Zeeland paait bèta’s en vogels

Ten westen van de Zeeuwse stad Zierikzee is de laatste zeven jaar 1.200 hectare zout moerasgebied aangelegd waar kluten, visdieven en grote stern kunnen broeden. Ook ganzen en lepelaars hebben het natte natuurgebied ontdekt.

In Zeeland is iets groots verricht, zeggen de Zeeuwen, en dat laten ze zien. We rijden op een dijk aan de zuidkust van het eiland Schouwen-Duiveland. Links trekt een tractor voren in het land. Rechts tientallen kluten in een brak moeras, het nieuwe natuurgebied ten westen van Zierikzee dat werd ingericht door de provincie, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Het Plan Tureluur is bijna voltooid.

De bouw van de Deltawerken heeft de Zeeuwse vogels veel kwaad gedaan. De oppervlakte aan schorren en slikken is door de bouw van de Oosterscheldekering dramatisch gedaald. Deze twaalfhonderd hectare aan natte natuur maakt veel goed. „Er was woningnood onder de vogels”, zegt Anton van Haperen van Staatsbosbeheer. „Met dit plan hebben we de woningnood opgelost.” Er is, zogezegd, vervangende woonruimte gevonden. Vogels als kluut, strandplevier, visdief en grote stern, die eerder buitendijks broedden, doen dat nu binnendijks. En plantensoorten die op schorren voorkomen, groeien nu óók binnendijks. Kijk maar, zeggen de Zeeuwen, dat bruinrode daar. Zeekraal.

Juist de zuidkust van Schouwen is bijzonder geschikt voor natuurontwikkeling, leggen de deskundigen uit. „Het polderland ligt hier een tot twee meter onder gemiddeld zeeniveau en heeft een zandige ondergrond. Daardoor stroomt hier zout Oosterscheldewater onder de dijk door om in de sloten van het polderland op te kwellen. Deze ‘kwelmotor’ garandeert een permanent hoog zoutgehalte in het nieuwe natuurgebied en zorgt er voor dat grote delen onbegroeid blijven.”

Het plan is grotendeels uitgedokterd door John Beijersbergen, provinciaal ecoloog bij de provincie Zeeland en bewoner van het gebied. Hij zegt: „Landbouw is hier alleen mogelijk door drainage van het zoute kwelwater. Haal je de drainage weg, dan komt het water vanzelf naar boven. Wat ik heb gedaan is het traceren van oude kreken en waterlopen en die opnieuw laten uitgraven in het landschap.”

Er zijn boeren uitgekocht. De meesten zijn elders op het eiland opnieuw begonnen. Ze kregen er dikwijls betere grond voor terug. Zo veel beter dat boeren in de buurt van Zierikzee zelf hebben gevraagd om óók te worden verplaatst. Zodat het Plan Tureluur enkele honderden hectaren groter is geworden dan zeven jaar geleden de bedoeling was. Boer Peter de Koeijer, voorzitter van de landinrichtingscommissie Schouwen-Oost: „Er waren bij de boeren in het begin een aantal angstpunten. Boeren vlak naast een zout natuurgebied is een hachelijke onderneming. Als er sprake is van achterblijvende opbrengsten, is het moeilijk te bewijzen dat het natuurgebied daarvan de oorzaak is. We hebben kunnen afspreken dat er extra drainage komt en dat de grond wordt opgehoogd. Er is ook overlast van de ganzen, die foerageren op de weilanden. Anderzijds hebben de boeren altijd gezegd: als er érgens in Zeeland natuur moet komen, dan maar hier. Op slechte grond mag je natuur ontwikkelen, geef ons daarvoor goede grond terug.”

Nu ligt er twaalfhonderd hectare natte natuur langs de kust. De vogels zijn gekomen. Nu de mensen nog. Voor de nieuwe Zeeuwse commissaris van de koningin, ex-minister Karla Peijs, is het succes van Plan Tureluur een goede gelegenheid om de sterke punten van haar provincie nog eens onder de aandacht te brengen. „Het licht. De vrijheid. De weidsheid”, zegt ze. „Hier valt de stress van je af. Ik heb meelij met de mensen in de Randstad. Ga niet meer in de file staan, kom naar Zeeland.”

De mens zal ongetwijfeld de Zeeuwse natuur gaan ontdekken, voorspelt milieugeograaf Tom Bade, want zo gaat het steevast met nieuwe natuurgebieden. „Eerst komen de hardcore natuurliefhebbers. Daarna volgen de gezinnen die er ijsjes bij gaan kopen. En ten slotte de senioren met veel uitgebreidere wensen.”

Van natuur wordt een regio rijker, is de overtuiging van Bade. Natuur is ook een vestigingsfactor van formaat. En vooral voor kenniswerkers. Tom Bade: „Mensen die veel van natuur houden, zijn vaak bèta’s. Heel veel bedrijven en instellingen waar ingenieurs de baas zijn, liggen in het groen. Alfa’s willen in de stad wonen. Bèta’s willen kiten, kanoën en marathons lopen. Het zijn natuurmensen. Bèta’s hebben het vak biologie uitgevonden omdat ze in hun vrije tijd zo graag in de natuur zijn.”