Jonge mannen dringen door tot de top in China

Het Zeventiende Congres van de Chinese communistische partij is gisteren afgesloten. Vanochtend werden de nieuwe kroonprinsen aan de pers voorgesteld.

„We verwelkomen twee jonge mannen in het politburo”. Zo stelde president en partijleider Hu Jintao vanochtend in de Grote Hal van het Volk de toekomstige generatie van leiders van de Chinese communistische partij voor aan de pers. Xi Jinping, nu nog partijchef van de machtige havenstad en het financieel centrum Shanghai, en Li Keqiang, aan het hoofd van de communistische partij in de noordelijke provincie Liaoning, zijn respectievelijk 54 en 52 jaar oud.

Hun promotie tot het selecte gezelschap van in totaal negen leden van het permanente comité van de communistische partij – het belangrijkste machtsforum in China – betekent dat zij zich de komende vijf jaar achter de coulissen mogen warmlopen voor de opvolging van partijleider Hu in 2012. Dan houdt de communistische partij naar verwachting haar Achttiende Congres – opnieuw voor een belangrijk deel achter gesloten deuren. Wie van de twee kroonprinsen de absolute top bereikt, zal waarschijnlijk pas dan duidelijk zijn.

Tegen de achtergrond van een groot schilderij van de Chinese Muur verscheen vanochtend om half twaalf het voltallige keurkorps van de partij in hiërarchische volgorde op het centrale podium: Hu Jintao, Wu Bangguo,Wen Jiabao, Jia Qinlin, Li Changchun, Xi Jinping, Li Keqiang, He Guozahng en Zhou Yongkang. Gisteren was al bekend geworden dat vicepresident Zeng Qinghong en twee andere andere stromannen van oud-partijleider Jiang Zemin – Wu Guanzheng en Luo Gan – zouden opstappen. De vier nieuwkomers op het hoogste podium zijn naast Xi Jinping en Li Keqiang minister van Openbare Veiligheid Zhou Yangkang en het kaderlid He Guoqiang, tot dusver belast met de organisatie van de partij.

Anders dan waterbouwkundig ingenieur Hu – die vijf jaar geleden aantrad als partijleider en nu halverwege zijn ambtsperiode van twee termijnen zijn machtspositie heeft geconsolideerd, hebben Xi Jinping en Li Keqiang geen technische achtergrond. Beiden zijn advocaat en hebben binnen de partij hun opleiding genoten bij de Jeugdliga. Li Keqiang, die door sommigen wordt gezien als het politieke en persoonlijke evenbeeld van Hu Jintao, was een van de ouderen in de Jeugdliga die de demonstraties van studenten in 1989 aanvankelijk verdedigde. Later kwam hij terug van zijn liberale standpunten.

De gematigde Xi Jinping, getrouwd met een populaire zangeres, heeft minder stevige banden met Hu Jintao. Afgelopen maart nog werd hij benoemd tot partijsecretaris van Shanghai, als opvolger van de in opspraak geraakte Chen Liangyu. Voor zijn overstap naar Shanghai om daar schoon schip te maken vervulde Xi Jinping een rol in de lokale politiek van de provincie Zhejiang. Zijn vader, een voormalige vicepremier, was een aanhanger van Hu Yaobang, de meest liberale politicus uit de moderne geschiedenis van China wiens dood de directe aanleiding was voor de studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede in juni 1989.

Partijchef Chen Liangyu moest vorig jaar uit Shanghai vertrekken omdat hij door en door corrupt was. Maar, niet minder belangrijk, ook werd hem zwaar aangerekend dat hij in de ogen van Peking de laatste jaren op arrogante en schaamteloze wijze het beleid van Hu negeerde. Chen zat vooral op de lijn van de technocratische oud-president Jiang Zemin die ongebreidelde groei propageerde, zonder oog te hebben voor het milieu en de sociale problematiek die samenhangt met de groeiende kloof tussen arm en rijk. Hu staat een meer conservatieve en evenwichtige politiek voor ogen. De nieuwkomers Xi en Li moeten hem helpen dat beleid uit te dragen.