Ahmadinejad is geen Hitler

In de Amerikaanse discussie over Iran is elk contact met de werkelijkheid verloren, vindt Fareed Zakaria.

Tijdens een bijeenkomst met verslaggevers zei president Bush afgelopen week dat „het om de Derde Wereldoorlog te vermijden van belang lijkt te voorkomen dat Iran de kennis krijgt die nodig is om een kernwapen te maken”. Dit was niet de oprisping van een willekeurige neoconservatieve gek of marginale politicus die de publiciteit zoekt. Dit was de president van de Verenigde Staten die het spookbeeld van de Derde Wereldoorlog opriep als Iran ook maar de benodigde kennis verwierf om een kernwapen te maken.

In de Amerikaanse discussie over Iran is elk contact met de werkelijkheid verloren. Norman Podhoretz, de neoconservatieve ideoloog bij wie Bush over dit onderwerp te rade is gegaan, heeft geschreven dat president Mahmoud Ahmadinejad van Iran „lijkt op Hitler […], een revolutionair die zich ten doel stelt het huidige internationale systeem omver te werpen en ten langen leste te vervangen door een nieuwe orde die beheerst wordt door Iran en geregeerd wordt door de godsdienstig-politieke cultuur van het islamofascisme”. Voor deze onthutsende stelling levert Podhoretz geen spoor van bewijs.

Zie hier de werkelijkheid. Iran heeft een economie ter grootte van de Finse en een jaarlijkse defensiebegroting van zo’n 4,8 miljard dollar. Het is sinds het einde van de 18de eeuw geen land binnengevallen. De Verenigde Staten hebben een bruto nationaal product dat 68 maal zo groot is en besteden 110 keer meer aan hun defensie.

Israël en alle Arabische landen (behalve Syrië en Irak) hebben zich stilzwijgend of actief tegen Iran verenigd. En dan moeten wij geloven dat Teheran elk moment het internationale systeem omver kan werpen en het zal vervangen door een islamofascistische orde? Op welke planeet wonen we?

Toen de tamelijk gematigde Mohammed Khatami in Iran tot president werd gekozen, legden de Amerikaanse conservatieven uit dat hij maar een stroman was. De echte macht, zeiden ze (terecht), vooral de zeggenschap over leger en politie, werd uitgeoefend door de ongekozen „Hoogste Leider”, ayatollah Ali Khamenei.

Nu Ahmadinejad president is, beweren ze dat die zijn vinger aan de knop heeft. (Maar ho even, Iran heeft nog geen atoomknop en zal die volgens de CIA op zijn vroegst pas over drie tot acht jaar hebben, op een moment dat Ahmadinejad misschien geen president meer is. Maar ja, dat zijn maar feiten.)

Vorige week zei de Republikeinse presidentskandidaat Rudy Giuliani in een toespraak dat de Sovjet-Unie en China in de Koude Oorlog konden worden afgeschrikt, maar dat dit bij Iran onmogelijk is. De regimes in Moskou en Peking hadden nog een „residu van rationaliteit”, legde hij uit.

Hmm. Stalin en Mao – die achteloos de dood bevalen van miljoenen landgenoten, opstanden en revoluties aanstichtten en hele landstreken die zich tegen hen verzetten uithongerden – waren rationele mensen. Maar niet Ahmadinejad, en wat heeft die nu voor vergelijkbaars gedaan? Een van de rare kronkels van de huidige Iran-hysterie is dat de conservatieven verrassend mild zijn geworden voor twee van de grootste massamoordenaars uit de geschiedenis.

Als ik moest kiezen wie ik als gek zou omschrijven, Kim Jong-il van Noord-Korea of Ahmadinejad, dan zou ik geen ogenblik aarzelen. Tien jaar geleden liet Kim Jong-il 2 miljoen van zijn landgenoten verhongeren en dwong de rest om zich in leven te houden door gras te eten, terwijl hij sloten dure Franse wijn invoerde. Hij heeft andere schurkenstaten atoomtechnologie verkocht en zijn buurlanden bedreigd met proeflanceringen van raketten. Toch zullen de Verenigde Staten voor miljarden dollars bijdragen aan de internationale hulp aan Pyongyang.

We zijn op weg naar een onomkeerbare confrontatie met een land waarvan we haast niets weten. De Amerikaanse regering heeft al bijna 30 jaar geen diplomaten in Iran. Er zijn nauwelijks ontmoetingen geweest tussen Amerikaanse functionarissen en hoge Iraanse politici of ambtsdragers. We hebben geen contact met de levendige samenleving van het land. Iran is voor ons een zwart gat – net als Irak in 2003 was geworden.

De enige keer dat de VS serieus met Teheran hebben onderhandeld was in de laatste dagen van de oorlog in Afghanistan, teneinde in dat land een nieuwe politieke orde te scheppen. Volgens de afgezant van Bush naar de Afghanistanconferentie in Bonn, James Dobbins, waren de „Iraniërs zeer professioneel, open, betrouwbaar en behulpzaam. Ze stonden ook kritisch tegenover ons succes. Ze bewogen de Noordelijke Alliantie tot de laatste concessies waarom wij hadden gevraagd”.

Volgens Dobbins maakten de Iraniërs in 2001, en ook later nog, via hem en anderen een opening tot betere betrekkingen met de VS, maar kwam er geen reactie. Zelfs na Bush’ toespraak over de As van het Kwaad, weet hij nog, boden ze hun medewerking in Afghanistan aan.

Dobbins sneed het voorstel aan bij de hoofdfiguren in Washington, maar stuitte op een muur van stilzwijgen. De toenmalige minister van Defensie, Donald Rumsfeld, „rommelde met neergeslagen blik in zijn papieren’, zegt hij. De Iraniërs hebben nooit enige reactie gekregen. Waarom moeite doen? Ze zijn toch gek.

Vorig jaar schreef Princeton-islamoloog Bernard Lewis, een naaste adviseur van Bush en vicepresident Dick Cheney, een ingezonden stuk in The Wall Street Journal waarin hij voorspelde dat president Ahmadinejad op 22 augustus 2006 een einde aan de wereld zou maken. Dit is de datum van de Nachtreis, legde hij uit, „de nacht waarin veel moslims herdenken dat de profeet Mohammed op het gevleugelde paard Buraq eerst naar ‘de verste moskee’ – meestal als Jeruzalem gezien – en daarna naar de hemel en terug reed. Dit zou wel eens als een geschikte dag kunnen worden beschouwd voor het apocalyptische einde van Israël en zonodig van de hele wereld”. Dit zou allemaal heel komisch zijn, als het niet zo gevaarlijk was.

Fareed Zakaria is columnist voor het Amerikaanse blad Newsweek. © Newsweek