Gekoesterd als een breekbare vaas

Carice van Houten wordt nu al de beste Nederlandse actrice aller tijden genoemd. En ze is pas 31. Ze is mooi, mysterieus en sleept de kijker mee in haar rol. Ze heeft iets hulpeloos, zorgt slecht voor zichzelf, waardoor men zich over haar wil ontfermen.

Verkleed als cadeautje wordt zij verliefd op een echte prins, in de romantische komedie Alles is liefde die momenteel honderdduizenden bezoekers naar de bioscoop trekt. Onlangs werd zij op televisie uitgeroepen tot ‘Beste Nederlandse actrice aller tijden’, gekozen door het brede publiek via internet. Maar Carice van Houten (31) is allang doorgevlogen. Ze is onderweg naar Hollywood. De afgelopen maanden stond ze achtereenvolgens op filmsets in Dublin, in Berlijn naast Hollywoodster Tom Cruise, en in Marokko naast Leonardo DiCaprio. Nu filmt ze in Toronto met Jude Law. Daarna moet ze naar Venetië en Kroatië voor haar vijfde buitenlandse film dit jaar. Ze weigerde in Los Angeles te gaan wonen en accentloos Amerikaans te leren, maar ze lijkt nu echt aan een internationale doorbraak bezig te zijn.

Toen zij als 23-jarige studente reeds een Gouden Kalf won voor de tv-film Suzy Q, gold Van Houten als een belofte. Sinds de kinderfilm Minoes (Gouden Kalf 2) kent heel Nederland haar. En sinds Paul Verhoevens Zwartboek (Gouden Kalf 3) begint ook Hollywood te vermoeden dat hier iets aan de hand is. „Ze behoort tot de grootste filmactrices aller tijden. Zo’n talent hebben we nog nooit in Nederland gezien”, zegt regisseur Martin Koolhoven van Suzy Q. Daarin staat hij niet alleen, álle mensen die met haar hebben gewerkt herkenden in haar meteen een „door God gegeven talent” (Theu Boermans).

Koolhoven: „Zodra zij op het scherm verschijnt, ga je spontaan emotioneel met haar mee. Telkens word je opnieuw verliefd op haar, en op haar personage. Daarbij is zij mooi. Niet modellerig, maar een schoonheid waarachter iets intrigerend ondoorgrondelijks zit. Er gebeurt iets in haar hoofd waar je als kijker net niet bij kan, maar je vermoedt van alles. Bovendien is zij ook nog een uitzonderlijke actrice.”

Verschillende mensen kunnen claimen Van Houten te hebben ontdekt. Martin Koolhoven, die haar als derdejaarsstudente de hoofdrol gaf in Suzy Q, riep in het verleden nog wel eens dat hij haar ontdekt had. Nu zegt hij echter: „Ze was zo’n groot talent, ze sprong er meteen uit. Ze had geen ontdekker nodig.” Als je er één moet aanwijzen, zegt Koolhoven, dan is het Hans Kemna.

Casting director Hans Kemna: „Ik heb haar ontdekt! Tien jaar geleden zag ik een prachtig meisje staan in een café, ze had een T-shirtje aan met Johann Cruijff erop, strak over haar borsten gespannen. En ze stond daar druk met haar armen te praten, en het leek net alsof de Cruijff op haar shirt aan het praten was. Ik dacht meteen: ‘Die is het!’ Ik ben naar haar toegegaan. Ze bleek op de Kleinkunstacademie te zitten. Mijn collega Job Gosschalk heeft haar toen gecast voor de tv-serie Het Labyrinth.’’

Maar 31 jaar geleden was ze al ontdekt door Theodore van Houten. De journalist die schrijft over muziek, film en de oorlog, stond op 5 september 1976 in Leiderdorp naast de wieg van zijn eerste dochter en zag het meteen: „Hoe ze met haar sprietvingertjes speelde; ik wist dat ze een bijzonder kind was.” Hij scheidde van haar moeder toen Carice zes was. Van Houten groeide op bij haar moeder en haar derde man, boswachter Harry, in het koetshuis van het Utrechtse landgoed Amelisweerd, samen met haar zusje Jelka en stiefbroer Maarten.

