‘Het is flink mis tussen Unilever en zijn personeel’

Werknemers staken morgen tegen het beleid van Unilever: het bedrijf wil drie fabrieken in Nederland sluiten. Volgens het personeel is dat niet nodig. Vakbondsleider Vermaat van FNV Bondgenoten vindt Unilever chaotisch en hard.

Als de fabriek van Calvé-pindakaas in Delft nog even staakt, krijgt Nederland een tekort aan dit broodbeleg. Mogelijk moeten supermarkten al deze week ‘nee’ verkopen aan hun klanten.

‘Nee’ is ook de leuze van de stakers morgen bij de landelijke actie van de vakbonden om banen te behouden bij levensmiddelenbedrijf Unilever (Ola, Omo, Knorr, Dove).

Twee weken geleden maakte Unilever bekend drie van de zes fabrieken in Nederland volgend jaar te sluiten, terwijl bonden stellen dat de fabrieken goed draaien. De animo om te staken is extra groot, omdat ook de onderhandelingen over een nieuwe cao onlangs werden afgebroken.

Bestuurder Lucas Vermaat van FNV Bondgenoten heeft al lange tijd geen vertrouwen meer in de leiding. „Unilever is in paniek, omdat de omzet al zeven jaar te weinig groeit. De Calvé-fabriek uit 1884 heeft bijvoorbeeld altijd prima gedraaid. Nu moet hij dicht, omdat een idioot die er twee jaar zit dat opeens vindt.”

Unilever zegt dat de drie fabrieken een te lage productiviteit hebben.

Vermaat: „Unilever heeft nog niet zo lang een rekencentrum in het Zwitserse Schaffhausen. Die afdeling bepaalt waar de kosten en baten van fabrieken worden geboekt. Zo leggen ze de kosten van een extra productie bij ons neer, maar de winst daarvan gaat weer naar Schaffhausen.”

Waarom doen ze dat?

„De omzet in Europa groeit niet meer en ze willen nu alles richten op Azië. Dus creëren ze argumenten om sluiting van tientallen fabrieken in Europa erdoor te drukken. Terwijl die fabrieken in Nederland heel efficiënt draaien. Unilever is in de problemen gekomen door de opkomst van huismerken en de uitbesteding van taken, maar ook door de Europese bundeling. Daardoor is de interne communicatie heel slecht. Soms geeft ‘Schaffhausen’ bijvoorbeeld opdracht om een bepaalde grondstof in te kopen, terwijl er ergens in Europa in een Unileverpakhuis tonnen van dat spul liggen.

„Unilever spekt de winst nu met kortetermijnmaatregelen. Zo hebben ze veel uitzendkrachten, zodat ze snel van hun personeel afkunnen als ze reorganiseren. En ze hebben vorig jaar 50 miljoen euro bespaard door niet hun bijdrage in het pensioenfonds te storten. Ook verdienen ze tientallen miljoenen met de verkoop van bedrijfsterreinen als de fabrieken zijn gesloopt.

„Het enige wat ze nu doen is productie verplaatsen, cashen, en het geld aan de aandeelhouders geven. Puur afbraakbeleid.”

Is er een alternatief voor de reorganisatie?

„Met een adviesbureau hebben we plannen opgesteld, waarmee de fabrieken in Nederland goed winstgevend open kunnen blijven. Unilever heeft geen kostenprobleem, maar een groeiprobleem. Omdat ze er niet in slagen te groeien, snijden ze in de uitgaven. Bovendien heeft verlaging van de loonkosten nauwelijks effect. Loon vormt maar 3 procent van de totale kosten per eenheid product.

„Unilever moet beseffen dat het geld kost om te innoveren en om te investeren in personeel. Het management weigert echter om over ons plan te praten. Het is flink mis tussen Unilever en zijn personeel.

„Dat komt ook omdat ze al jaren horen dat fabrieken open blijven en er geld komt voor innovatie, als de fabrieken nóg efficiënter werken. Die bezuiniging word dan met grote inzet van het personeel behaald, maar vervolgens komt Unilever zijn beloften niet na.”

Jullie houden morgen een demonstratie in Rotterdam. Wat zijn de eisen?

„Uitvoering van de banenplannen van de ondernemingsraad en intrekken van de voorstellen van Unilever voor een nieuwe cao. We willen voor iedereen een baangarantie van drie jaar.

„In het streven naar winstmaximalisatie gaat Unilever, maar ook andere bedrijven, voorbij aan het langetermijnbelang van werknemers. FNV Bondgenoten vindt het onaanvaardbaar dat fabrieken sluiten voor winstmaximalisatie, zonder dat werknemers iets kunnen doen. Aandeelhouders en managers zijn vaak slechts enkele jaren bij het bedrijf betrokken. Hun plannen dienen dus vaak de korte termijn, en de werknemers blijven met de brokken zitten.”