Polen zijn ‘morele revolutie’ beu

De uitslag van de verkiezingen zegt het duidelijk: de Polen willen in een rechtsstaat leven. Aan premier Kaczynski’s permanente, bizarre en eenzijdige jacht op ‘communisten’ hebben ze geen boodschap meer.

Donald Tusk, leider van Burgerplatform en winnaar van de Poolse parlementsverkiezingen, laat zich toejuichen. Foto AFP Donald Tusk, leader of PO (Civic Platform) celebrates after the announcement of the first results of Poland's general elections 21 October 2007 in Warsaw. Polish Prime Minister Jaroslaw Kaczynski conceded defeat and congratulated his rival, Tusk, whose pro-business party trounced Kaczynski's conservative movement in a snap poll. AFP PHOTO / JANEK SKARZYNSKI AFP

De Polen hebben gekozen: de ‘morele revolutie’ is voorbij. Het experiment van premier Jaroslaw Kaczynski is gisteren tijdens vervroegde parlementsverkiezingen naar de prullenbak verwezen.

Het idee om de samenleving te zuiveren van corruptie en vriendjespolitiek was op zich niet slecht, maar de uitvoering desastreus. Kaczynski’s methoden waren hard en juridisch ongezond: verdachten werden op tv aan de schandpaal genageld en niet in de rechtbank. Rechters die niet meewerkten werden bijna uitgescholden. En de staat werd almaar machtiger.

Corruptiebestrijding – ja. Een heksenjacht – nee. De Polen hebben gisteren duidelijk gemaakt dat ze in een moderne rechtsstaat willen leven. Een staat die voor en niet tegen de burger werkt. Een staat waar ’s ochtends vroeg de melkboer aanbelt en geen overijverige agent van het anticorruptiebureau CBA. „Dit was een referendum”, schrijft het blad Gazeta Wyborcza vanochtend in zijn commentaar. „De Polen hebben zich uitgesproken tegen populisme, insinuaties, angst en het zaaien van verdeeldheid in de samenleving.”

De rechtsliberale oppositieleider Donald Tusk riep in zijn overwinningstoespraak op tot respect en saamhorigheid. Kaczynski sprak gisteren over „de moordenaars van Jerzy Popieluszko”, de charismatische priester die in 1984 door de communistische geheime dienst werd vermoord. Zij zijn volgens hem de echte winnaars van deze verkiezingen.

Kaczynski’s partij, Recht en Rechtvaardigheid (PiS), won twee jaar geleden de verkiezingen met het betoog dat de communisten na 1989 nauwelijks zijn gestraft en dat zij zich bovendien na 1989 illegaal hebben verrijkt. Het was tijd voor een morele revolutie, voor een late bijltjesdag – maar dan volgens het bizarre dat iedereen schuldig is totdat het tegendeel is bewezen. De meeste Polen hebben hier geen zin in, zo is nu gebleken.

Twee jaar geleden, bij de vorige verkiezingen, hadden ze dat ook niet. PiS won weliswaar, maar met een kleine marge. Burgerplatform (PO) van Tusk verloor nipt. De Polen gaven in peilingen aan dat ze een coalitie wilden tussen beide partijen, maar Kaczynski ging voor een regering met twee radicale, populistische, homofobe en soms antisemitische splinterpartijen. Die twee haalden gisteren, door de massale opkomst, de kiesdrempel niet eens, maar hebben Polen wel een slechte naam bezorgd.

Toch heeft Kaczynski twee jaar lang zijn revolutionaire droom nagejaagd alsof hij een mandaat van de hele bevolking had. „De intelligentie van de Polen is beledigd”, zei een commentator daar gisteravond over. Gisteren bleek hoeveel Polen spijt hebben van hun beslissing om in 2005 niet te gaan stemmen. Toen was de opkomst 40 procent, gisteren ruim 55 procent – de hoogste sinds de eerste vrije verkiezingen in 1991. Er stond weer iets op het spel.

De doorgaans gepassioneerde Polen hebben ook gekozen voor saaiheid. Tusk is geen man van grote woorden en grote ideeën, zoals Kaczynski, maar een wat bleke figuur, die gelooft in gewone oplossingen voor gewone problemen. De onophoudelijke revoluties van Kaczynski – in staatsinstellingen, in het onderwijs, in de buitenlandse politiek – waren vermoeiend. Alsof Polen tot nu toe alles fout heeft gedaan en de geschiedenis pas met Kaczynski is begonnen.

Kaczynski gokte en verloor. Hij koos vorige maand, na een slepende regeringscrisis, voor verkiezingen omdat hij dacht te kunnen winnen. Hij rekende op de steun van het platteland, vooral in het armere zuidoosten, en verklaarde elite en middenklasse in vaak ongekend harde bewoordingen de oorlog. Tusk, net als Kaczynski onder het communisme dissident, noemde hij een „totale leugenaar”. Kaczynski won overtuigend in het zuidoosten, maar niet genoeg.

Het keerpunt in de campagne was een debat tussen Kaczynski en Tusk, anderhalve week geleden. Tusk gedroeg zich waardig en constructief. Naast hem leek de premier opeens een lege huls, een langspeelplaat waarvan de naald was blijven hangen, met steeds dezelfde tirades en verwijten. Kaczynski probeerde nog eenmaal de vuile was van Burgerplatform buiten te hangen: zijn corruptiebestrijders presenteerden op tv bewijzen tegen een voormalige partijgenoot van Tusk. Maar de poging was te doorzichtig.

Tusk krijgt het niet gemakkelijk. Kaczynski beloofde „harde oppositie”. De tweelingbroer van de premier, Lech Kaczynski, is bovendien president van Polen. Lech Kaczynski zal Tusk laten zweten, zo wordt algemeen verwacht. Maar de machtsverhoudingen in Polen zijn sinds gisteren in ieder geval weer beter in evenwicht.