Duitse overheid verliest grip op VW

Via de zogeheten Volkswagenwet kon de Duitse regering sinds 1960 invloed uitoefenen op de grootste autofabrikant van het land. Van links naar rechts: Helmut Schmidt, bondskanselier van 1974 tot 1982, in 1978 op bezoek bij een Volkswagen-fabriek in Nigeria. Helmut Kohl (1982-1998) in 1996 bij Volkswagen in Mexico. Gerhard Schröder (1998-2005) in 2002 bij Volkswagen in Brazilië. En Angela Merkel (vanaf 2005) eerder dit jaar op de stand van Volkswagen op de autoshow van Frankfurt (foto). Foto’s Ullstein Bild, AFP German Chancellor Angela Merkel sits in a Volkswagen UP prototype as Volkswagen CEO Martin Winterkorn kneels in front of her when she visited the VW stand during the opening day of the 62nd International Motor Show (IAA) in Frankfurt 13 September 2007. AFP PHOTO DDP/TORSTEN SILZ GERMANY OUT AFP

De Duitse autofabrikant Volkswagen (VW) raakt zijn bijzondere beschermingsconstructie kwijt. Deze ‘Volkswagenwet’ vormt een ontoelaatbare beperking van het vrije kapitaalverkeer in de Europese Unie.

Dat heeft het Europees Hof van Justitie in Luxemburg vanmorgen bepaald. De beschermingsconstructie bevoordeelt de twee publieke aandeelhouders, de Duitse regering en de regering van de deelstaat Nedersaksen, de thuisbasis van Volkswagen. Daarvoor bestaan volgens het Hof geen dwingende redenen van algemeen belang. De uitspraak betekent dat de Volkswagenwet moet worden aangepast.

De uitspraak betekent een overwinning voor grootaandeelhouder Porsche, die een belang van 31 procent in VW heeft. Porsche streeft naar meer zeggenschap over VW, maar ziet dat tot nog toe smoren in de beschermingswal.

De Volkswagenwet dateert van 1960. Toen sloten vijf partijen (Bondsregering, deelstaatregering Nedersaksen, werknemers, vakbonden en kleine spaarders), die alle meenden eigenaar te zijn van het merk Volkswagen, een compromis. Dat akkoord werd vastgelegd in een speciale wettelijke regeling.

Na klachten kwam de Europese Commissie in 2003 tegen de Volkswagenwet in het geweer. Brussel stoorde zich aan drie zaken:

de beperking van de stemrechten tot 20 procent van het kapitaal, ook als aandeelhouders een groter belang bezitten

de twee commissarissen die Duitsland en Nedersaksen elk mogen aanwijzen zolang zij aandeelhouder zijn

de vereiste meerderheid van 80 procent van de stemmen om op een aandeelhoudersvergadering besluiten te kunnen nemen (normaal is dit in Duitsland 75 procent).

Volgens het Hof bieden deze bepalingen de publieke aandeelhouders (Duitsland en Nedersaksen) de mogelijkheid een grotere invloed uit te oefenen op Volkswagen dan beide redelijkerwijs toekomt. Dit kan directe investeerders uit andere lidstaten ontmoedigen en dat is in strijd met de beginselen van het vrije kapitaalverkeer in de EU.