Polen hebben genoeg van morele revolutie

De verkiezingsuitslag is duidelijk: de Polen willen in een rechtsstaat leven.

De kiezers zijn de bizarre en eenzijdige jacht op ‘communisten’ zat.

De Polen hebben gekozen: de ‘morele revolutie’ is voorbij. Het experiment van premier Jaroslaw Kaczynski is gisteren tijdens vervroegde parlementsverkiezingen naar de prullenbak verwezen.

Het idee om de samenleving te zuiveren van corruptie en vriendjespolitiek was niet slecht, maar de uitvoering desastreus. Kaczynski’s methoden waren hard en juridisch ongezond: verdachten werden op tv aan de schandpaal genageld en niet in de rechtbank. Rechters die niet meewerkten werden bijna uitgescholden. En de staat werd almaar machtiger.

Corruptiebestrijding – ja. Een heksenjacht – nee. De Polen hebben gisteren duidelijk gemaakt dat ze in een moderne rechtsstaat willen leven. Een staat die voor en niet tegen de burger werkt. Een staat waar ’s ochtends vroeg de melkboer aanbelt en geen overijverige agent van het anticorruptiebureau CBA. „Dit was een referendum”, schreef het blad Gazeta Wyborcza gisteren in zijn commentaar. „De Polen hebben zich uitgesproken tegen populisme, insinuaties, angst en het zaaien van verdeeldheid in de samenleving.”

De liberale oppositieleider Donald Tusk riep in zijn overwinningstoespraak op tot respect en saamhorigheid. Kaczynski sprak over „de moordenaars van Jerzy Popieluszko”, de priester die in 1984 door de communistische geheime dienst werd vermoord. Zij zijn volgens hem de echte winnaars van deze verkiezingen.

Kaczynski’s partij, Recht en Rechtvaardigheid (PiS), won twee jaar geleden de verkiezingen met het betoog dat de communisten na 1989 nauwelijks zijn gestraft en dat zij zich bovendien na 1989 illegaal hebben verrijkt. Het was tijd voor een morele revolutie, een late bijltjesdag – maar dan volgens het bizarre principe dat iedereen schuldig is totdat het tegendeel is bewezen. De meeste Polen hebben hier geen zin in, zo blijkt nu.

Twee jaar geleden, bij de vorige verkiezingen, hadden ze dat ook niet. PiS won weliswaar, maar met een kleine marge. Burgerplatform (PO) van Tusk verloor nipt. De Polen gaven in peilingen aan dat ze een coalitie wilden tussen beide partijen, maar Kaczynski ging voor een regering met twee radicale, populistische, homofobe en soms antisemitische splinterpartijen. Die twee haalden gisteren, door de massale opkomst, de kiesdrempel niet eens, maar hebben Polen wel een slechte naam bezorgd.

Toch heeft Kaczynski twee jaar zijn revolutionaire droom nagejaagd alsof hij een mandaat van de hele bevolking had. „De intelligentie van de Polen is beledigd”, zei een commentator. Nu blijkt hoeveel Polen spijt hebben van hun beslissing om in 2005 niet te gaan stemmen. Toen was de opkomst 40 procent, gisteren zo’n 54 procent – de hoogste opkomst sinds de eerste vrije verkiezingen in 1991. Er stond weer iets op het spel.

De doorgaans gepassioneerde Polen hebben ook gekozen voor saaiheid. Tusk is geen man van grote woorden en grote ideeën, zoals Kaczynski, maar een wat bleke figuur, die gelooft in gewone oplossingen voor gewone problemen. De onophoudelijke revoluties van Kaczynski – in staatsinstellingen, in het onderwijs, in de buitenlandse politiek – waren vermoeiend. Alsof Polen tot nu toe alles fout heeft gedaan en de geschiedenis pas met Kaczynski is begonnen.

Kaczynski gokte en verloor. Hij koos vorige maand, na een slepende regeringscrisis voor verkiezingen omdat hij dacht te kunnen winnen. Hij rekende op de steun van het platteland, vooral in het armere zuidoosten en verklaarde elite en middenklasse in vaak ongekend harde bewoordingen de oorlog. Tusk, net als Kaczynski onder het communisme dissident, noemde hij een „totale leugenaar”. Kaczynski won overtuigend in het zuidoosten, maar niet genoeg.

Het keerpunt in de campagne was een debat tussen Kaczynski en Tusk, anderhalve week geleden. Tusk gedroeg zich waardig en constructief. Naast hem leek de premier opeens een langspeelplaat waarvan de naald was blijven hangen, met steeds dezelfde tirades en verwijten. Kaczynski probeerde nog eenmaal de vuile was van Burgerplatform buiten te hangen: zijn corruptiebestrijders presenteerden op tv bewijzen tegen een voormalige partijgenoot van Tusk. Maar de poging was te doorzichtig.

Tusk krijgt het niet gemakkelijk. Kaczynski beloofde „harde oppositie”. De tweelingbroer van de premier, Lech, is bovendien president van Polen. Lech Kaczynski zal Tusk laten zweten, zo wordt algemeen verwacht. Maar de machtsverhoudingen in Polen zijn sinds gisteren in ieder geval weer beter in evenwicht.