Rust, regelmaat en de baby inbakeren

Excessief huilende zuigeling komen veel voor.

Ouders pakken de baby op en troosten het kind. Maar de baby moet rust hebben en slapen, zeggen deskundigen.

Een jong stel zit op de bank met hun huilende baby, uitgeput. „Ik ben gewoon moe de hele tijd”, zegt zij. „Als hij weer begint te huilen ga ik gewoon meehuilen.” De jonge ouders hebben een huilbaby. Lopen is het enige dat tegen het huilen helpt. „Uren, kilometers”, zegt zij. „Het laminaat is bijna versleten.”

De scene staat op de dvd Huilbaby? Rust en Regelmaat! De instructiefilm is gemaakt voor medewekers van consultatiebureaus en ziekenhuizen om te komen tot een nieuwe eenduidige aanpak van overmatig huilende baby’s. De dvd vergezelt de net ontwikkelde richtlijn voor medewerkers in de jeugdgezondheidszorg voor de begeleiding van excessief huilende zuigelingen. Overal in het land krijgen ouders met huilbaby’s nu door die richtlijn voor het eerst van professionals hetzelfde advies.

Gewoon huilen hoort erbij, maar als het ontroostbaar en aaneengesloten huilen is, dan is het excessief huilen. Bioloog Bregje van Sleuwen, onderzoeker bij TNO, legt uit wat een huilbaby officieel is: een zuigeling die langer dan drie uur per dag huilt, minstens drie dagen in de week, gedurende ten minste drie weken aan één stuk. Maar in de praktijk is een huilbaby een kindje waarvan de ouders het huilen als een probleem ervaren.

Excessief huilende baby’s komen veel voor. Sommige baby’s huilen wel zes uur lang op een dag. Ouders blijven vaak te lang tobben met een huilend kind. Het kan, aldus de organisatie Actiz van zorgondernemers, een goede relatie tussen ouder en kind belemmeren met alle mogelijke gevolgen van dien: „tot zelfs schudden en slaan met de dood tot gevolg”.

De praktijk leert dat ouders signalen van druk doen, huilen en jengelen vaak verkeerd interpreteren. Ze denken dat hun kind pijn heeft, pakken de baby op, troosten hem en dragen hem. Ze verzinnen van alles, behalve dat waar de baby het meeste behoefte aan heeft, namelijk slapen. Het kindje gaat voortdurend over zijn vermoeidheidsgrens heen, wordt overactief en raakt zo moe dat het hem nauwelijks meer lukt om op eigen kracht in slaap te vallen.

Deze kinderen zijn gebaat – zo is nu ook wetenschappelijk aangetoond – bij rust en regelmaat: een vaste volgorde van slapen, eten, spelen en weer slapen. Door deze eenduidigheid wordt het leven voorspelbaar en krijgt de baby houvast waardoor het zich veilig voelt.

Dit lijkt op de Rust, Reinheid en Regelmaat van vroeger tijden. Ouders lieten vanaf de jaren zeventig echter het principe van de drie R-en los en vervingen het voor het adagium Licht, Lucht en Liefde. Een kind zou zich het beste leren hechten als ouders het vaak oppakken en vasthouden. De richtlijn voor huilbaby’s maakt nu voorgoed korte metten met die achterhaalde veronderstelling.

Onderzoekers zeggen dat het huilen van een baby binnen een week met ruim 40 procent teruggebracht kan worden door de introductie van rust en regelmaat. Als er tenminste geen medische problemen ten grondslag liggen aan het gedrag van het kind.

Onder rust en regelmaat wordt echter niet zoals vroeger verstaan dat baby’s op vaste tijden gevoed moeten worden en naar bed moeten. Een baby die niet te veel geprikkeld wordt, krijgt de rust die hij nodig heeft en met een vaste volgorde van activiteiten leert hij wat er gaat gebeuren en wat er van hem verwacht wordt. Bij signalen van vermoeidheid na het eten en spelen moeten ouders hun kind wakker in zijn bedje leggen, zodat het zelf in slaap leert vallen. Een kind dat in slaap geholpen wordt, slaapt onrustig en ondiep en wordt vaak bij het geringste geluid weer wakker.

De boodschap die hulpverleners ouders voortaan zullen geven is: laat je kind als het alles heeft gehad (eten, spelen en een schone luier) vooral even huilen, hoe moeilijk het ook is. Mochten baby’s met een regelmatig dagritme toch veel blijven huilen, dan kan tijdelijk inbakeren tijdens de slaap ondersteuning bieden.

Deze methode om een kind gewikkeld in een strakke doek een begrenzing te geven werd enkele eeuwen geleden in twintig procent van alle landen gebruikt. Nu is het nog gebruikelijk in het Midden-Oosten. Door de nieuwe richtlijn raakt zij nu ook in Nederland in zwang. Inbakeren, zo leren de nieuwe inzichten, moeten ouders alleen tijdelijk doen, niet nadat hun kindje een half jaar oud is. Ouders hebben er ook begeleiding van het consultatiebureau bij nodig, want het verkeerd inbakeren brengt het risico van heupafwijkingen of wiegendood met zich mee. Zomaar op eigen houtje een baby gaan inbakeren wordt ontraden.

De jonge ouders die hun laminaatvloer bijna hadden versleten, zeggen op de dvd dat hun kind al snel heel erg goed ging slapen, na een paar weken vrijwel zonder huilen. „We hebben geen gesodemieter meer”, zegt de jonge vrouw. „Nu heb ik zelfs tijd voor mezelf. Ik heb in korte tijd vier boeken gelezen.”