Vietnamese balletjes

400 g varkensgehakt200 g grote, gekookte, gepelde garnalen2 lente- of bosuitjes1 eizout en versgemalen peperca. 1 eetlepel bloem200 g eiermie4 wortels10 cm rettich100 g paksoica. 6 eetlepels zonnebloemolie1 eetlepel sesamolieVoor de saus:125 ml nuoc nam (vissaus) 75 ml rode-wijnazijn125 ml water1 rood pepertje4 tenen knoflookca. 4 eetlepels suiker of dunne honing

De voor dit hoofdgerecht voor vier personen benodigde dunne, zoute vissaus is bij Aziatische winkels te koop. In Vietnam heet deze saus nuoc nam, in Thailand nam pla.

Snijd het pepertje in dunne ringen en hak de tenen knoflook piepklein. Meng alle ingrediënten voor de saus in een kom en dek af met huishoudfolie. Laat de saus enkele uren op smaak komen. Hak de garnalen en de lente-uitjes klein en gebruik ook het mooie groene deel van het loof. Meng het varkensgehakt met de garnalen, de lente-ui en een los geklopt ei. Breng op smaak met zout en peper.

Meng er zoveel bloem door als nodig is om een stevig mengsel te krijgen waarvan balletjes ter grootte van een pingpongbal kunnen worden gemaakt. Druk de balletjes iets plat. Snijd de wortels in lucifertjes en de rettich in lange dunne sliertjes. Snijd de paksoi in smalle repen. Schenk kokend water op de eiermie. Stort de gare eiermie na ongeveer 2 minuten in een vergiet om uit te lekken.

Verhit 4 eetlepels olie in een wok en roerbak de Vietnamese balletjes gaar. Schep ze uit de wok en houd ze warm. Giet nog wat olie in de wok en roerbak de gesneden groenten. Begin met de gesneden stevige witte stelen van de paksoi, vervolgens het groen en dan heel kort de wortel en rettich. Voeg de eiermie en sesamolie toe en roerbak alles nog eens 2 minuten. Verdeel mie en groenten en balletjes over diepe borden of kommen. Schep de gewenste hoeveelheid zout-zoetzure hete saus op de balletjes. Bewaar de overgebleven saus in een potje in de koelkast. Serveer deze saus bij bijvoorbeeld Vietnamese loempia’s, kipsaté of gepocheerde vis.

Anne Scheepmaker

Morgen: Colcannon