Hoe we sterven als we dement zijn

,,Toen begon voor mij allerlei verwarring te ontstaan van hoe of wat,” zegt de verpleeghuisarts tegen de vrouw van zijn demente patiënt. De verwarring van hoe of wat gaat over de verklaringen van de patiënt, in betere tijden gedaan, ten aanzien van zijn wensen om behandeld te worden als hij ooit dement zal zijn. Hij wilde dat destijds niet. Zijn vrouw, die duidelijk van hem houdt, al is de man die daar nu in bed ligt of een paar stapjes doet en in de lucht hapt als een vis op het droge, niet bepaald meer dezelfde als haar man van ooit, wil zich aan die verklaringen houden. Maar de verpleeghuisarts is er niet zo zeker van of de man er ook nog zo over denkt – als je van samenhangend denken kunt spreken. Of dat kan, weet eigenlijk ook niemand.

Het is een situatie waarin verwarring voor de hand ligt. Het was gisteravond te zien in Tegenlicht, dat al weken bezig is met een serie over ‘Harry Holland’ als belichaming van de Nederlandse identiteit. De reeks gaat over van alles, over wat welke Nederlanders kopen in welke supermarkten, hoe we bouwen, hoe Nederlands onze troepen in Afghanistan precies zijn. En nu ging het dus over hoe we sterven. Hoe we sterven als we dement zijn en al ruim tien jaar in een verpleeghuis wonen en een euthanasieverklaring hebben uit 1983. En als we dan ineens een infectie krijgen aan ons been en de vraag is of we daaraan behandeld moeten worden, wat we dán doen. Daar ging het over.

Wel een erg specifiek geval zou je zeggen, maar het liet inderdaad veel zien van de zeer Nederlandse overwegingen en de discussies die dan ontstaan. De vrouw van de zieke en demente man barstte in een wanhopige huilbui uit toen ze begon te vermoeden dat men haar man verder zou gaan behandelen, misschien zelfs zou opereren aan dat been: ,,Ik wil dat het voor mijn man tot een einde komt. Voor hem!” riep ze heel invoelbaar.

Maar de verpleeghuisarts en het hoofd van de instelling hadden ook een zeer verdedigbaar standpunt: de man zelf gaf, hoe vaag hij ook leek, wel consistent te kennen dat hij niet dood wilde. ,,Nee,” schudhapte hij elke keer als hem de consequentie van niet-behandelen werd voorgelegd. En toen hij zijn vroegere euthanasieverklaring onder ogen kreeg, maakte hij een gebaar van verscheuren. ,,Doe het maar”, zei het hoofd van het verpleeghuis. Hij deed het.

Dat is duidelijk genoeg. Zijn vrouw heeft in haar hoofd haar eigen man, de vroegere, die dit nooit gewild zou hebben. De magere hulpeloze stakker die ze daar in bed ziet liggen, is geen verschijningsvorm waarvan zíj zich kan voorstellen dat haar man die ooit zou hebben willen belichamen.

Je weet niet wat er in andere mensen hun hoofden omgaat. Je weet niet waar en hoe de levenswil de kop op zal steken, welke minimale vorm van bestaan je ooit de moeite waard zal vinden. Het perspectief is ook verschillend: de vrouw ziet voor zich wat de man te wachten staat, of hijzelf een langere-termijnperspectief heeft, is maar de vraag. Hij weet alleen dat hij nú niet dood wil. En dus wordt hij behandeld.

In Dokument: Een nieuw thuis zagen we andere bejaarden, ook gedeeltelijk dementerend, die in een tehuis gingen wonen, in een soort groep op een verdieping met een gemeenschappelijke woonkamer en allemaal een eigen slaapkamer. De nog helemaal niet demente vrouw van een blinde en geestelijk niet meer helemaal volwaardige man, had het er het moeilijkst mee. Daar zat ze dan, uit haar eigen huis, met een man die vaak niet aardig tegen haar was. Dat was nu juist de reden, zeiden haar dochters tegen haar, hier kun je hulp vragen als hij onhandelbaar is, hier kun je dat overdragen aan de verpleging, het zal minder zwaar voor je zijn. De vrouw hield zich bewonderenswaardig, maar wat een opgave. Zou ze overwogen hebben om haar man alleen te laten gaan?

Je moet heel moeilijke beslissingen nemen als je oud bent.