Rebellenleider, generaal, verdachte

Bij het Internationale Strafhof werd gisteren de tweede arrestant voorgeleid. De Congolees Katanga wordt verdacht van oorlogsmisdaden.

„Ik ben een verdediger, geen onderdrukker”, zei de Congolese militieleider Germain Katanga toen er in januari 2005 ophef ontstond over zijn benoeming tot generaal. President Joseph Kabila had een maand eerder besloten zes leiders van rebellengroepen uit de oostelijke provincie Ituri als generaals op te nemen in het leger, als onderdeel van een poging om er de rust te herstellen na een strijd die volgens de Verenigde Naties zeker 60.000 levens heeft geëist. Vijf van de zes nieuwe generaals hadden zich volgens mensenrechtenorganisaties schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden, de gisteren bij het Internationale Strafhof voorgeleide Katanga voorop.

Hoofdaanklager Luis Moreno-Ocampo wil Katanga (29) laten terechtstaan voor de aanval op het dorp Bogoro in februari 2003, waarbij ongeveer 200 etnische Hema zijn vermoord. Als leider van de Force de Résistance Patriotique en Ituri (FRPI), een beweging van etnische Ngiti die samenwerken met Lendu-rebellen, zou Katanga opdracht hebben gegeven tot het „schoonvegen” van Bogoro. De negen voorgestelde aanklachten voor misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden betreffen moord, mishandeling, gevangenneming van burgers, plunderingen, seksueel geweld en de inzet van kindsoldaten. Op 28 februari volgend jaar presenteren de aanklagers hun eerste bewijs.

Volgens Human Rights Watch heeft Katanga, die zegt als kind voor de strijd gekozen te hebben toen hij zag hoe Lendu onderdrukt werden door Hema, veel meer op zijn kerfstok. Ooggetuigen hebben de mensenrechtenorganisatie verteld dat hij medeverantwoordelijk is voor de moord op 1.200 Hema in Nyakunde, in september 2002. Zijn strijders zouden in een ziekenhuis van bed tot bed getrokken zijn en alle Hema-patiënten hebben doodgehakt. Bovendien zou Katanga de FRPI geleid hebben bij bloedbaden in Bunia en Komanda. Ooggetuigen uit Bunia meldden dat Katanga’s mannen de afgehakte handen van hun slachtoffers door de straten droegen en hun nog warme levers en harten opaten.

Katanga werd in het voorjaar van 2005 in Congo gearresteerd in verband met de moord op negen Bengaalse VN-militairen in Ituri en zat sindsdien zonder aanklacht in een gevangenis in Kinshasa. Afgelopen juli heeft het Strafhof zijn uitlevering gevraagd. Het proces tegen de enige andere gedetineerde van het Strafhof, de Hema-militieleider Thomas Lubanga, moet over enkele maanden beginnen.