Investeren in meer rendement biobrandstof

Avantium experimenteert met een biobrandstof die efficiënter zou zijn dan de huidige. Het Nederlandse bedrijf gaat naar de beurs om de techniek verder te kunnen ontwikkelen.

Een onderzoeker plaatst een reactor in een brandstofkern waarin biobrandstof wordt geproduceerd. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Biobrandstofonderzoek bij Avantium met de Nanoflow Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 070904 Boyer, Maurice

„Dit is de reactor”, zegt Tom van Aken met een grijns op zijn gezicht. Hij draagt een witte laboratoriumjas en een plastic beschermbril. Tussen zijn vingers heeft hij een ijzeren buisje geklemd, ter grootte van een rietje. Hij kijkt ernaar met een blik van bewondering.

Nee, dit is geen absurde scène in een aftandse kerncentrale in Rusland waar men het niet zo nauw neemt met de veiligheidsmaatregelen. Dit tafereel speelt zich af in een modern laboratorium in Amsterdam. En de minieme reactor heeft niets te maken met kernenergie: het gaat hier om het hart van de productiemethode waarmee technologiebedrijf Avantium een nieuw soort biobrandstof, furanics, ontwikkelt.

Het bedrijf van bestuursvoorzitter Van Aken, een spin-off van energieconcern Shell, ontwikkelt sinds 2000 productietechnologieën voor farmacie- en energiebedrijven zoals GlaxoSmithKline, Pfizer en BP. Vandaag kondigde het bedrijf zijn voornemen tot een beursgang aan. De onderneming wil extra geld ophalen om de techniek op grotere schaal te kunnen testen en verder te ontwikkelen. Eind dit jaar hoopt het bedrijf zijn notering aan Euronext in Amsterdam af te ronden.

Uit de reactor in Van Akens hand komt de nieuwste innovatie van het bedrijf. In het buisje bevindt zich een katalysator (een mengsel van edelmetalen op een drager, meestal een poedersoort) waarlangs suikers en gassen stromen. Uit de chemische reactie die volgt, ontstaat de biobrandstof. Dat gaat een stuk sneller dan de productie van andere biobrandstoffen zoals bio-ethanol en biodiesel, zegt Van Aken, die veelal op basis van fermentatie gebeurt. Hij vindt zijn brandstof dan ook superieur aan andere biobrandstoffen. „Bovendien”, zegt hij, „is het rendement van onze brandstof veel hoger.” Die zou bijvoorbeeld zo’n 35 keer meer energie opleveren dan bio-ethanol, aldus Van Aken.

Zou daarmee dan een eind komen aan de discussie van voedsel-als-brandstof rond het toenemende gebruik van biobrandstoffen? Immers, hoe hoger het rendement van de brandstof, des te minder ervan nodig is om te voorzien in eenzelfde energiebehoefte. En des te minder er dus nodig is van de grondstoffen voor de productie van die brandstof. In Mexico brak dit jaar een crisis uit nadat de tortillaprijzen waren gestegen, omdat vrijwel alle maïs (een basisingrediënt van tortilla’s) was opgesoupeerd door de productie van biobrandstof.

Van Aken weet het niet. Ook zijn brandstof is afkomstig van suiker van gewassen zoals suikerriet of koren. En hoewel de biobrandstof een hoger rendement heeft, wil hij niet beantwoorden met hoeveel de vraag naar deze grondstoffen uiteindelijk zal verminderen. Het hoeft niet per se zo te zijn dat 10 procent extra energie uit dezelfde hoeveelheid brandstof, ook resulteert in een 10 procent lager grondstofverbruik, zegt Van Aken. Dat kan minder zijn. In de toekomst verwacht Avantium wel dat zijn biobrandstof ook uit biomassa te winnen valt die niet gebruikt wordt voor voedsel, zoals gras en plantenresten. Dat scheelt op de vraag naar voedzame grondstoffen.

Avantiums biobrandstof heeft overigens nog een ander voordeel, vertelt hij. Het zou een stuk beter mengen met diesel en benzine dan de reeds bestaande biobrandstoffen. De maximale hoeveelheid bio-ethanol die aan fossiele brandstoffen kan worden toegevoegd zonder dat er mengingsproblemen ontstaan, schommelt volgens hem tussen de 5 en 10 procent. Voor de nieuwe biobrandstof kan dat percentage oplopen tot 30 procent, zegt Van Aken.

Dat roept een andere belangrijke vraag op. De Europese Unie wil toe naar 20 procent biobrandstofverbruik in 2020 ten opzichte van de totale brandstofconsumptie. Nu is dat wereldwijd nog maar 1 procent. Is de brandstof van Avantium dan niet beter geschikt om dit doel te realiseren dan de huidige generatie biobrandstoffen? Ook daar heeft Van Aken niet een pasklaar antwoord op. „We zijn er niet op uit om bestaande biobrandstoffen uit de markt te werken. Maar met de biobrandstoffen van nu worden de doelstellingen in ieder geval niet gehaald.” Er moeten dus alternatieven komen, zegt hij.

Van Aken merkt daarbij wel op dat indien de doelstellingen van de EU met louter biobrandstoffen moeten worden gehaald, „heel Europa geel zal zien van het koolzaad”. Hij doelt daarmee op de enorme hoeveelheden gewassen die nodig zijn voor de productie van deze brandstoffen. De enige manier om de doelstelling te halen, is volgens hem dan ook de verdere ontwikkeling van waterstof als brandstof. Maar dat is een „zeer langetermijnontwikkeling”, aldus Van Aken. Een gevecht in de kantlijn vindt hij de nieuwe biobrandstof daarom niet. „Elke mogelijke manier van bijdragen helpt. Hoe klein of groot ook.” Avantium wil vooral biobrandstoffen beter en efficiënter maken, zegt hij.

Vorig jaar maakte het bedrijf voor het eerst winst (enkele tonnen in euro’s). De omzet steeg dat jaar eveneens met 40 procent ten opzichte van het jaar ervoor, naar 13,5 miljoen euro.