Keuteprie

Afgelopen vrijdag is in Middelburg in Zeeland het Zeeuws Etymologisch woordenboek gepresenteerd (etymologie is de studie naar de herkomst van woorden en uitdrukkingen). Doorgaans besteed ik in deze rubriek niet veel aandacht aan dialectwoordenboeken, maar met dit boek werd een reuzenproject afgerond dat de Vlaamse taalkundige Frans Debrabandere acht jaar geleden begon.

Debrabandere behoort tot de voornaamste taalkundigen in het Nederlands taalgebied. Hij is dialectoloog, naamkundige en etymoloog. In 2002, na drie jaar voorbereiding, verscheen het West-Vlaams etymologisch woordenboek, het eerste deel van wat zou uitgroeien tot een trilogie. Drie jaar later volgde het Oost-Vlaams etymologisch woordenboek, en sinds eind vorige week hebben we dus het Zeeuws etymologisch woordenboek (prijs € 39,90).

Bij nader inzien, schrijft Debrabandere (74) in zijn inleiding, was het beter geweest om in één keer een Vlaams-Zeeuws etymologisch woordenboek te maken, maar „op een bepaalde leeftijd begin je niet meer aan grote projecten, wel aan kleine overzichtelijke projecten”.

Dit laatste toont de bescheidenheid van Debrabandere, want je kunt de boeken die hij de afgelopen jaren heeft gemaakt onmogelijk „kleine projecten” noemen. Stuk voor stuk zijn het (dikke) standaardwerken, grondig, kritisch en bij de tijd.

Dat geldt ook weer voor het Zeeuwse boek, dat in kort bestek de geschiedenis behandelt van een paar duizend woorden die eigen zijn aan Zeeland, Zeeuws-Vlaanderen en Goeree Overflakkee.

Tot de leukste artikelen in dit boek behoren de verhaspelingen. Een voorbeeld: omstreeks 1880 droegen Zeeuwse boerinnen een met zaagsel opgevulde ring om de heupen te verbreden en het rokgewicht te steunen. Zo’n ding werd een keuteprie genoemd – een verbastering van queue de Paris. Het Zeeuwse flens voor ‘griep’ is een verkorting en verhaspeling van influenza; een ‘schoffelploeg’ werd of wordt wel een kultifater of kullefater genoemd, een verhaspeling van cultivator. Volgens Debrabandere is rillezeuzetaartjes voor ‘fijne gebakjes’ een verhaspeling van delicieuze taartjes en is supsuzie voor ‘wekelijks zakgeld’ een verbastering van subsidie.

Al met al is het een prachtboek dat ik iedereen kan aanraden.

Het was vorige week sowieso een belangrijke week voor de etymologie. Bij het Genootschap Onze Taal verscheen een dvd met daarop 40 etymologische publicaties uit de periode 1818-2001, samen ruim 12.000 pagina’s. Ik aarzel om erover te schrijven omdat ik die dvd in samenwerking met Onze Taal heb gemaakt. Maar ja, deze rubriek gaat meestal over de herkomst van woorden en uitdrukkingen, dit is de grootste collectie Nederlandse etymologische publicaties die ooit is gedigitaliseerd, en dan zou het toch een beetje vreemd zijn om die hier ongenoemd te laten.

De dvd bevat de belangrijkste oude etymologische woordenboeken, aangevuld met recente etymologische publicaties van onder meer Nicoline van der Sijs, Frans Debrabandere (Wat woorden weten), Marlies Philippa en mijzelf. De boeken zijn per titel en via één centrale index te doorzoeken, ook op woorddelen. De dvd is uitsluitend bij Onze Taal te bestellen en kost 35,00 euro inclusief verzendkosten (giro 42.65.902 t.n.v. Onze Taal, onder vermelding van uw adres en ‘Etym-dvd’). Op de weblogversie van deze column is precies na te lezen welke titels de dvd bevat.

In ieder geval zijn ook de etymologische woordenboeken van Jozef Vercoullie opgenomen – een voorganger van Debrabandere. Vercoullie was ook een Vlaming, en de eerste Nederlandstalige wetenschapper die serieus werk maakte van de herkomst van dialectwoorden.