Aan Noordzeekust moet Nederland oogsten

Wie wil Nederland bijstaan in het zuiden van Afghanistan? Die vraag staat de komende twee dagen centraal bij een NAVO-bijeenkomst in Noordwijk. „Terugtrekken is óók een optie.”

Het eindspel rond de verlenging van de Nederlandse missie in Uruzgan begint morgenmiddag in Noordwijk aan Zee. Daar houden de ministers van Defensie van de NAVO een informele bijeenkomst van twee dagen waarbij de missie in Afghanistan centraal staat.

Voor Nederland is de bijeenkomst van cruciaal belang. Verlengen van de Nederlandse missie in Uruzgan kan niet zonder hulp van anderen. De missie in Uruzgan zal moeten inkrimpen wil Defensie het hoofd boven water kunnen houden, zo schreef commandant der strijdkrachten Dick Berlijn in een militair advies dat zaterdag via De Telegraaf uitlekte. Enkele honderden van de bijna 1.700 militairen in het zuiden van Afghanistan moeten worden teruggetrokken, zo schrijft Berlijn in het advies.

Wie komt Nederland te hulp? Weinig NAVO-landen hebben trek in een militair avontuur in het zuiden van Afghanistan. Nederland heeft daarom alles op alles moeten zetten om bondgenoten te vinden die kunnen helpen de militaire last te dragen. Op ieder denkbaar ambtelijk en diplomatiek niveau is gepraat. Ministers vlogen af en aan. Van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) en Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) spraken met hun Amerikaanse collega’s Gates en Rice. En minister-president Balkenende lobbyde zelf tijdens de VN-klimaattop in New York voor meer steun.

Maar de resultaten zijn teleurstellend. Nederland praatte ook met Frankrijk dat in Afrika steun voor vredesoperaties zoekt. Pogingen een Nederlandse bijdrage aan de VN-macht in Darfur uit te ruilen tegen Franse hulp in Uruzgan mislukten echter. Het verzoek aan Noorwegen om grondtroepen stuitte op verzet van de Groenen in de regering. Gesprekken met Bulgarije liepen ook op niets uit.

Kleine successen waren er wel. Vorige week stelde Slowakije 50 militairen beschikbaar voor de bewaking van de Nederlandse kampen in Tarin Kowt en Deh Rawood. En vrijdag zegde de Georgische president Sjaakasjvili 200 soldaten en enkele helikopters toe. Vooral op Buitenlandse Zaken worden deze successen gekoesterd. Verlenging van de missie, zo lieten ingewijden deze krant onlangs weten, was met de komst van de Georgiërs een stuk dichterbij gekomen.

Maar op Defensie is men een stuk minder optimistisch. Ten eerste: 250 militairen is niet genoeg. Ten tweede: waar blijft de hulp van ‘betrouwbare’ (lees: westerse) partners? „Als die Georgiërs door de Amerikanen zijn getraind, zijn ze welkom”, zegt een bron op het departement. „Maar als wij ze eerst moeten aankleden en opleiden, dan hebben we er niet veel aan.” En een bron in Brussel: „Het is niet de bedoeling dat we in Uruzgan militaire ontwikkelingshulp gaan verlenen.”

Minister Van Middelkoop zal volgens ingewijden tijdens de top in Noordwijk nogmaals een klemmend beroep doen op de bondgenoten. De minister zal daarbij ook laten doorschemeren dat Nederlandse terugtrekking uit Uruzgan óók een reële optie is. Of de NAVO-partners daar van onder de indruk zullen zijn, is de vraag. Daarom zet Nederland zijn kaarten allang niet meer alleen op NAVO-partners.

Ook de Afghaanse minister van Defensie Wardak is in Noordwijk. Hij moet eindelijk de lang beloofde regeringstroepen naar Uruzgan sturen. Ook aanwezig zijn vertegenwoordigers van de VN, de EU, en de Wereldbank. Extra investeringen in het leger, de politie en in de plaatselijke economie van Uruzgan zijn óók een voorwaarde voor Nederland om de missie te verlengen, zeggen ingewijden. „Er moeten voldoende randvoorwaarden zijn ingevuld om vertrouwen te hebben in een verbetering van de situatie in Uruzgan”, zegt een bron op het departement. Uit die opmerking spreekt de zorg die maar weinigen op Defensie durven uit te spreken: het gaat niet goed met de missie in Uruzgan. „Er zijn heus vorderingen gemaakt”, zegt een ingewijde. „Maar inderdaad: het moet beter.”

Deelname ISAF per land

De discussie over de verlenging van de missie op nrc.nl/uruzgan