Vier jaar trainen voor tien seconden winst

Marathonloper Kamiel Maase verbeterde zijn Nederlands record. Zijn tijd is meteen goed voor deelname aan de Olympische Spelen volgend jaar in Peking.

Op bescheiden wijze had hij zaterdag nog zijn 36ste verjaardag gevierd. Een dag later trakteerde Kamiel Maase zichzelf op een fraai – ietwat verlaat – cadeau. Bij de marathon van Amsterdam scherpte Maase zijn eigen Nederlandse record aan tot 2.08.21 en verzekerde zich daarmee van een nominatie voor de olympische marathon van Peking volgend jaar. „Soms moet je jezelf verwennen”, grijnsde Nederlands beste langeafstandsloper na zijn aankomst in het Olympisch Stadion.

Zijn oude persoonlijk record (2.08.31), ook in Amsterdam gelopen, dateerde alweer van 2003. Vandaar ook de blijdschap na het lopen van een nieuwe nationale toptijd. Want, zoals Maase zelf constateerde: „Ik ben de jongste niet meer en dan heb je niet zoveel kansen meer om je persoonlijk record te verbeteren.” Als gevolg van de fysieke uitputtingsslag en het benodigde herstel na een marathon lopen topatleten de klassieke afstand (42,195 kilometer) doorgaans niet meer dan tweemaal per jaar.

Door in Amsterdam ruim onder de olympische limiet (2.10) te lopen, heeft Maase geen herkansing nodig tijdens een marathon in het voorjaar. Met zijn nominatie op zak kan de microbioloog uit Zeist zich in alle rust voorbreiden op de Zomerspelen, waar hij zijn topsportcarrière in stijl hoopt af te sluiten. Hij hoeft volgend jaar alleen nog vormbehoud te tonen op de halve marathon om zeker te zijn van een ticket naar Peking. „Dat moet geen probleem zijn”, stelde een „dolgelukkige” Maase gisteren nuchter vast.

Toch bleef de ingetogen atleet de rust zelve. Zijn fraaie tijd was dan ook niet uit de lucht komen vallen. Voorafgaand aan de 32ste editie van de marathon van Amsterdam had Maase al aangegeven zijn persoonlijk record te willen verbeteren. Tijdens wegwedstrijden als de Tilburg Ten Miles en de Singelloop Breda had hij bewezen over de vereiste vorm te beschikken. „Die wedstrijden gingen uitstekend”, verklaarde Maase vol vertrouwen.

Bovendien waren de weersomstandigheden tijdens de negende marathon in zijn loopbaan vergelijkbaar met die in 2003: nagenoeg windstil en aangenaam koel. Ideaal voor de lange Maase, die meer moeite heeft met hoge temperaturen dan de vaak kleinere Keniaanse en Ethiopische marathontoppers. Het snelle, vlakke parcours van Amsterdam zorgde voor het laatste restje zelfvertrouwen.

Alle reden dus tot strijdlustige taal over aanscherping van zijn Nederlands record. „Ik zal elke seconde pakken die ik kan pakken”, gaf Maase twee dagen voor de marathon al aan. En gisteren, na het bereiken van zijn doelstellingen: „Als je je goed voelt mag je dat best uitstralen. Alleen moet je dat op de dag zelf nog wel waarmaken.”

Dat deed Maase, geholpen door drie ‘hazen’ die het tempo van de kopgroep hooghielden tijdens het eerste deel van de race. Vervolgens kon Maase een tijdje mee in de slipstream van de toplopers: de Kenianen Emmanuel Mutai, Richard Limo en James Rotich. „Ik ben heel tevreden dat de kopgroep zolang samen bleef.”

Even leek een tijd van onder de twee uur en acht minuten, het schema waarop Maase was vertrokken, zelfs tot de mogelijkheden te behoren. Maar op zo’n tien kilometer van de finish beleefde Maase een moeilijke fase, toen de Kenianen versnelden en hij moest lossen. Aangemoedigd door zijn coach Bram Wassenaar die aan zijn zijde meefietste, hield Maase het hoofd koel en liep verder in zijn eigen tempo. Daardoor hield hij het verval binnen de perken en finishte op minder dan twee minuten van winnaar Emmanuel Mutai.

Daarmee was de missie van Maase, die als negende loper finishte, geslaagd. „Vier jaar trainen om tien seconden sneller te lopen is een goede investering geweest”, zei Maase gekscherend. „Want om zo’n rendement word je door bedrijfskundigen weggehoond.” Hoog of laag, in elk geval bood dit rendement Maase voldoende compensatie voor zijn mislukte poging om zich te kwalificeren op de 10.000 meter bij de wereldkampioenschappen van Osaka eerder dit jaar.

Voor een lange topsportcarrière heeft zijn lichaam de tol betaald, weet ook Maase. De laatste jaren heeft hij zich vooral op de wegatletiek gericht en ondervonden dat zijn – oudere – lichaam moeite had de snelheid op de baan terug te vinden. Voor de vraag waarop hij zich in zijn laatste jaar als topatleet gaat richten, had Maase dan ook weinig bedenktijd nodig. „Ik heb dit jaar twee goede marathons gelopen. De tien kilometer is mislukt. Dus dat lijkt me een inkoppertje.”