Rel Boedapest aan vooravond herdenking

De politie en de mobiele eenheid hebben gisteravond in Boedapest traangas en waterkanonnen ingezet tegen relschoppers die het aftreden eisen van de Hongaarse premier Ferenc Gyurcsány.

Aan de vooravond van de jaarlijkse herdenking van de Hongaarse Opstand, die op 23 oktober 1956 begon, hield Gyurcsány gisteren in het Operagebouw een toespraak over democratie in zijn land. Buiten verzamelden zich naar schatting driehonderd extreem-rechtse jongeren die probeerden zich een weg te banen door het politiekordon dat zich op een paar honderd meter afstand bevond. Ze gooiden met flessen en molotovcocktails naar de ME. Die voerde daarna charges uit. Er vielen 19 gewonden, vooral politieagenten. Tot middernacht bleef het onrustig.

Vandaag, bij de officiële herdenking, is de Hongaarse politie weer massaal op de been om eventuele nieuwe rellen in de kiem te smoren.

Al ruim een jaar heerst er onrust in Hongarije. Het land, sinds 2004 lid van de Europese Unie, kampt door jarenlang uitgestelde hervormingen met een flink begrotingstekort en achterstallig onderhoud in onderwijs en gezondheidszorg.

De Hongaren verzetten zich fel tegen de voorgestelde bezuinigingsmaatregelen van de socialistische premier Gyurcsány. De premier ligt onder vuur na het uitlekken van een achter gesloten deuren gehouden rede waarin hij toegaf jaren te hebben gelogen over de economie.

De woede over de ‘leugenspeech’ mondde bij de vijftigste 1956-herdenking vorig jaar op 23 oktober uit in een veldslag tussen politie en demonstranten. Niet alleen relschoppers waren doelwit, ook demonstranten die deelnamen aan een vreedzame protestbijeenkomst van de rechts-conservatieve oppositieleider Viktor Orbán werden geraakt door rubberkogels waarmee de mobiele eenheid op ooghoogte schoot.

Vanmiddag organiseert Orbán opnieuw een manifestatie waar hij de Hongaren oproept om in een aanstaand referendum te stemmen tegen Gyurcsány’s hervormingen en bezuinigingen. „Het optreden van de politie vorig jaar was geregisseerd door de regering, het was een georganiseerde misdaad tegen onschuldige burgers”, zegt Orbán. Volgens hem wordt Hongarije geleid door „een netwerk van socialisten dat Europese subsidiegelden verduistert”.

„We zijn niet uit op geweld,” zegt Gábor Vona, leider van de ultranationalistische Hongaarse Garde, een onlangs opgerichte beweging van vrijwilligers die – gestoken in uniform en marcherend met nationalistische vlaggen – „het land wil verdedigen”. Afgelopen zondag werden op het Heldenplein in Boedapest vijfhonderd nieuwe leden in de Garde beëdigd.