Leve Nederland, en andere opgeruimde titels

Ik had al maandenlang de plank van de boekenkast moeten inruimen waar ik de ‘actuele politiek’ opberg, maar iedere dag stelde ik het weer een week uit omdat ik zo ontmoedigd raakte van de titels en de omslagen. Over de linkse lente van Femke Halsema. Met foto. Aan de kiezer, van Jan Peter Balkenende. Met foto. Haagse taferelen (de VVD 2003-2006), van Bibi de Vries. Met foto. Dit land kan zoveel beter, van Wouter Bos. Met foto. Enzovoorts.

Ach, lieveheer. Allemaal van een jaar geleden. Allemaal ten overstaan van vrienden en geestverwanten met een speechje, een hapje en een glaasje ‘gevernisseerd’ ten kantore van de uitgever. Allemaal bedoeld voor de verkiezingen. Allemaal erbarmelijk geschreven. Allemaal al verouderd vóór ze goed en wel de winkel hadden bereikt.

Was het eigenlijk wel de moeite waard om ze te bewaren?

Maar wat moest ik er anders mee? Ik heb misschien weinig principes, maar een boek heb ik nog nooit voor straf naar een koude zolder verbannen, laat staan weggegooid. Dan had ik het maar niet moeten kopen.

Ik aarzelde pas ernstig toen ik het einde van de stapel had bereikt, en in m’n hand stond met Leve Nederland, van Charles Groenhuijsen. Met foto. En zelfs met een ondertitel: ‘Over dromen en doorzetters, leiders, vernieuwers, helden en idealisten’.

Leve Nederland. Wie verzint zo’n titel? De voorloper van Rita Verdonk natuurlijk. Ik bladerde nog even door ’m heen, en herinnerde me wat ik de eerste keer ook al had gedacht: wat moet je een eigenaardige dunk van jezelf hebben als je in 2006 denkt dat je het gedachtegoed van Pim Fortuyn moet voltooien. Maar beginselen zijn beginselen, dus ik propte het tenslotte tussen een Jan Marijnissen en een Rouvoet. Het puilde wat uit. Maar 2006 was ook een van de productiefste boekenjaren van de nieuwe eeuw geweest.

Hoe zou het gaan met Charles? Aan die luidruchtige heibel met Hans Laroes van Het Journaal heeft hij toen nog vijf ton overgehouden, plus (naar ik aanneem) de satisfactie dat zijn door Laroes uitverkoren opvolger als journalistiek doetje niet kon aarden in dat grote, verre land Amerika, en binnen een jaar terug was in het veilige Gooi waar ze, godlof, een kalmer baantje voor hem vonden. In de politiek (die soms sprekend op televisie lijkt) noemen ze dat outplacement.

En Charles, heb ik me laten vertellen, wordt straks de presentator van een misschien wel dertigdelige serie over onze historische canon.

Leve Nederland!

We zullen rekening moeten houden met tamelijk veel getoeter en getetter over trots en trouw, en de terugkeer naar de dagen dat de trossen werden losgesmeten voor een retourvaart van de VOC: over dromers, doorzetters, leiders, vernieuwers, helden en idealisten.

Ik hoop trouwens dat die programma’s gauw uitzendklaar zijn, want al wekenlang lees ik op internet, in generaliteitskranten en bij teletekst (in de vierhonderdzoveel nummers) dat aanstaande vrijdag een zekere Leo Adriaenssen, aan de Universiteit van Tilburg een proefschrift verdedigt waarin wordt beweerd dat onze Opstand tegen Spanje geen dappere bevrijdingsstrijd is geweest, maar een misdadige oorlog.

Zou dat een roomse jongen zijn, die Adriaenssen? Dat moet wel. De tijden dat de Brabantse Alma Mater zichzelf de Marxistische Universiteit durfde noemen liggen helaas al weer ver achter ons – maar het feit dat ze de slinger nu ineens helemaal terugdraaien en Willem de Zwijger met ultramontaanse bombarie vergelijken met Hitler (en Mohamed), vraagt om een stevig Noordnederlands antwoord.

Aan het eind van de dag keek ik overigens tevreden naar m’n ingeruimde boekenkast – en wat bleek op de grond te zijn gevallen? De schaamte voor links, van Joost Zwagerman. Zonder foto. En zo dun dat ik het er gemakkelijk tussen kreeg.

Jan Blokker

Lees alle columnsvan Blokker via nrc.nl