Ze had toch wenkbrauwen. En wimpers

De Mona Lisa van Leonardo Da Vinci (1452-1519) had oorspronkelijk wél wenkbrauwen en wimpers. Haar gezicht was wat breder dan het gelaat dat nu in het Louvre in het Franse Parijs te zien is. En haar wereldberoemde, flauwe glimlach was vijfhonderd jaar geleden wat expressiever dan nu.

Dat concludeert de Franse onderzoeker Pascal Cotte (49) op basis van ultragedetailleerde digitale scans (240 megapixel) van het schilderij. Met een camera van 22 gigabyte en 13 verschillende kleurenfilters, en door gebruik te maken van infrarood en ultraviolet, kon Cotte door meerdere verflagen heen kijken. Collages met zijn bevindingen zijn nu tentoongesteld in het Metreon-winkelcentrum in San Francisco in de VS.

Restauraties, vernislagen en de tand des tijds hebben het oorspronkelijke schilderij een ander aanzien gegeven, volgens Cotte. Andere conclusies: Da Vinci zou de positie van twee vingers aan de linkerhand hebben gewijzigd. Mona Lisa droeg oorspronkelijk een deken die nu geheel verdwenen is. En in tegenstelling tot het dominante groen, geel en bruin van de Mona Lisa in het Louvre, had de eerste versie ook hemelblauwe en briljantwitte tonen.

Cotte’s onderzoek zou een verklaring kunnen bieden voor een oud raadsel rond Da Vinci’s biograaf en tijdgenoot Giorgio Vasari. Indertijd roemde Vasari al de natuurlijkheid van de kleuren en de details van het gezicht. Ook noemde hij de wimpers zeer natuurlijk, terwijl er op de Mona Lisa – zoals op veel renaissanceportretten – geen wimper of wenkbrauw te zien is.