Het recht staat niet in wetboek

Martijn W. Hesselink ziet brood in een Europees Wetboek dat volgens hem `optional` zou moeten zijn (nrc.next, 11 oktober). Hoe heerlijk, aldus zijn bijdrage, als een Nederlands bedrijf zijn producten naar het buitenland exporterend de afnemers kan voorhouden dat de onderlinge rechtsbetrekking in het belang van die afnemer beheerst wordt door een Europees Burgerlijk Wetboek. Een onbegrijpelijke en irreële gedachte. Nederland kreeg, terwijl de wetstekst gelijk bleef, tussen 1970 en 1990 een nieuw verbintenissenrecht. De Hoge Raad maakte zich een geheel andere denkstijl eigen. De redelijkheid en billijkheid speelden hierin een belangrijke rol. Ook verschillende ontwerpen van Europees contractenrecht verwijzen in ruime mate naar, kort gezegd, goede trouw.

Maar iedere Europese rechter heeft een andere rechtsvindingsagenda. Zo wil de Engelse rechter niet weten wat goede trouw in continentale zin inhoudt en zijn Franse en Belgische rechters huiverig voor het toekennen van een rol aan de goede trouw. De jurist Molengraaff hield in 1919 zijn studenten voor dat een wetboek niet meer is dan een gids; je moet het raadplegen, maar het recht zelf kun je er niet in vinden. Wetgeving op het terrein van het contractenrecht loont niet.