VS verliezen natuurlijke leidersrol

Valuta’s, olie, krediet, zeggenschap en staatsinvesteerders: vrijwel de gehele bijeenkomst van het IMF in Washington ging over de veranderende verhoudingen in de wereldeconomie.

Washington, 22 okt. - Het was voor Guido Mantega, de Braziliaanse minister van Financiën, te mooi om te laten lopen. „Ironisch”, zei hij afgelopen weekeinde tijdens de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in Washington, „na decennialang de derde wereld de les te hebben gelezen over goed economisch en financieel management, heeft het Westen nu zelf een kredietcrisis en brengt zo de wereldeconomie in gevaar.”

Helemaal ongelijk heeft hij niet. Maar, zoals minister van Financiën Bos na afloop opmerkte, er zat meer dan een vleugje leedvermaak in Mantega’s woorden.

Welk onderwerp er dit weekeinde in Washington ook besproken werd, alles stond in wezen in het teken van de snel veranderende economische machtsverhoudingen in de wereld. De ongerustheid over de koersval van de Amerikaanse dollar heeft alles te maken met het enorme tekort van de Verenigde Staten op de betalingsbalans. Dat tekort weerspiegelt weer de enorme exportmacht van Azië, en dan met name China, dat ongekende dollarreserves oppot. De sterk stijgende olieprijs, een ander voornaam onderwerp van gesprek, vindt zijn oorsprong in de extra vraag naar energie die de snel groeiende nieuwe spelers in de wereldeconomie veroorzaken. En die hoge energieprijzen zorgen weer voor een snel toenemende financiële slagkracht bij de landen die grondstoffen produceren.

Wat de Aziatische landen en de grondstoffenproducenten met al hun opgepotte geld van plan zijn, was eveneens een belangrijk agendapunt van de IMF-vergadering. In de investeringsfondsen die zij oprichten, de zogenoemde souvereign wealth funds zit nu naar schatting al 2.200 miljard dollar. In het Westen bestaat een groeiend ongemak bij de gedachte dat de eigen bedrijven door deze staatsinvesteerders worden opgekocht. Dit weekeinde werd met name door de EU-landen aangedrongen op meer transparantie bij deze fondsen, zodat duidelijk blijft of hun intenties puur financieel of ook politiek zijn.

De stijgende welstand in de voormalige derde wereld leidde bij de vergadering in Washington tot een voelbaar zelfbewustzijn. De ministers van Financiën van zeven Latijns-Amerikaanse landen legden juist vorige week de basis voor de Banco del Sur – een eigen instituut dat een rivaal moet worden van de Wereldbank en het IMF. De bank is een idee van de Venezolaanse president Hugo Chávez. En die ontleent zijn invloed overigens vooral aan het al eerder genoemde neveneffect van de nieuwe verhoudingen in de wereldeconomie: de torenhoge prijs voor de olie.

De Braziliaanse president Lula da Silva riep vorige week tijdens een rondreis door Afrika openlijk op tot het creëren van meer rivalen voor Wereldbank en IMF. „Ontwikkelingslanden moeten hun eigen financiële mechanismen in het leven roepen, in plaats van te lijden onder die van het IMF en de Wereldbank, die instituten zijn van de rijke landen”, aldus Lula. „Het is tijd om te ontwaken.”

Zo sloegen de nieuwe verhoudingen in de wereldeconomie terug op een van de belangrijkste agendapunten van de jaarvergadering van het IMF: de machtsverhoudingen in het Fonds. Het overleg over een grotere stem van (voormalige) ontwikkelingslanden in het door Europa en de VS gedomineerde bestuur verliep uiterst moeizaam. Dat kwam vooral doordat Brazilië plotseling dwarslag en olieproducent Nigeria zomaar liet weten een verdrievoudiging van zijn zeggenschap na te streven. Maar de westerse landen geven hun gevestigde belang niet zomaar prijs. Zij benoemden tegen de tijdgeest in gewoon weer een Europeaan, de Fransman Dominique Strauss-Kahn, tot opvolger van de terugtredende IMF-topman Rodrigo de Rato.

Van eensgezindheid was dan ook weinig sprake. „Niet alleen de verhoudingen in de wereldeconomie veranderen”, constateerde minister Bos van Financiën tijdens een pauze. „De regels van het spel veranderen ook.”

Door de lagewisselkoerspolitiek, enorme handelsoverschotten en staatsinvesteringen van de nieuwe industrielanden broeit er een protectionistische tegenreactie in de gevestigde economieën van het Westen. De Verenigde Staten, die altijd een natuurlijke leidersrol vervulden, lijken hun autoriteit te hebben verloren. „Ook op dat vlak is er door het Witte Huis de afgelopen zeven jaar ongelooflijk veel stukgemaakt”, zegt een centralebankier. De westerse angst op de vrije wereldmarkt te worden weggespeeld door nieuwe concurrenten die andere regels hanteren, kan volgens hem leiden tot een reactie die die wereldeconomie juist minder vrij zal maken. En dat is een ironie die de Braziliaanse minister Guida Mantega dit weekeinde in zijn leedvermaak wellicht over het hoofd heeft gezien.