‘Er was brand. Het is gebeurd’

Schilder Armando reageert rustig en bescheiden op de brand in het Armando Museum. „Dat al die bruiklenen zijn vernietigd vind ik nog het ergste.”

Sandra Smallenburg

Armando is er zelf vrij rustig onder dat een deel van zijn levenswerk gisteren in vlammen op is gegaan. „Ik ben niet zo iemand die snel schrikt”, zegt hij gelaten. „Er was een brand. Het is gebeurd. Het heeft toch geen zin me daarover op te winden.”

Hij is ook niet gaan kijken, gisteren, toen het nieuws hem bereikte over de brand in de Elleboogkerk in Amersfoort, waar het Armando Museum is gevestigd. „Ik ben niet meer zo goed ter been. En wat moet ik daar? Naar een gat kijken waar het museum eens zat? De boel is toch afgezet.”

Armando (pseudoniem van H.D. van Dodewaard), is een van de meest gevierde schilders van ons land. Hij behoorde tot de Nederlandse Informele Groep (1958-1960) en de Nulgroep (1960-1965) en werd bekend met assemblages van alledaagse voorwerpen als klinknagels, prikkeldraad en autobanden. Eind jaren zestig begon hij, op basis van persoonlijke ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog, met het schilderen van landschappen die hij als ‘schuldig’ bestempelde. De bomen waren, zo zei de schilder, getuige geweest van oorlogsgruwelen.

Volgens Armando gingen negentien van zijn schilderijen, waarvan vier van bruikleengevers, verloren bij de brand. Daarover zegt de 78-jarige kunstenaar: „Dat ruimt lekker op.”

Wat hem veel zwaarder raakt is dat er onvervangbare kunstwerken van zijn collega’s in rook zijn opgegaan.

In Amersfoort was in het kader van het tienjarig jubileum van het museum net de tentoonstelling In het woud geopend, met door het bos geïnspireerde kunstwerken van oude meesters als Jacob van Ruysdael en Hercules Segers, naast hedendaagse grootheden als Luc Tuymans en Anselm Kiefer. „Dat al die bruiklenen zijn vernietigd vind ik nog het ergste”, zegt Armando. „De hele tentoonstelling is in één klap weggevaagd. Er hing grafiek van Dürer, die is nu nooit meer te zien. Zo’n schilderij van Hercules Segers is echt onvervangbaar. Dat hakt er wel even in.”

Ook het archief van het Armando Museum, dat was gewijd aan het bewaren van persoonlijke documenten van de schilder, is verloren gegaan. De eigen collectie is wel deels bewaard gebleven. Of het museum elders door zal gaan, durft de kunstenaar nog niet te zeggen. „De brand is nog zo vers. Ik kan het alleen maar hopen.”

Gisteren heeft Armando de hele dag de pers te woord gestaan. Maar vandaag wil hij weer gewoon aan de slag. Hij gaat nog iedere dag naar zijn atelier. „Ik schilder gewoon door. Wat moet ik anders?”

Brand: pagina 11