Diplomaat wint vijf miljoen

Oud-president Chissano van Mozambique was eerlijker dan veel van zijn collega’s.

Prijzengeld moet politici weerhouden van corruptie.

De voormalige president van Mozambique, Joaquim Chissano, was gisteren niet bereikbaar, toen bekend werd dat hij de Mo Ibrahim Prize for Achievement in African Leadership kreeg. Hij zat in het zuiden van Soedan, ver van fax en telefoon, te onderhandelen met de strijdende partijen in buurland Oeganda, zoals dat ‘de diplomaat der diplomaten’ past.

Chissano’s verrichtingen als speciale VN-afgezant, als ex-voorzitter van de Afrikaanse Unie, als onderhandelaar in de crises in Ivoorkust, in Burundi, de Democratische Republiek Congo, maar vooral als vredesstichter in zijn geboorteland Mozambique zijn zo prijzenswaardig, dat hij er vijf miljoen dollar (3,5 miljoen euro) mee heeft verdiend, vindt multimiljonair Ibrahim. Chissano was de absolute favoriet op het korte lijstje van gepensioneerde Afrikaanse leiders.

Is dat verdiend? „ Wij kennen Chissano te goed om hem pluimen op zijn hoed te zetten”, zegt de Mozambikaanse schrijver Mia Couto aan de telefoon vanuit de hoofdstad Maputo. „Maar hij verdient erkenning. Niet voor zijn persoon misschien, maar voor zijn houding.”

Joaqim Chissano was de leider die een land in burgeroorlog erfde toen de populaire president van Mozambique, Samora Machel, in 1986 om het leven kwam bij een vliegtuigongeluk. Dat was waarschijnlijk het werk van het blanke apartheidsregime in Zuid-Afrika, dat de rebellenbeweging Renamo in Mozambique steunde. Chissano was zachtaardiger dan de strijdvaardige marxist Machel, die de Koude Oorlog in zijn achtertuin met overtuiging uitvocht. Chissano onderhandelde en sloot in 1992 vrede met de rebellen en schreef verkiezingen uit. Chissano opende de grenzen voor buitenlandse bedrijven, zei vaarwel tegen het marxisme. Chissano was bereikbaar voor de pers, verwelkomde hun kritiek. „Een vriend van persvrijheid”, zoals de journalist en schrijver Paul Fauvet hem noemt. „Hij sloot niemand op. Hij stond open voor alles en iedereen.”

Chissano botst wat dat betreft met alle clichés die er van Afrikaanse leiders bestaan. Hij roofde zijn land niet leeg, zoals Mobutu en andere leiders van grondstoffenproducerende landen in Afrika. Dat kon ook niet, al wat de grond in Mozambique te bieden heeft zijn cashewnoten. Chissano schond geen mensenrechten, zoals zijn Zimbabweaanse buurman Robert Mugabe, ook al zijn de twee wel boezemvrienden. Chissano zag macht niet als persoonlijk eigendom, en stapte vrijwillig op in 2004. Hij was toen wel achttien jaar president geweest.

Maar voorbeeldig was hij zeker niet. Onder Chissano groeide Mozambique uit tot een toevluchtoord van criminelen en de handel in auto’s, drugs, wapens en vrouwen. Onder de vrijheid van Chissano woekerde de corruptie. Geprivatiseerde banken werden geplunderd door een elite, dicht bij de regering. En toen de journalist Carlos Cardoso opschreef wie daar allemaal rijk van waren geworden, werd hij in 2000 vermoord. Chissano’s zoon, Nyimpine, zou de moordenaars een betaalcheque hebben onderhandeld. Zijn medeplichtigheid aan de moord is nooit bewezen.

Onder Chissano kwam de corruptie zijn kabinet binnen, ministers werden verdacht, maar de president deed niets. Het is deze houding van ‘deixa andar’ (laat maar waaien) die hem de laatste jaren van zijn presidentschap werd verweten. Chissano’s sterke kant is zijn zwakke kant: de diplomaat die nooit ingreep.

Past zo’n president een geldprijs? „Chissano is geen arm man”, weet Paul Fauvet. „Als het geld verdwijnt op zijn persoonlijke bankrekening, lijkt me dit een bijzonder slecht idee.” Zou Mobutu minder hebben gestolen, als hij nog geleefd had in de tijd van de Mo Ibrahim Award? Op die vraag moet je niet te snel ‘nee’ zeggen, vindt Mia Couto. „Alles heeft een prijs tegenwoordig. Afrikaanse leiders stelen om voor hun familie te zorgen. Alleen politiek stelt je als leider in staat om rijk te worden. Mo Ibrahim wil kwaad met geld bestrijden. Ik zeg: waarom niet?”

Bekijk Mo Ibrahims site: www.moibrahimfoundation.org