VN-mandaat 1991 gold alleen voor Koeweit

Er kunnen kanttekeningen geplaatst worden bij het artikel van van Elsbeth Etty op de Opiniepagina van 18 oktober.

Een constante in Irak was dat een kleine minderheid (van 20 procent) Arabische sunnieten al eeuwenlang - doorgaans op uiterst repressieve wijze - domineerde over 60 procent Arabische sjiieten en 20 procent Koerdische sunnieten. Hoe Saddam Hussein ook ten val zou zijn gekomen, na diens val zouden de tegenstellingen tussen sjiieten en (sunnitische) Koerden enerzijds en sunnitische Arabieren in het centrum van Irak (rond Bagdad) anderzijds óók tot explosie zijn gekomen.

De huidige burgeroorlog staat dan ook los van het feit dat `toevallig` de VS de val van Saddam Hussein hebben bewerkstelligd. De VS hebben `slechts` gunstige condities geschapen voor die (bloedige) ontwikkelingen.

Etty zit er volstrekt naast met haar bewering als zou Saddam al in 1991 - na de bevrijding van Koeweit - uit het zadel kunnen zijn gelicht.

Echter, het VN-mandaat had slechts betrekking op de bevrijding van Koeweit; er was géén mandaat voor een omverwerping van het regime van Saddam. De toenmalige Arabische coalitiepartners zouden een bestorming en inname van Bagdad door Amerikanen ook niet hebben geaccepteerd.