Theodore van Houten zette als weekendpapa zijn dochters op een stevig cultureel dieet. Geen kinder-tv als ze bij hem waren, hij nam ze liever mee naar de klassieke film Napoléon van Abel Gance uit 1927, en naar het Rotterdams Pilharmonisch Orkest. Thuis kregen ze Laurel en Hardy en Charlie Chaplin. Vader: „Daar heeft ze haar timing en gevoel voor black comedy vandaan. Later heeft ze nog eens een hilarische parodie gedaan op het blinde meisje in City Lights.”

Van Houtens tweede ontdekker is Ad Michielsen, leraar op het Bonifatius College te Utrecht, en regisseur van het schooltoneel: „Ze speelde bij mij in drie toneelstukken, de hoofdrol vanzelfsprekend. Meeste indruk maakte ze als Tijl Uilenspiegel in het stuk van Hugo Claus. Ze was een feest voor het oog en het oor, maar wat misschien nog belangrijker was op school: ze liet de anderen ook beter spelen. Ze is loyaal, gunt een ander de ruimte en weet dan nog alle aandacht naar zich toe te trekken.”

Zus Jelka, inmiddels zelf musicalactrice in Turks Fruit en Hair zei eerder in deze krant: „Vroeger was ik altijd stinkjaloers op haar. Zij was altijd de ster, ik het zwarte schaap. Zij was het meisje met de grote drama’s, ik was de vrolijke noot. Als zij thuiskwam, werd er meteen koffie voor haar gezet. Mijn moeder is altijd nogal beschermend voor haar geweest. Jelka is de lapjeskat, zegt mijn moeder, en Carice is de Siamees. Ze is ook waziger, ze wekt beschermdrift op bij mensen. Ik paste een keer op haar huis, en al het eten in de koelkast was bedorven. Bleek dat ze de stekker er niet had ingedaan. O, moest dat dan?” Dat was nog in wat zij zelf ‘haar zwerfkattenperiode’ noemt.”

In het eerste jaar van de Kleinkunstacademie bleef ze zitten. Werd haar talent niet meteen onderkend? Paul de Leeuw, die in de auditiecommissie zat: „Dat eerste jaar was ze erg slecht. Slordig, kwam niet opdagen, zag het belang van de opleiding niet in.” Vriendin en collega-actrice Eva van der Gucht: „Ze zorgde slecht voor zichzelf, ze zwierf van het ene adres naar het andere, met het kleinste rugzakje dat ik ooit heb gezien. Iedere student kent wel zo’n periode, maar zij had dat een stuk extremer dan wij. We hebben haar echt moeten leren eten, en koken. Thuis deden ze geloof ik niet zo aan eten. Ik heb met haar samengewoond boven Café Ruk en Pluk in Oost. Een wilde tijd, met veel feesten.”

Regisseur Theu Boermans: „Zij is een dartel vlindertje dat zich nooit hecht. Dat kwikzilverige, dat gebrek aan fundament, hebben meer actrices van haar generatie. Kinderen van gescheiden ouders, kinderen die alles mochten.”

„Ik doe altijd maar wat, ik zou wel eens wat meer geregisseerd willen worden”, zei Carice van Houten zes jaar geleden. Het is kenmerkend, zeker voor haar begintijd. Ze is een natuurtalent dat niet precies weet hoe ze het doet. Koolhoven: „Ze was heel puur, echt een zuiver talent, daar zat geen techniek bij. Ze speelde alles op gevoel, en toch was alles meteen raak.” Actrice Halina Reijn: „Ze roept vaak: ‘Ik doe maar wat’, dat is ook een beetje een act. Ze acteerde inderdaad vrij argeloos. Inmiddels heeft ze zich echter ontwikkeld tot een geroutineerde professional: meer beschouwend, met meer zelfvertrouwen, en grote intellectuele bagage.”

Omslagperiode was volgens Halina Reijn de tijd dat zij speelde in de toneelstukken van Theu Boermans: De Meeuw, Hedda Gabler, Driekoningenavond. Boermans: „Toen ze voor het eerst bij mij kwam, zei ze inderdaad steeds: ‘ik weet niks, ik kan niks, ik snap er allemaal niets van.’ Die uitstraling van onbevangenheid, van lichte chaos en paniek, die houding van ‘O God, wat overkomt mij nu weer?’ maakt haar trouwens tot een volmaakte blijspelactrice. Ze weet een zware rol licht te maken, en geeft een lichte rol juist gewicht. Ze heeft het hart van een comedienne.’’

