer meteen heeft gezegd dat de alliantie het zich niet kan permitteren dat die mislukt.

Graag wordt er in Washington aan herinnerd dat de NAVO is gestoeld op solidariteit tussen de leden. Is er niet dat befaamde artikel 5 waarin staat dat een aanval op één wordt beschouwd als een aanval op allemaal? Natuurlijk is de eerste echte out-of-area operatie van de NAVO, dus buiten het eigen grondgebied, geen verdedigingsactie zoals bedoeld in dat artikel. Maar het ontwijkingsgedrag dat sommige lidstaten vertonen, baart de Amerikanen wél zorgen. Eerder dit jaar verklaarde de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Richard Boucher dat het functioneren van de NAVO als zodanig in het geding was nu zoveel landen weigerden voldoende troepen beschikbaar te stellen – en ook weigerden naar de meest riskante gebieden in Afghanistan af te reizen.

Het probleem wordt nijpend. Volgens NAVO-bronnen zit de organisatie 10 procent onder de gewenste sterkte in Afghanistan. En dit terwijl er de afgelopen elf maanden 7.000 militairen extra zijn bij gekomen. Hiermee zit het totale aantal op ruim 41.000 mensen. Niet alleen NAVO-landen nemen deel aan de zogeheten ISAF-operatie die door de VN is geïnitieerd, maar ook nog twaalf andere landen. Daardoor gaat het niet alleen om aantallen, maar ook om de vraag wat al die militairen uit de verschillende landen mogen en vooral niet mogen. Elke lidstaat zit met voorbehouden, zogeheten caveats, die door de eigen nationale regering zijn vastgesteld.

„Er zijn te veel caveats”, aldus NAVO-topman De Hoop Scheffer, maar hij is allang blij dat ze niet meer zo rigide zijn als aan het begin van de missie het geval was. „We hebben behoorlijke vooruitgang geboekt, met als meest markante punt dat in noodgevallen iedere individuele bondgenoot iedere bondgenoot bij zal springen, waar ook in Afghanistan. Dat is een belangrijke doorbraak”, aldus De Hoop Scheffer vorige maand in deze krant.

Vandaag en morgen ontmoeten de ministers van Defensie van de 26 lidstaten van de NAVO elkaar in Noordwijk tijdens een informele bijeenkomst. Belangrijkste gespreksthema: Afghanistan. Er zal niet worden gesproken over het zenden van nieuwe troepen, maar wel zal in Noordwijk vooral worden gesproken over hoe de reeds aanwezige mensen en middelen zo effectief mogelijk kunnen worden ingezet, aldus John Colston, adjunct secretaris-generaal voor defensiebeleid en planning bij de NAVO. Diplomatiek spraakgebruik voor een ongetwijfeld fors debat, over welk van de lidstaten bereid is een grotere verantwoordelijkheid op zich te nemen.

Een voorproefje van die discussie vond twee weken geleden al plaats in de IJslandse hoofdstad Reykjavik. Daar moesten vooral de Duitsers het ontgelden. Die zitten weliswaar met een flink aantal mensen in Afghanistan, maar weigeren tevens mensen beschikbaar te stellen voor het veel onrustiger zuiden, waar de Talibaan zeer actief zijn. Onlangs besloot het Duitse parlement tot verlenging van de missie in Afghanistan, maar wel op basis van het huidige mandaat: geen verplaatsing van de troepen naar elders.

De inzet van de verschillende landen wordt des te urgenter nu Nederland versterking van anderen eist, wil de missie na 1 augustus van volgend jaar nog verlengd worden. Nederland stelt als voorwaarde dat er meer landen bij komen, om zo het politieke draagvlak van de missie te vergroten. Ook wil Nederland hiermee alvast de basis leggen voor het overdragen van het commando. Mocht besloten worden tot verlenging van de aanwezigheid, dan zal dit namelijk tevens gepaard gaan met de mededeling dat Nederland na 1 augustus volgend jaar nog hooguit twee jaar als ‘lead-nation’ wil fungeren.

Een andere voorwaarde is dat duidelijker wordt gemaakt dat het in Afghanistan gaat om een opbouwmissie. Anders gezegd: de civiele aspecten moeten beter over het voetlicht worden gebracht. Wat dat betreft vind Nederland landgenoot De Hoop Scheffer aan haar zijde. Die heeft de internationale gemeenschap al diverse keren opgeroepen meer mensen en middelen beschikbaar te stellen voor de opbouw van het land, omdat de strijd in Afghanistan nooit alleen militair kan worden gewonnen.

Uiteindelijk zijn het de Afghanen zelf die hun land zullen moeten besturen. Vandaar de wens van de Amerikanen dat op zeer korte termijn 3.000 man beschikbaar worden gesteld om Afghaanse politiemensen en militairen op te leiden. In dit verband wordt op het NAVO-hoofdkwartier nogal smalend gedaan over de bijdrage van de Europese Unie. Na talloze vergaderingen van de diverse EU-gremia werd onlangs gemeld dat de Europese Unie honderd mensen voor dit doel had weten te verzamelen, die in fases zouden worden uitgezonden.

Aan de andere kant is de NAVO ook wel blij met deze gang van zaken. Want hiermee is opnieuw bewezen dat de Europese Unie ondanks de ambities van enkele lidstaten – Frankrijk voorop – bij lange na nog geen militaire concurrent is van de NAVO. Dat is goed nieuws, dat de mensen op het hoofdkwartier in Brussel in deze tijd wel kunnen gebruiken.