Politieke bewegingen bieden geen soelaas

De politieke partij wordt een fossiel (NRC Handelsblad, 19 oktober). Zie Wilders, Pastors en Verdonk. Allen doen zij het zonder politieke partijen. Ze noemen zichzelf een beweging, geconcentreerd op één persoon, en lijken daar door de kiezer niet direct op afgerekend te worden. Sterker nog, zo luidt het argument, zij kunnen de band met de kiezer sterker aanhalen doordat zij de interveniërende tussenlaag van leden niet hebben.

Toch schuilt hier een gevaar in. Allereerst ontbreekt een belangrijk controlemechanisme op politici. Fracties van democratische partijen worden gecontroleerd door de partij die bij kan sturen en ervoor kan zorgen dat de fractie geen gekke dingen doet. Democratische controle dus, die bij de zogenoemde bewegingen pas na 4 jaar volgt.

Ten tweede zie je bij bewegingen dat er mensen van buiten aangetrokken worden, aangezien de partij geen intern mechanisme heeft om geschikte kandidaten naar voren te brengen. Evenmin doet een beweging aan scholing en vorming en heeft een beweging geen jongerenorganisatie. Met het wegvallen van deze instrumenten zullen de politieke vaardigheden afnemen en zal de kwaliteit van de democratie onder druk komen te staan.

Bewegingen zijn dus slecht voor de controle op, de kwaliteit en doorstroming van politici. Nog een paar bewegingen erbij, en de Kamer zal vervallen tot een allegaartje van incidentenpolitiek en populisme.