Niet Schiphol bepaalt de regels, dat doen wij

Schiphol wil groeien. Met het nieuwe ‘totaalplan’ wil het de omwonenden tegemoetkomen. Maar de overlast gaat veel verder dan de omgeving, zegt Edwin van Rooyen.

Schiphol slaagt er wonderwel in om het beeld te laten bestaan dat groei, groei en nog eens groei het enig denkbare toekomstscenario voor de luchthaven is. Andere opties zijn er niet. Alsof politiek en samenleving ooit hebben besloten dat een zo groot mogelijke luchthaven in Europa in ons aller belang is.

De werkelijkheid is anders. Een eeuw geleden was Schiphol niet meer dan een militair vliegveld. Inventief ondernemerschap heeft de luchthaven laten uitgroeien tot een miljoenenbedrijf, dat de concurrentieslag met de grootste Europese luchthavens maar wat graag aanwil. De blokkade van de aanvankelijk door de Tweede Kamer goedgekeurde privatisering heeft aan deze ambitie niets veranderd. Schiphol is een commerciële speler, die tegen zijn zin politieke instemming nodig heeft.

De afgelopen jaren is Schiphol er steeds in geslaagd milieugrenzen versoepeld te krijgen. Het vorige week gelanceerde ‘totaalplan’ van de luchtvaartsector is niet meer dan een volgende stap in het openbreken van de regels. Het plan stelt de aanleg van geluidswallen en de ingebruikname vliegtuiggeluiddempende kastjes in het vooruitzicht, maatregelen waarvan direct omwonenden zouden profiteren. Deze en andere initiatieven zouden een aanzienlijke groei van het luchtverkeer in de huidige kabinetsperiode rechtvaardigen. Schiphol hoopt hiermee verder te kunnen. Dit voorjaar ontvouwde de directie een ‘ontwikkelingsplan’ dat voorziet in een verdubbeling van het aantal passagiers tot 85 miljoen in 2020/’25.

Maar zo eenvoudig liggen de zaken niet. Het is in het belang van Schiphol dat de discussie over zijn toekomst, voor zover die plaatsvindt, tot hanteerbare kwesties beperkt blijft. De gevolgen van een eventueel conflict over de wijze van meten en normeren van ernstige hinder en slaapverstoring door vliegtuiggeluid zijn voor Schiphol nog te overzien: de groep belanghebbende bewoners is relatief klein.

Anders wordt het wanneer in de discussie de alledaagse werkelijkheid in gemeenten als Amstelveen, Velsen, Nieuw-Vennep, Warmond, Leiden en Rijnsburg wordt betrokken. Ook in deze gebieden, die in meetanalyses vaak niet eens voorkomen, is voor veel mensen overlast van vliegtuigen een serieus onderwerp.

Het is verbazingwekkend en irritant hoe vaak, hoe laag en hoe luidruchtig vliegtuigen over komen. Ook hier worden mensen door vliegtuiglawaai gewekt. Een verdere toename van het aantal vluchten in de Randstadregio zou het leefklimaat van velen ingrijpend verslechteren.

Uiteraard wekt het totaalplan, dat Schiphol in staat zou stellen een ‘significante milieuverbetering’ te realiseren, bevreemding in het licht van het vraagstuk van klimaatverandering. Het besef dat maatregelen nodig zijn om het broeikaseffect tegen te gaan, dringt in vele geledingen van de maatschappij door. Nationaal en in Europa zijn doelstellingen geformuleerd om de uitstoot van kooldioxide terug te dringen. Schiphol heeft hier weinig mee op, gezien de gewenste groei van het aantal vluchten. Ook al zouden in de toekomst moderne vliegtuigen minder vervuilen, dan nog zal het altijd zo zijn dat 1200 ‘schone’ vluchten per dag meer zullen vervuilen dan bijvoorbeeld 800.

Schiphol is druk doende zich voor te bereiden op verdere expansie. Nu de luchthaven er nog niet in is geslaagd daadwerkelijk voldongen feiten te creëren, is het moment gekomen om de commerciële belangen van Schiphol af te wegen tegen de maatschappelijke belangen. De groei van Schiphol is vanuit maatschappelijk perspectief niet noodzakelijk. De luchthaven heeft zijn commerciële succes in belangrijke mate te danken aan het aantrekken van passagiers die Schiphol slechts gebruiken als overstapplaats. Het achterland dat Schiphol bedient is klein. Nederland zou zijn economische aandacht kunnen verplaatsen naar kennisintensieve, dienstverlenende sectoren die passen in een moderne, duurzame samenleving. De mogelijkheden van treinvervoer kunnen beter worden benut. Eventueel kunnen vluchten naar andere luchthavens worden verplaatst.

Het Rijk is als grootaandeelhouder van Schiphol geneigd zich te vereenzelvigen met de belangen van de luchthaven. Colleges van B en W, gemeenteraadsleden, Tweede Kamerleden en in elk geval milieuminister Cramer kunnen hun verantwoordelijkheid niet langer ontlopen: ze moeten de regie in handen nemen en het debat over de toekomst van Schiphol in al zijn facetten voeren. Niet Schiphol bepaalt de regels, dat doen politiek en samenleving.

Edwin van Rooyen is politicoloog. Hij woont in Oegstgeest.