Opnieuw aanval PKK in Turkije

In het zuidoosten van Turkije zijn gisteren twaalf Turkse militairen gedood in een hinderlaag van de separatistische Koerdische arbeiderspartij PKK. Bij de strijd die daarop uitbrak, kwamen nog eens vijf Turkse militairen en zeker dertig Koerdische rebellen om. Zestien Turkse soldaten raakten gewond. De aanval van de PKK was de dodelijkste in meer dan tien jaar.

Militaire en politieke leiders kwamen gisteravond in het presidentieel paleis in Ankara bijeen voor spoedoverleg. De aanval van de PKK kan worden beschouwd als grove provocatie. Vijf dagen geleden gaf het Turkse parlement toestemming om noord-Irak binnen te vallen, om de Koerdische bases die zich daar bevinden aan te vallen.

De PKK verklaarde gisteren dat het enkele Turkse militairen heeft gegijzeld, maar de Turkse regering ontkent dit. Wel waren gisteravond nog tien Turkse militairen vermist.

„We zijn woedend. Ons parlement heeft ons de bevoegdheid gegeven [...] en we zullen alles doen wat er moet gebeuren”, zei premier Erdogan op een persconferentie.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rice heeft Erdogan gevraagd de komende dagen nog geen actie te ondernemen tegen de Koerdische opstandelingen. De VS zijn tegen een dergelijke inval, uit angst voor destabilisering van de tot nog toe minst gewelddadige regio van Irak sinds de Amerikaanse invasie in 2003. De VS suggereerden eerder dat Amerikaanse en Iraakse troepen samen zouden kunnen optreden tegen de naar schatting 3.500 PKK-strijders in noord-Irak.