De Europese ‘green card’ voor kenniswerkers is blauw

Vandaag presenteert de Europese Commissie haar plan voor de blue card. Daarmee moeten hoog opgeleide migranten van buiten Europa naar de EU worden gelokt.

Europa is niet aantrekkelijk genoeg voor hoog opgeleide migranten, vindt de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU. Vanmiddag zou zij een plan presenteren om daarin verandering te brengen.

Van de hoog opgeleide werknemers die emigreren uit de Afrikaanse landen aan de Middellandse Zee gaat de meerderheid (54 procent) naar de Verenigde Staten en Canada, blijkt uit cijfers van de Commissie. Van de emigranten die níét geschoold of gemiddeld opgeleid zijn, vertrekt 87 procent naar de EU. Dat moet veranderen, vindt Franco Frattini, de eurocommissaris die verantwoordelijk is voor migratie.

Daarom wil Frattini dat er een zogeheten blue card komt. Dat is een werkvergunning voor hoog opgeleide migranten van buiten de EU. De term is niet toevallig gekozen. De Commissie verwijst ermee naar de green card, waarmee buitenlanders in de VS mogen wonen en werken. En naar de Europese vlag, die blauw is.

Wie hoogopgeleid is en aan een aantal Europese eisen voldoet, moet in de toekomst gemakkelijk zo’n kaart kunnen krijgen. Nu hebben kennismigranten die van het ene naar het andere EU-land willen reizen te maken met allerlei verschillende – nationale – regels. Frattini ziet de blauwe kaart als een belangrijke stap naar een Europees beleid voor legale migratie.

Het gaat om een politiek gevoelig voorstel. Immigratie was de afgelopen jaren niet alleen in Nederland, maar ook in veel andere lidstaten een verkiezingsthema. Regeringen zijn vaak huiverig om Brussel te laten bepalen wie er in hun land mag komen werken. Toen de EU in 2004 werd uitgebreid met tien nieuwe lidstaten wierpen verschillende oude lidstaten, waaronder Nederland, drempels op om de toestroom van werknemers uit die landen te beperken.

In een concept van Frattini’s plan, dat is ingezien door deze krant, wordt rekening gehouden met de zorgen van lidstaten. Die zouden zelf quota kunnen vaststellen om te bepalen hoeveel kennismigranten er naar hun land komen. De belangrijkste eisen om de kaart te krijgen zijn:

een arbeidscontract hebben;

een salaris ontvangen van ten minste drie keer het minimumloon van de lidstaat waar de migrant verblijft;

voldoende geld hebben om te kunnen terugkeren naar het land van herkomst.

Houders van de kaart die hun baan verliezen, zouden drie maanden de tijd krijgen om ander werk te vinden. De blue card geldt in eerste instantie voor maximaal twee jaar. Wie aan alle eisen voldoet, kan daarna ook in een andere EU-lidstaat werken.

Kamerlid Han ten Broeke van oppositiepartij VVD reageert gematigd positief op het voorstel. „Maar”, zegt hij, „we moeten eerst ons eigen arbeidspotentieel maximaal benutten voordat we mensen van buiten de Unie binnenhalen.”

Mariëtte Hamer van regeringspartij PvdA vindt het prematuur om al veel te zeggen over het plan. „Maar als Nederland voldoende zeggenschap over migratie en integratie behoudt, is het zeker mogelijk dat wij dit steunen”, stelt zij. De SP vindt de blue card „een vorm van migratieapartheid, want alleen hoogopgeleiden kunnen zo’n kaart krijgen”, aldus Kamerlid Paul Ulenbelt van de linkse oppositiepartij.

Franco Frattini is van plan de komende jaren meer voorstellen te doen om migranten legaal naar Europa te halen. Dat is nodig, denkt hij, omdat de Europese bevolking vergrijst. Vandaag vergadert de Europese Commissie over het plan, voordat Frattini zijn definitieve versie presenteert. Daarna moeten de lidstaten het goedkeuren.