Langer, makkelijker en gezonder leven: verheug je op een zonnige toekomst!

7.30 uur. De wekker piept. Een hardwerkende Nederlander komt uit bed en laat zijn blaas leeg klateren in de toiletpot. Na 1830 begint men in Londen met ondergrondse rioleringen, in 1910 in Amsterdam. Daarvoor deed men zijn behoeften gewoon op een pot, die daarna in een gracht werd leeg gekieperd. Na de oorlog komen rioolwaterzuiveringen , waardoor onze rivieren en andere wateren schoner worden.

7.31 uur. De centrale verwarming slaat aan. Tot in de jaren ’50 was het in de winter alleen lekker warm in de huiskamer, want daar stond de potkachel. In de rest van het huis kon het ijzig koud zijn. En een kachel gaf een groot risico op koolmonoxidevergiftiging.

7.33 uur. Even douchen. Elke dag douchen is de norm geworden, maar pas sinds de jaren ’60 hebben veel huishoudens een warme douche. Daarvoor was het één keer in de week in bad, vaak in een teil.

7.37 uur. Na het afdrogen wordt een schoon hemd uit de wasdroger gevist, die op de wasmachine staat. Vroeger liep je een week lang in dezelfde kleren, samen met je luizen en andere bewoners. Rond 1960 kreeg een meerderheid van de Nederlanders een wasmachine. De wasdroger werd pas gemeengoed na 2000.

7.44 uur. Snel de vuilniszakken buiten zetten. De gemeentelijke vuilophaal komt tijdens de industriële revolutie op gang, in de tweede helft van de negentiende eeuw. Lange tijd konden alleen rijkere mensen het ophalen van hun afval betalen. Daarvan getuigden de stinkende steegjes in de binnensteden. Bacteriële besmettingen lagen continu op de loer.

7.49 uur. Margarine en kaas uit de koelkast pakken voor het ontbijt. In de jaren ’60 werd de elektrische koelkast toegevoegd aan de standaarduitrusting van het Nederlandse huishouden. Eten kon nu beter gekoeld worden dan in een vochtige kelder of op het balkon en werd daardoor langer houdbaar. De kans op voedselvergiftiging daalde.

Bovenstaande veranderingen hebben onze levensverwachting sterk verlengd – meer nog dan de verbeterde medische zorg. In de steentijd kon de mens bij zijn geboorte op gemiddeld 19 levensjaren rekenen, in de Romeinse tijd op zo’n 22. Dit gemiddelde viel zo laag uit door een extreem hoge kindersterfte. In 1850 vlak voor de industriële revolutie, was onze levensverwachting gestegen naar 35. Inmiddels is dat ruim het dubbele: 79 jaar. In de afgelopen anderhalve eeuw hebben we dus meer vooruitgang geboekt dan in de duizenden jaren daarvoor! Basisvoorzieningen die het leven gemakkelijker, gezonder en langduriger maken, zijn voor iedere Nederlander bereikbaar geworden. Daarbij kunnen we ook steeds efficiënter met grondstoffen, water en energie omgaan. En slimme innovaties zullen ons leven blijven verbeteren. Daarom verheug ik me op de toekomst!

Kor Goutbeek

En deze hardwerkende Nederlander neemt afscheid van u, want dit is zijn laatste ‘roze bril’-bijdrage.