‘Veel beter wordt ’t niet voor ons’

De zege roept herinneringen op aan de legendarische wereldtitel van 1995.

De Engelsen speelden coherent in de finale, maar Zuid-Afrika is oppermachtig.

Het is zaterdag even na elf uur ’s avonds als aanvoerder John Smit de Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki wenkt om samen met hem de wereldbeker omhoog te tillen voor de tienduizenden Zuid-Afrikaanse fans in het Stade de France in Parijs. Zuid-Afrika is wereldkampioen rugby, voor de tweede keer in de geschiedenis van de sport. Na een ononderbroken reeks overwinningen in het toernooi was het fysiek sterke en snelle team ook in de finale te sterk voor de vorige wereldkampioen, Engeland.

Deze overwinning riep bij zowel spelers als toeschouwers herinneringen op aan de legendarische winst in 1995. Zuid-Afrika had toen net een einde gemaakt aan het apartheidssysteem en Zuid-Afrikaanse sporters werden weer toegelaten tot internationale wedstrijden. Met vrijwel onmiddellijk succes voor het nationale rugbyteam, de ‘Bokke’. Het moment dat toenmalig president Nelson Mandela, gekleed in de nationale groen-gele kleuren, de beker uitreikte aan het – voornamelijk blanke – team, was een van de hoopvolste in het bestaan van de jonge democratie.

De zege van dit weekend was dan ook niet alleen een sportieve overwinning, zei coach Jake White van Zuid-Afrika na afloop. „Het is belangrijk voor ons land, en ik denk dat iedereen thuis dolblij is. Om de president van ons land te zien zitten op de schouders van de spelers; veel beter wordt het niet.”

Het is geen verrassing dat Zuid-Afrika de Engelsen versloeg. De twee teams waren elkaar al eerder tegengekomen in het toernooi. Ze zaten in dezelfde poule, en de Bokke verpletterden de regerend wereldkampioenen met 36-0. De Engelse coach Brian Ashton zei na afloop van dat duel: „Verslagen worden is één ding, maar om ‘genuld’ te worden, dat is vernederend.”

Na die wedstrijd – en ook gezien de weinig overtuigende overwinningen op de Verenigde Staten, Samoa en Tonga – leek Engeland uitgespeeld. Dat lag in de lijn der verwachting. Al voor het toernooi gaf niemand de winnaars van 2003 een kans, omdat het team de jaren tussen de twee toernooien volkomen ondermaats had gepresteerd. „We kwamen naar Frankrijk verguisd door iedereen en zijn hond”, zei Ashton.

De ommekeer kwam toen Engeland in de kwartfinale kanshebber Australië versloeg. Dat land speelt, net als de andere landen van het zuidelijk halfrond Nieuw Zeeland en Zuid-Afrika, een aantrekkelijk soort running rugby, waarin fysieke kracht wordt gecombineerd met het snel en in afwisselende patronen rondspelen van de ovalen bal.

De Engelsen zetten daar een grimmige en vastberaden speelwijze tegenover, gedomineerd door sterke voorwaartsen die, de armen ineengehaakt, de bal stap voor stap voortdrijven richting de achterlijn van de tegenstander. Met als uiteindelijk doel de bal daar voor punten in het gras te drukken (try), en er mogelijk nog twee punten aan toe te voegen door de bal vervolgens tussen de palen te schoppen. Of door fouten bij de tegenstander uit te lokken en voor drie punten een penalty te mogen nemen; of mogelijk zelfs uit het veld rechtstreeks richting de palen te schoppen, de specialiteit van het Engelse schopwonder Jonny Wilkinson.

Lelijk rugby, werd Engeland verweten, maar die kritiek deerde het team niet. „We spelen naar onze mogelijkheden”, verdedigde coach Ashton de speelstijl. En toen Engeland vorige week tot verbijstering van vrijwel iedereen ook gastland Frankrijk versloeg, verstomde de kritiek.

Maar tegen Zuid-Afrika bleek het arsenaal van de Red Rose te beperkt.

De Bokke waren in de finale vrijwel foutloos in de verdediging. Ook in de line-outs, de inworp die belangrijk is voor balbezit, domineerde Zuid-Afrika door spelers Victor Matfield, Bakkies Botha en Juan Smith. Zeven keer slaagden zij erin Engeland de bal te ontfutselen, terwijl dat Engeland geen een keer lukte.

Toch lukte het Zuid-Afrika niet de voormalig wereldkampioenen lam te leggen, zoals in de vorige ontmoeting op dit WK gebeurde. De wedstrijd was lange tijd in evenwicht, en de Engelsen slaagden erin gevreesde snelle renners als Francois Steyn grotendeels onschadelijk te maken. Mede daardoor werden de hele wedstrijd geen tries gescoord. Alle punten, 15 voor Zuid-Afrika en 6 voor Engeland, kwamen uit strafschoppen. Twee pogingen van Wilkinson om uit het veld een drop goal te scoren, mislukten.

Halverwege de eerste helft was de stand 6-3 voor Zuid-Afrika. Het spel verzandde in het heen-en-weer schoppen van de bal door de verdediging, om zo fouten binnen schop-afstand van de palen te vermijden. Waar de bal uitgaat, mag de verdedigende partij ingooien, maar in ieder geval betekent het terreinwinst voor de aanvallers. Totdat de verdediging op zijn beurt het veld overschopt, etcetera.

Tegen de rust was Zuid-Afrika ineens zeer dreigend. Op centimeters afstand van de try-line, waar de bal overheen moet, voerde een grote kluwe mannen een wanhopig gevecht om centimeters terreinwinst, maar er kwam geen try.

Vlak na rust leek Engeland even op te leven na een fantastische spurt van Mark Tait die eindigde met Mark Cueto die een try maakt. Dacht hij. Na lang beraadslagen besliste de scheidsrechter die de beelden op video terugzag dat Cueto’s voet over de zijlijn was gekomen. Geen try. Dat was het keerpunt van de wedstrijd. Hoewel de Engelsen tot het laatst coherent bleven spelen, was Zuid-Afrika oppermachtig. Toen de jonge belofte Steyn er in de 60ste minuut nog een penalty inschopte – de andere vier kwamen voor rekening van sterspeler Percy Montgomery – en de voorsprong vergroot tetot 15-6, was het eigenlijk voorbij.

En dat wist ook de graveerder die de naam van de wereldkampioen in de Webb Ellis-trofee moest graveren. Toen de scheidsrechter na tachtig minuten floot, was hij al bij de ‘H’ van ‘South’.