De verloedering van de rechtsstaat Italië

Verdachten komen in Italië vrijwel nooit naar hun rechts-zaak. Waarom zouden ze ook? Ze worden toch bijna nooit veroor-deeld, zegt aanklager Bruno Tinti. En als ze wel straf krijgen, ontspringen ze vaak de dans.

Een gerechtelijk onderzoek naar zwendel met Europese subsidies leidt tot grote spanning in de Italiaanse regering. Premier Romano Prodi en minister van Justitie Clemente Mastella zijn twee van de onderzochte personen. Dezelfde Mastella besloot zaterdag de openbare aanklager van het onderzoek af te halen. President Giorgio Napolitano moest gisteren ingrijpen. Hij zei er persoonlijk voor in te staan dat het recht zijn loop kan hebben.

Maar de geblokkeerde officier van justitie Luigi De Magistris sprak zelf van „het einde van de rechtsstaat”. „Wanneer je als openbaar aanklager drugszaken, of mensensmokkel aanpakt, krijg je complimentjes en gelukstelegrammen, maar als je de autoriteiten en machthebbers onderzoekt word je geïntimideerd.”

De Turijnse officier van Justitie Bruno Tinti trekt in zijn net verschenen boek Toghe Rotte (Gescheurde Toga’s) vergelijkbare conclusies. Tinti is gespecialiseerd in witteboordencriminaliteit. Na veertig dienstjaren heeft hij alle vertrouwen in de rechtspraak verloren. „De wanhoop gezeten achter een schrijftafel”, zo zegt hij zich desgevraagd te voelen als hij de rechtszaal betreedt.

Tinti besloot een boek open te doen over alle misstanden in de Italiaanse rechtspraak. Een schokkend, ongelooflijk en soms lachwekkend relaas. Over inefficiënte en soms corrupte rechters en aanklagers. Over destructieve rechtsprocedures die tot jaren vertraging en verjaring leiden. Over rijken die vrijuit gaan en armen die de cel indraaien. Over een land waar geen rechtszekerheid bestaat, omdat velen dat niet willen.

Tinti: „Miljardenbedrijven als Mediaset van Silvio Berlusconi of Fiat kunnen volgens de wet voor tientallen miljoenen frauderen zonder ook maar een strafproces te riskeren. Maar wie namaaktassen van Louis Vuitton verkoopt, kan rekenen op 1 tot 6 jaar straf.”

Op de muren van elke rechtszaal in Italië staat: ‘De wet is gelijk voor iedereen’. Maar volgens Tinti is dit nooit zo geweest en is het de afgelopen vijftien jaar steeds minder het geval.

De operatie ‘Schone Handen’, waarbij corrupte politici, ondernemers en ambtenaren begin jaren negentig werden vervolgd, is zijns inziens mislukt. „Ze bracht niet de gedroomde afrekening met corruptie, maar stond aan de basis van nog meer rechteloosheid.”

Slechts twee procent van de destijds voor corruptie veroordeelde personen belandde uiteindelijk in de cel, zo blijkt uit een ander deze maand verschenen boek,La corruzione in Italia van Piercamillo Davigo, raadsheer aan het Hof van Cassatie, de hoogste Italiaanse appèlrechter. Veel corruptieverdachten zijn niet eens veroordeeld, omdat hun zaken verjaarden. Iets wat volgens Tinti nog altijd in 95 procent van de rechtszaken gebeurt.

„Een proces tot aan het Hof van Cassatie duurt minstens 6,5 jaar en vaak 10 jaar. Vrijwel alle delicten verjaren binnen die termijn. Alleen de armoedzaaiers weten hun zaak niet zo lang te rekken en draaien de cel in. Voor de rijken staan horden advocaten klaar. Rome alleen al heeft er meer dan heel Frankrijk. Als je hen goed betaalt, loodsen ze je richting verjaring van je delict.”

In zijn boek somt Tinti de concrete gevolgen van de juridische verloedering op. „Elke vorm van milieucriminaliteit, maar ook boekhoudkundige fraude, belastingontduiking, alle delicten met betrekking tot mishandeling in de familie, valse getuigenissen, bedrog, benadeling van de staat: al deze delicten en te veel andere om op te noemen zullen nooit worden bestraft, als de verdachten genoeg geld hebben om hun advocaat het proces te laten rekken.”

De openbaar aanklager gaat nog verder: „Van vrijwel iedereen die tot zes jaar is of wordt veroordeeld voor een delict dat vóór mei 2006 is gepleegd, komt niemand meer achter de tralies terecht.” Reden is de gratie die de regering-Prodi in de zomer van 2006 verleende aan iedereen die tot drie jaar cel was of zou worden veroordeeld.

De gratie was bedoeld om de overvolle gevangenissen te ontlasten. Maar om een parlementaire meerderheid te krijgen, moest ze ook gelden voor alle processen die nog liepen. Vrijwel iedereen die tot zes jaar wordt veroordeeld ziet zijn straf daardoor nu verminderd met drie jaar. De overige drie jaar kan men om laten zetten in dienstverlening.

Cesare Previti is een van de velen die hiervan profiteerde. Deze ex-minister van Defensie en vriend van Berlusconi heeft in dienst van de ex-premier rechters omgekocht en werd tot zes jaar veroordeeld.