Regisseur Mijke de Jong, die haar al jong in de tv-serie Het Labyrint zette: „Ze kan goed nadenken over een rol. Je kunt technisch met haar praten. Ze kan analyseren, maar als ze speelt, zie je dat niet meer, en lijkt alles intuïtief.”

Britten en Amerikanen verdelen hun acteurs graag in personality actors en character actors. De personality actors hebben zo’n sterke persoonlijkheid dat die de rol overheerst, ze spelen altijd zichzelf. Voorbeeld: Jack Nicholson. De character actors verdwijnen in een rol, ze kunnen alles spelen, en zijn elke keer totaal anders. Voorbeeld: Peter Sellers. Net als haar grote voorbeeld Meryl Streep is Carice van Houten een combinatie van character actor en personality actor. Haar eigen persoonlijkheid blijft achter de rol verborgen. Zij is de transformatiekunstenaar, de vrouw met duizend gezichten. Wat helpt bij die metamorfose is haar gezicht, dat als een blanco doek is waarop de toeschouwer zelf van alles kan projecteren. Ze speelt met kleine gebaren, niet met grote emoties.

Van Houten ziet zichzelf geenszins verdwijnen in een rol. Vorig jaar zei ze: „Het vóélt in ieder geval alsof ik gewoon mijzelf speel. Ik kruip niet in de huid van een ander, die ander kruipt in mij. Ik laat een selectie van mijzelf zien. In Zwartboek is dat mijn stoere, rechtdoorzee vrouwelijke kant. In de kinderfilm Knetter speelde ik een depressieve moeder, daarvoor kon ik mijn sombere, chaotische kant goed gebruiken. En een andere keer ben ik weer het vage, dromerige meisje. Allemaal totaal andere personages, maar allemaal wel Carice van Houten.”

Zeker in haar eerste jaren speelde ze vooral rollen die dicht bij haar stonden: de in zichzelf gekeerde meisjes met gebogen hoofd en een onpeilbare blik. Door haar trage onaantastbaarheid en haar bleke, ovale gezicht, haar grote oosterse ogen, en haar mond als een kleine rode driehoek wordt Van Houten veelvuldig vergeleken met een kat, dus was ze geknipt voor de rol van katvrouw in Minoes (2001). Dus toch een personality actress? Regisseur Paula van der Oest, die volgend jaar met van Houten een film gaat maken over de Zuid-Afrikaanse dichter Ingrid Jonker: „Zij heeft de wonderlijke combinatie dat ze kan oplossen in een rol en er toch iets herkenbaar blijft.” Koolhoven: „Ze kan inderdaad alles, maar ze trekt het wel naar zich toe, en zo wordt iedere rol toch weer Carice van Houten.”

Van Houtens frèle uiterlijk zet de kijker ook geregeld op het verkeerde been. Van Houten zei vorig jaar bij de verschijning van Zwartboek: „Paul Verhoeven is de meest preutse regisseur met wie ik ooit gewerkt heb. Hij schrok al als ik zei: ‘Dat is toch na die pijpscène?’ Waarschijnlijk omdat het uit zo’n onschuldige meisjesmond kwam. Dus om hem op te vrolijken kwam ik ’s ochtends zijn trailer in en zei: ‘Zo, valt er nog wat te kontneuken?’”

Jeroen Spitzenberg, die haar tegenspeler is in Alles is liefde, haar prins op het witte paard: „Ze ziet eruit als een breekbare Chinese vaas, maar als ze gaat praten, kan ze verfrissend grof en nuchter zijn.”

Paul de Leeuw, die drie keer met haar samenspeelde: „Zij is een vent in kameraadschappen: trouw en ze kan klaverjassen tot diep in de nacht. Ze zuipt en rookt te veel, en ze eet niet goed. En ze kan ontzettend hysterisch zijn, maar dat hoort bij actrices. Als ze weg rent roept ze altijd: ‘ We gaan gauw weer klaverjassen.’ Dat doet ze dan niet, en dat begrijp ik ook wel, omdat zij zich steeds weer in een nieuwe wereld stort.”

M.m.v. Hille Takken en Bianca Stigter