Een kudde schapen

Schrijver Arnon Grunberg reist voor de tweede maal door Afghanistan met de Nederlandse troepen. In deel elf: „Dit land is een gebed zonder end.”

De Bushmaster, een grondig gepantserd voertuig, waarin we nu enkele dagen rondrijden, doet ook dienst als camper. Naast een voorraad munitie bevindt zich een elektrische waterkoker. Als we stilstaan, voornamelijk om de PRT-ers (Provinciaal Reconstructie Team) te beveiligen, zet de commandant van het voertuig, sergeant Edwin, een bakje koffie.

Een jeugdige officier laat uit Nederland zakjes noedels komen die je alleen maar hoeft onder te dompelen in kokend water. Het begint lekker te ruiken in de Bushmaster. „De saus is niet meer goed,” zegt de officier, „maar de noedels zijn zo ook heerlijk.”

Als alle noedels zijn opgeslurpt, klimmen we op het dak van de Bushmaster. Van alle momenten dat er niet op je wordt geschoten, moet je genieten.

„Kijk,” roept de jeugdige officier, „een Afghaans bordeel.”

Ik zie een kudde schapen.

Laat in de middag arriveren we op het kamp. Alles zit onder het stof, het komt uit onze neus, onze oren, onze ogen, en ik vermoed ook onze anus.

Een majoor zal tegen me zeggen: „Je moet één ding weten, we zijn anaal ingesteld.”

Wat ik ook heb meegemaakt op patrouille, er is niet op mij geschoten. Daarom ga ik op zoek naar militairen die dat wel hebben meegemaakt.

Op het terras van het jeugdhonk van dit kamp, Echos genaamd, vind ik korporaal Jeroen. Een aardige jongeman met een baardje. Veel militairen laten hier een baard staan. Het schijnt dat sommige leden van speciale eenheden om redenen die zich laten raden baarden laten staan en zo stoer willen andere militairen ook zijn.

„Het heilig doel is zover mogelijk te komen zonder gezien te worden,” zegt de korporaal.

Hij drinkt een colaatje.

„Een keer stonden we in een konvooi en we zagen een auto naderen die een stopsignaal negeerde, dus mijn maat schiet. De chauffeur had zo’n inschot en zo’n joekel van een uitschot.”

Inschot is de plek waar de kogel het lichaam penetreert, uitschot is de plaats waar de kogel het lichaam weer verlaat.

„We hebben hem naar het ziekenhuis gebracht en daar hebben ze hem dichtgenaaid. Het is een beetje raar dat ze in ons ziekenhuis de mensen dichtnaaien die wij overhoop hebben geschoten.”

Even is het stil, dan zegt de korporaal: „Ik zou best vooruit willen voor volk en vaderland en hare majesteit, maar dit land hier is een gebed zonder end.”

Op de muur van een wc lees ik: ‘Lood zegt meer dan duizend woorden.’