De eerste maanden zat Previti uit in zijn luxeappartement in hartje Rome, bij wijze van huisarrest. Hij bleef aanvankelijk zelfs aan als parlementariër, net als 23 andere veroordeelde parlementariërs die niet willen vertrekken. Inmiddels kan hij gaan waar hij wil, omdat hij bij wijze van taakstraf af en toe jonge drugsverslaafden bijstaat.

De aanstichters van de Parmalat-affaire zullen volgens Tinti ook hun celstraf ontlopen. En dat terwijl ze in 2003 door boekhoudfraude en steekpenningen een gat van 12 miljard euro achterlieten bij de melkmultinational en honderdduizend Italiaanse spaarders dupeerden.

Tinti: „De politiek heeft de afgelopen vijftien jaar vele wetten aangenomen die bedoeld waren om de rechtsgang niet te laten functioneren; aanpassingen die van corruptie verdachte politici hun straffen hielpen te ontlopen.”

Tot dezelfde conclusie komt Piercamillo Davigo. Over corruptiebestrijding zegt hij: „Als er niks verandert zal zij sterven, omdat niemand heeft gewild dat ze in leven zou blijven.” Volgens Davigo worden er nog net zoveel steekpenningen betaald als ten tijde van Tangentopoli, het corruptieschandaal van begin jaren negentig.

Zowel links als rechts zijn volgens Tinti verantwoordelijk voor de chaos. Maar kampioen juridische kaalslag is Silvio Berlusconi, die in 1994 en tussen 2001 en 2006 premier was en die, als er nu verkiezingen zouden worden gehouden, volgens alle peilingen weer aan de macht zou komen.

Tinti somt de wetten op die Berlusconi en veel rijke en machtige landgenoten hielpen ontsnappen aan berechting. Zo was er de wet die de premier tijdelijk immuniteit bood, totdat deze ongrondwettelijk werd verklaard door het Constitutionele Hof. Dankzij deze wetswijziging wist Berlusconi tijd te rekken en te ontkomen aan vervolging wegens omkoping van rechters.

Berlusconi ontnam het openbaar ministerie ook de mogelijkheid om beroep aan te tekenen als een verdachte werd vrijgesproken. Verder halveerde zijn regering de verjaringstermijn van veel delicten, waaronder corruptie. Een maatregel waar veel van zijn vrienden van profiteerden, maar waardoor de zekerheid van straf vrijwel verdween.

Berlusconi’s regeringen tekenden ook voor de wet die vervolging van boekhoudkundige fraude vrijwel onmogelijk maakte. Voor rijke Italianen creëerde Berlusconi de mogelijkheid om in het buitenland verborgen zwart kapitaal tegen een kleine betaling legaal naar Italië te halen. Naar de herkomst werd niet gevraagd. Tinti: „Zo werden miljarden aan crimineel en zwart geld, onder andere uit drugs- en wapenhandel, gewit.”

Kortom, wetsovertreders zagen zich gesteund door Berlusconi, terwijl justitie het met steeds minder geld moest doen. Vacatures werden niet opgevuld, defecte kopieerapparaten bleven kapot. Het is zelfs moeilijk onroerend goed of auto’s in beslag te nemen, omdat er geen geld is om ze in bewaring te nemen. Uit armoede wordt het toezicht op het geconfisqueerd eigendom nu vaak toevertrouwd aan de oorspronkelijke eigenaar – de verdachte.

Tinti had al zijn hoop gevestigd op de regering-Prodi. Maar die heeft nog geen van de wetten die Berlusconi invoerde teruggedraaid. De huidige minister van Justitie, Clemente Mastella, zei vorige week op tv in reactie op Tinti’s aanklacht: „U zit al veertig jaar in het vak, ik ben pas anderhalf jaar minister.”

Mastella zet zich intussen wel volop in om een officier van justitie over te plaatsen die voor Prodi en hemzelf riskant onderzoek doet. Ook pleit hij voor beperkingen op het aftappen van telefoons van verdachte politici, ondernemers en ambtenaren, terwijl juist deze tabs veel misstanden aan het licht brengen.

Tinti: „Ook veel politici van de huidige coalitie onttrekken zich blijkbaar liever aan een eerlijke rechtsgang.” Hij is teleurgesteld over de inertie van de regering-Prodi. „Al zou Prodi het systeem willen veranderen, het zou hem niet eens lukken, omdat hij over een te beperkte meerderheid in de Senaat beschikt. Prodi had beloofd de schandalige wetten van Berlusconi terug te draaien. Maar uit lijfbehoud probeert hij het niet eens.”

In de media krijgt Tinti’s boek summier aandacht. Wel was hij samen met minister Mastella in het tv-programma Porta a Porta. Maar daar werd hij slachtoffer van een creatief staaltje van censuur: zijn boek bleef onbesproken, het ging vooral over het onbestraft blijven van dronken automobilisten die dodelijke ongelukken veroorzaken.

Toen Tinti begon over de onbestrafte corruptie en de slechte wetgeving die goede strafvervolging onmogelijk zou maken, keerden de politici en presentator Bruno Vespa zich onmiddellijk tegen hem. Ze verweten hem en alle magistraten verantwoordelijk te zijn voor de straffeloosheid in Italië.

Snelle verbeteringen verwacht Tinti dan ook niet. Veel collega’s kijken hem met de nek aan. „En de politiek die is van rubber. Je slaat ertegen, ze geeft mee of geeft toe, maar vervolgens gebeurt er niks en wordt het stil. Ik ben radeloos. Ik zie geen kans hier uit te komen.”