Heldin van het Leidse beleg

Het belang van Piet Hein, Karel Doorman en Willem de Zwijger is evident. Talloze Nederlanders haalden de geschiedenisboekjes niet. In deze aflevering van een anti-canon Magdalena Moons.

In 1757 publiceerde de Leidenaar Frans van Mieris zijn verhandeling over het samenstellen der geschiedenis. Daarin waarschuwde hij tegen beuzelarijen: ze leiden de aandacht maar af en hebben de loop der dingen toch niet wezenlijk bepaald.

Als uitzondering op de regel noemt hij de ‘minnehandel’ van Magdalena Moons, want die had wel een blijvende invloed gehad op de geschiedenis. Nadere toelichting vond Van Mieris niet nodig, omdat iedereen toen kennelijk nog wist wie Magdalena Moons was. Nu is zij een van die vergeten heldinnen uit de vaderlandse geschiedenis. Net als de Amsterdamse Haesje Claes, de Haarlemse Kenau Hasselaer, de Alkmaarse Trijn Rembrands en de Utrechtse Trijn van Leemput ging haar historische roem verloren omdat historici het harde bewijs van hun optreden niet in de bronnen konden vinden. Zo zijn heel wat vrouwengeschiedenissen gesneuveld, hoe canoniek ze ook waren (zie www.vrouwenlexicon.nl).

Het verhaal van Magdalena Moons speelde zich af in de laatste dagen van het Leidse beleg (1574). De stad werd uitgehongerd en er heerste grote ellende in de stad. Willem van Oranje, ziek te bed, had opdracht gegeven om de polders onder water te zetten, zodat een vloot de stad kon ontzetten, maar de wind stond verkeerd. Dagelijks stierven er veel mensen van de honger, en tot overmaat van ramp brak de pest uit. Zo was de situatie in de nazomer van 1574. Mensen begonnen te morren, burgemeester Van der Werff bood hun zijn arm als voedsel aan, de zogenaamde glippers probeerden een deal te sluiten met de Spanjaard en zelfs het stadsbestuur knoopte voorzichtig onderhandelingen met de vijand aan. Juist op dat moment verscheen er een vrouw op het toneel: Magdalena Moons (1541-1613), een Haagse juffer die iets had met de Spaanse bevelhebber Francisco Valdez. Omdat hij verliefd op haar was, kon zij druk op hem uitoefenen. Tijdens een etentje beloofde zij met hem te trouwen op voorwaarde dat hij de stad niet zou aanvallen. Dat vroeg zij omdat er veel vrienden en verwanten van haar in de stad waren. Hij bezweek voor haar smeekbede en stelde de aanval uit. Dat had hij beter niet kunnen doen, want juist toen kwam de storm opzetten. Het water begon te stijgen, en Valdez en zijn troepen moesten vluchten voor het water terwijl Boisot met zijn geuzenvloot Leiden kon binnenvaren. En zo heeft Moons haar bijdrage geleverd aan de strijd tegen de Spanjaarden.

Eeuwenlang is zij daarom een bekende naam in de Nederlandse geschiedenis geweest; ze speelde een glansrol in toneelstukken over het beleg van Leiden, er werden dichtstukken aan haar opgedragen en ze inspireerde schilders tot aangrijpende historiestukken (het stuk van Opzoomer hangt in het Haags Historisch Museum). In Leiden is een straat naar haar genoemd, en er bestaat nog altijd een Magdalena Moons Vereniging. Toch is ze in de vergetelheid geraakt, en dat komt doordat historici in de negentiende eeuw dit mooie verhaal niet langer geloofden. Hun redenatie: militairen luisterden niet naar vrouwen en de Spanjaarden waren helemaal niet van plan geweest om de stad aan te vallen. Bovendien was er in de bronnen geen spoor te ontdekken van Magdalena’s ‘minnehandel’, zelfs niet van het huwelijk dat ze aan Valdez had beloofd. Toen Robert Fruin in zijn artikel Magdalena Moons en haar verhouding tot Valdez (1879) schreef dat er alleen een huwelijk van Magdalena Moons met ene Jan Cues was te vinden, was het definitief afgelopen met haar roem. Voortaan heette Moons steevast ‘legendarisch’. Door deze professionele ontmaskering is het ook te verklaren dat het verhaal van Moons nooit meer wordt verteld, terwijl de aangeboden arm van Van der Werff – minstens even legendarisch – nog lang niet vergeten is.

Dit is niet terecht, want er zijn redenen om het verhaal van de ‘minnehandel’ van Magdalena Moons wel serieus te nemen. In contemporaine bronnen is er sprake van geruchten dat Valdez een liefje had in Den Haag en dat hij zich had laten omkopen. Kort geleden is daar nog een argument bijgekomen. In het archief van Den Bosch heb ik een stuk gevonden dat duidelijk maakt dat Magdalena Moons en Francisco Valdez wel degelijk met elkaar getrouwd zijn geweest. Het gaat om een notariële akte betreffende een tweede huwelijk, in 1610 opgesteld omdat nabestaanden ruzie maakten over een jaargeld. In dit stuk heet Magdalena officieel ‘weduwe van wijlen don Francisco Baldees’. Kennelijk wilde zij toen niet meer herinnerd worden aan dat huwelijk met een Spanjaard, want de woorden waren vakkundig onleesbaar gemaakt. Dankzij moderne technieken kon de doorhaling leesbaar worden gemaakt. Of Valdez haar ooit heeft beloofd de stad niet aan te vallen, zullen we nooit kunnen bewijzen, maar het huwelijk – haar deel van de deal – is nu wel gedocumenteerd. Historici zouden wat zuiniger moeten zijn op de mooie verhalen die van oudsher zijn overgeleverd.