Kabinet moet lobbyen voor beter klimaat

Haalt het klimaatbeleid 2020?

Dat is nog maar de vraag want het kabinet is grotendeels afhankelijk van maatregelen vanuit Brussel.

De lat ligt hoog. Te hoog, vermoedelijk.

Het kabinet wil een stevig milieu- en klimaatbeleid voeren. „Onze ambitie is dat Nederland de komende kabinetsperiode grote stappen neemt in de transitie naar één van de duurzaamste en efficiëntste energievoorzieningen in Europa in 2020”, aldus het coalitieakkoord tussen CDA, PvdA en ChristenUnie.

Zal dat lukken? De kans is groot dat de Europese Unie niet de maatregelen neemt waar het kabinet op rekent. Bijvoorbeeld om auto’s zuiniger en schoner te maken. Of om apparaten en verlichting efficiënter te maken.

Het kabinet streeft naar een energiebesparing van 2 procent per jaar; een verhoging van het aandeel duurzame energie tot 20 procent in 2020; en een reductie van de uitstoot van broeikasgassen, bij voorkeur in Europees verband, van 30 procent in 2020 ten opzichte van 1990. Maar het is „onzeker” of het kabinet deze doelen zal halen, zegt zowel het Energie Onderzoek Centrum (ECN) in Petten als het Milieu- en Natuur Planbureau (MNP) in Bilthoven.

Het kabinet zet in op energiebesparing in eigen land en op energiezuinige gebouwen. Daar worden forse effecten van verwacht. Maar het kabinet leunt bij energievoorziening en industrie zwaar op de Europese Unie. Wat doen we als het beleid vanuit Brussel minder ambitieus is dan verwacht? ECN-onderzoeker Marijke Menkveld: „Nederland is voor ruim de helft afhankelijk van Europese maatregelen.” MNP-onderzoeker Joop Oude Lohuis: „Er wordt een sterke wissel getrokken op een ambitieus Europa. Het is onzeker of er op tijd krachtige maatregelen komen. Zelfs als we uitgaan van een minder ambitieus scenario, zou dat voor de EU al een trendbreuk betekenen.”

Het zou het kabinet sieren, zeggen ze, als er meer wordt gewerkt in Brussel. In een doorrekening van het kabinetsbeleid schrijft ECN: „Het verdient aanbeveling om via gerichte klimaatdiplomatie ertoe bij te dragen dat de Europese plafonds en normen streng worden.”

Oude Lohuis: „De paragraaf over de Europese klimaatdiplomatie in het werkprogramma van het kabinet is erg dun. Er valt veel te winnen voor Nederland als in Brussel actief coalities met andere landen worden gesloten rond emissiehandel, hernieuwbare energie en energiebesparing. Het beleid wordt steeds minder in Den Haag gemaakt.”

Wat te doen als Europa terugdeinst voor het opleggen van strenge normen? Menkveld: „We weten allemaal hoe het gaat. Alle lidstaten mogen daarover hun zegje doen. En de industrie is in Brussel nadrukkelijk aanwezig.” Wat als bijvoorbeeld Duitsland met z’n auto-industrie het opleggen van strengere normen blokkeert? Menkveld: „Dan ontbreekt het aan nationale alternatieven.” Oude Lohuis: „Het kabinetsprogramma voorziet niet in reservemaatregelen op nationaal niveau. Er is geen back-up.” Marijke Menkveld: „Je zou in dat geval de verkoop van zuinige auto’s fiscaal nog veel verder kunnen stimuleren. Ja, daar klinkt dan meteen kritiek op. Maar hoe moet je anders die doelen halen? Er lijkt in Nederland weinig besef te zijn hoe stevig de doelstellingen zijn.”

Neem de ambitie van zowel het kabinet als de Europese Commissie om in 2020 de emissies van broeikasgassen met 30 procent te hebben teruggedrongen vergeleken met 1990. Veel zal daarbij afhangen van de emissiehandel voor bedrijven. De emissies zullen alleen fors dalen als in de markt een hoge prijs voor CO2 moet worden betaald, bijvoorbeeld 50 euro per ton.

Daar is nu nog geen sprake van. Menkveld: „Wij horen van de industrie toch vooral geluiden dat de emissiehandel geen factor van betekenis is. Daarvoor zijn de prijzen te laag, en bovendien fluctueren ze sterk.”

Als voorbeeld geeft MNP-onderzoeker Oude Lohuis de bouw van kolengestookte elektriciteitscentrales. De milieubeweging heeft kritiek op het besluit van het kabinet om deze bouw toe te staan. Minister Cramer (VROM, PvdA) gebruikt als argument onder meer dat CO2 wordt opgeslagen en dat bedrijven dit doen vanuit een Europees marktconform milieubeleid.

Toch is het niet zeker dat die opslag er komt. Oude Lohuis: „In een van onze scenario’s wordt de prijs van CO2 per ton ongeveer 20 euro. In dat geval is het voor bedrijven niet aantrekkelijk om CO2-opslag toe te passen. Wij hebben berekend dat het opslaan van CO2 pas echt interessant wordt voor bedrijven bij een prijs vanaf 50 euro per ton.”

Zal de prijs stijgen? Dat is de vraag. Om daar zeker van te zijn, zou Nederland zélf maatregelen moeten nemen. Oude Lohuis: „Als stok achter de deur.” Menkveld: „Als het kabinet de doelstellingen wil halen, moet het zeggen: die 50 euro per ton komt eraan, hoe dan ook, en als het Europese systeem van emissiehandel niet streng genoeg zal zijn, nemen wij het over. Dát zou een krachtig en consistent signaal zijn.”

In de analyses van het kabinetsbeleid en de alternatieven daarvoor van GroenLinks en D66 wordt voorgesteld de wet te wijzigen en daarmee een maximum stellen aan emissies. Het kabinet zou het gebruik van kolen kunnen belasten. Het kabinet zou bedrijven een belasting op energie kunnen opleggen. Consumenten betalen omgerekend nu 100 euro per ton CO2, twee keer zo veel als bedrijven op z’n minst zouden moeten opbrengen.

Menkveld: „Zo’n belasting voor de industrie is geen populaire maatregel. Er wordt dan gezegd dat de internationale concurrentiepositie wordt geschaad. Maar ja, als het dit kabinet menens is met het klimaatbeleid, zal je het moeten overwegen. Het is allemaal nogal mager op dit moment. Er wordt alleen maar een onderzoek gestart naar de mogelijkheid van zo’n belasting. Een slappe opstelling.”

Lees de geschiedenis van het klimaatdebat op nrc.nl/klimaat