Schuld zonder boete

Kredietgelden vloeien te gemakkelijk naar mensen die zich dat niet kunnen veroorloven. Staatssecretaris Aboutaleb (Sociale Zaken, PvdA) maakt zich daar terecht zorgen over. Hij wil het toezicht op kredietverlening uitbreiden. Viervijfde van de probleemdebiteuren heeft een uitkering. Met een baan schieten ze financieel niet op. Zodra hun inkomen stijgt, komen crediteuren hun geld opeisen. Liever dan te gaan werken, lenen ze vaak nog meer geld. Ze veranderen van mobiele telefoon of kopen een scooter of afbetaling.

Opstapeling van schulden is de debiteur aan te rekenen, maar ook de financiële instellingen die te gemakkelijk over de brug komen. Die moeten worden geacht zelf de risico’s te kunnen inschatten. Als zij te lichtvaardig krediet hebben gegeven, moeten zij daar ook de schade van ondervinden.

Er is veel voor te zeggen om de informatie voor kredietverstrekkers te verbeteren door een landelijk register voor betalingsachterstanden bij verhuurders, energiebedrijven en sociale diensten. Het is wel belangrijk dat debiteuren meteen uit dat register worden geschrapt zodra ze hun schulden hebben afbetaald. Dan kunnen ze met een schone lei beginnen. Het is ook goed om de informatie van kredietinstellingen in reclame en prospectussen door wettelijke eisen te verbeteren, zodat duidelijker wordt welk bedrag iemand echt maandelijks moet betalen.

Het wordt te ingewikkeld en te betuttelend als bepaalde krediettoetsen wettelijk verplicht worden gesteld op straffe van hoge boetes van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Zo groot is het probleem nu ook weer niet. Er zijn veel mensen met schuldproblemen, maar het gaat om slechts vijf procent van alle kredietopnemers en twee procent van alle consumenten. Veel schuldproblemen zijn ontstaan door een onverwachte gebeurtenis met vaak tijdelijke gevolgen zoals ontslag of een echtscheiding. Het wordt te bureaucratisch om voor een kleine groep pathologische debiteuren iedereen die een maand rood staat verplicht aan een krediettoets te laten onderwerpen.

Er is al een effectieve manier om een einde te maken aan de opstapeling van schulden, de door de rechter opgelegde schuldsanering. Debiteuren krijgen dan de mogelijkheid om binnen drie jaar van hun schulden af te komen, waarbij ze genoegen moeten nemen met een restinkomen dat net onder het bestaansminimum ligt. Meer dan negentig procent van de mensen die zo’n procedure hebben ondergaan, loopt daarna geen betalingsachterstanden meer op. De schuldsanering is zo’n succes dat rechters overbelast raken.

Er zijn ook superdebiteuren die afvallen of er helemaal niet aan meedoen. Het kabinet wil de schuldhulpverlening om begrijpelijke redenen verder verfijnen. Er zijn mogelijkheden om mensen zonder tussenkomst van de rechter te helpen met hun aflossingen. De uitweg naar de rechter is later altijd nog mogelijk. Eerst moet de partijen er zelf uit komen. Een al te gretige kredietinstelling kan beter worden gestraft met kwijtschelding van de schuld bij een sanering dan met procedures voor administratieve boetes. Kredietverstrekkers weten zelf het beste hoe ze wanbetaling kunnen voorkomen.