Wat wil de PKK nou eigenlijk?

De Koerdische PKK-rebellen koersen af op een militaire confrontatie met Turkije.

Doel: steun van de Turkse Koerden. Mogelijke gevolgen: racisme en meer armoede.

Waar zijn de Koerdische rebellen van de PKK in hemelsnaam op uit? Mehmet Kaya, voorzitter van de Kamer van Koophandel en Industrie in Diyarbakir, een overwegend Koerdische stad in het zuidoosten van Turkije, zegt het niet te weten.

„Soms zeggen ze dat ze van Turkije een federatie willen maken (met een apart gebied voor de Koerden), dan weer willen ze een staat-in-de-staat worden. En soms roepen ze alle Koerden in de regio (ook buiten Turkije) op om een Koerdische staat te vormen”, legt hij uit.

Dan, vertwijfeld: „Denken ze eigenlijk wel na?”

De voorzitter van de Kamer van Koophandel uitte zijn verzuchting nog maar enkele dagen geleden. Sindsdien is zijn noodkreet alleen maar urgenter geworden. Een Turkse militaire operatie in Noord-Irak lijkt dichterbij dan ooit, nadat aanhangers van de PKK bij de grens met Irak zondag twaalf Turkse militairen in een hinderlaag doodden.

Vorige week woensdag nam het Turkse parlement een resolutie aan waarin de regering toestemming kreeg voor een militaire operatie in Noord-Irak. Enige weken geleden nog waarschuwde PKK-commandant Murat Karayilan dat, als Turkije Noord-Irak binnenviel, de PKK wel eens aanvallen zou kunnen uitvoeren op belangrijke oliepijpleidingen.

Uit zijn opmerkingen zou de conclusie kunnen worden getrokken dat de PKK geen Turkse operatie in Noord-Irak wil. Maar, als dat het geval is, dan zou je verwachten dat de extremisten zich na het besluit van woensdag zouden terugtrekken in het onherbergzame landschap van Noord-Irak en vijandelijkheden met het Turkse leger zouden vermijden. Dat deden ze evenwel niet: de PKK koos voor de frontale aanval en daarmee lijkt een Turkse militaire operatie dichterbij dan ooit. Wil de PKK wellicht dat het Turkse leger Noord-Irak binnentrekt?

Ook in de media wordt driftig gespeculeerd over wat de PKK precies wil. Een breed gedragen opvatting is dat de Koerdische extremisten hebben geconcludeerd dat de steun voor hen in Zuidoost-Turkije vermindert. Bij de verkiezingen van afgelopen zomer deed de AK-partij van premier Erdogan het buitengemeen goed in die regio. Om die trend te keren, zou de PKK het gebied weer in een situatie van oorlog willen leiden. Als het oorlog wordt, zal de kloof tussen de bevolking en de Turkse staat steeds groter worden, zo luidt deze interpretatie, met als gevolg dat de Koerdische bevolking, net als in de jaren ’90, als een blok achter de PKK zal staan.

Niemand weet of deze interpretatie correct is, maar zij onderstreept een van de meest verontrustende aspecten van de huidige crisis: uiteindelijk zullen de Koerden in Turkije, van wie velen het geweld van de PKK afwijzen, de rekening voor deze crisis gepresenteerd krijgen. Dat geldt natuurlijk in eerste instantie voor de inwoners van de regio. Het gaat goed met de economie van Noord-Irak. Het gebied zou als economische magneet kunnen fungeren voor het verarmde zuidoosten van Turkije. Nu al werken veel Turkse Koerden in Noord-Irak. Maar als Turkije Noord-Irak binnenvalt, zullen die economische banden zwaar op de proef worden gesteld en zal Zuidoost-Turkije in zijn armoede blijven steken.

Maar ook voor Koerden in andere steden heeft de huidige crisis gevolgen. Het racisme tegen de Koerden in Turkije is sinds de spanningen met de PKK toenamen, weer flink groter geworden. Overal in Turkije gingen na de aanslag van zondag woedende en geschokte burgers met vlaggen de straat op. In de stad Erzurum wilde een groep betogers verhaal halen bij een wijk waar voornamelijk Koerden wonen. In Istanbul scandeerden betogers de bekende Turkse leuze dat „martelaren” niet sterven en het vaderland nooit opgedeeld zal worden.

Dat ook de autoriteiten zich zorgen maken bleek toen zij een oproep deden aan alle inwoners van dit land om de ‘broederschap’ tussen de inwoners van Turkije niet ter discussie te stellen. Of extremistische nationalisten die oproep ter harte zullen nemen, staat nog te bezien. Mocht de PKK, zoals in het verleden, aanslagen gaan plegen in West-Turkije, dan zal dat racisme alleen maar groeien.

Gezien de publieke opinie zal de regering-Erdogan daadkrachtig moeten optreden. De Iraakse president Talabani, zelf Koerd, heeft opnieuw gezegd dat de PKK de wapens moet neerleggen. Doet zij dat niet, dan moet zij Irak verlaten, aldus Talabani. Maar de Iraaks-Koerdische leider Barzani sloeg een andere toon aan. Hij zei dat „wij” niet betrokken willen worden bij een oorlog tussen de PKK en het Turkse leger. Hij voegde daaraantoe dat als „Koerdistan” onder vuur komt, „wij onze burgers zullen verdedigen”.