Frankrijk ideologiseert het verleden met ‘held’ Môquet

Guy Môquet schreef een roerende afscheidsbrief, voor hij in de oorlog werd gefusilleerd. Bijna was hij vergeten, maar dankzij de president is hij vandaag op alle Franse scholen geëerd.

‘Mijn mamaatje chérie, mijn kleine broertje adoré, mijn papaatje aimé, ik ga sterven!’ Met deze uitroep zijn vanmorgen in heel Frankrijk de lessen op de middelbare scholen begonnen.

Het zijn de eerste woorden van de afscheidsbrief die de 17-jarige scholier Guy Môquet op 22 oktober 1941 aan zijn geliefde familieleden richtte, één dag voor hij met 26 anderen werd gefusilleerd door de Duitse bezetters in het gevangenkamp Châteaubriant.

Het is ook een emotionele manier om de Tweede Wereldoorlog te herdenken, die in onbruik is geraakt in de meeste landen van West-Europa. Zelfs in Duitsland wordt het droevige gedicht over de Holocaust, de Todesfuge van de Roemeens-joodse dichter Paul Celan, al jaren niet meer standaard voorgelezen. Het zou te lyrisch zijn.

Waarom begint Frankrijk dan nu opnieuw aan deze bijna vergeten vorm van nationaal enthousiasme? Omdat president Sarkozy in de brief van Môquet een staaltje heroïsche toewijding ziet waar jongeren van vandaag trots op kunnen zijn. Volgens hem staat Môquet voor „de grandeur van een man die zichzelf geeft voor een hoger doel” – de natie. Sarkozy was nog maar enkele uren geïnstalleerd, toen hij al een traantje stond weg te pinken bij het monument voor gefusilleerde verzetsstrijders in het Bois de Boulogne bij Parijs. Daar ook vaardigde hij de regel uit dat de brief voortaan aan alle scholieren moest worden voorgelezen, op zijn sterfdag, 22 oktober.

Het was Sarkozy’s eerste daad als president. Inmiddels is er een tv-serie over Môquet, er verschijnen boeken, praatprogramma’s gaan erover. En er is verzet. In kranten als Libération en Le Monde verschijnen al maanden verklaringen van voorleesweigeraars onder de leraren. Ze beschuldigen Sarkozy van het „politiek instrumentaliseren van de geschiedenis”. De briefschrijvers menen dat de president linkse helden aanhaalt om het verzet tegen zijn rechtse politiek te verzwakken.

Vervolg GUY MOQUET: pagina 4

Guy moquet

In Europa keert het mythische verleden terug

Vervolg van pagina 1

De tegenstanders voeren aan dat er al geschiedenisboeken zijn met brieven van gefusilleerde strijders, om de oorlog in een pedagogisch perspectief te plaatsen. Door die ene brief van Môquet eruit te pikken, dreigt dit onderwijs te worden teruggebracht tot een „emotioneel uurtje,” schreef een van hen.

Anderen gaan nog verder. De historicus Jean-Pierre Azéma, specialist van het Franse oorlogsverleden, verweet Sarkozy een ‘herdenkingskaporalisatie’ door te voeren op school – een verwijzing naar ‘kapo’, in de nazitijd kampbewaarders van de Gestapo.

En Le Monde kwam met een psychiater die in de afscheidsbrief van Guy Môquet de denkwijze herkent van jongeren die aan zelfmoord denken. Gevaarlijke stof dus, om massaal in klassen aan te prijzen.

En dat terwijl hij op weg was naar vergetelheid. ‘Guy Môquet’ is sinds jaren voor Parijzenaars niet meer dan de naam van een metrostation. In communistische gemeenten is hier en daar een rue Guy Môquet of een school die naar hem genoemd is – want Môquet was een communist.

Nicolas Sarkozy is geen communist. De communistische leider Marie-Georges Buffet ‘verbood’ Sarkozy daarom over Môquet te spreken. Sommige historici vinden Môquet juist geen ‘verzets’-held, omdat de communisten in 1941 nog geen afscheid hadden genomen van het Molotov-Ribbentroppact, waarin Stalins Sovjet-Unie en Hitlers Duitsland Oost-Europa verdeelden.

Door hem voor de hele natie op te eisen, bezegelt Sarkozy dat de Parti Communiste – tot 2002 in Frankrijk nog een regeringspartij – nu ook hier zozeer verzwakt is dat zij tot het verleden behoort, zegt Anne-Marie Thiesse, een historica die zich al jaren verdiept in de manier waarop de afgelopen eeuwen nationale identiteiten zijn vormgegeven in Europa.

Maar Sarkozy doet ook nog iets anders, legt ze uit: hij herstelt een ‘mythisch beeld’ van het nationale verleden, waaraan historici zich de laatste decennia juist hebben ontworsteld. En Sarkozy staat daarin niet alleen, zegt Thiesse. „We zien overal in Europa een terugkeer naar het mythische beeld van het nationale verleden.”

Het ‘nieuwe herdenken’ van Guy Môquet als nationale held in Frankrijk, is volgens haar vergelijkbaar met de Nederlandse discussie over een nieuw, nationaal-historisch museum. „Het ideologiseren van het verleden zie je bij naties die zich naar binnen keren. Terwijl symbolische identificatie met zoiets groters als Europa, niet van de grond komt.”

In Frankrijk is al een paar jaar een intens debat gaande over de herideologisering van het verleden. Nationaal-republikeinse historici, zoals Max Gallo, minister onder president Mitterrand en sindsdien naar rechts opgeschoven, schrijven geschiedenisboeken voor een groot publiek, met het doel de ‘nationale roman’ weer tot leven te brengen. Gallo verzet zich expliciet tegen ‘postheroïsche’ en ‘ontnationaliserende’ geschiedschrijving.

Gallo en zijn geestverwant Henri Guaino, speechwriter van Sarkozy , hebben de president het afgelopen jaar een reeks linkse historische figuren aangeleverd, om de nationale trots en eenheid te bevorderen. Guy Môquet is er één van, net als onder anderen de voormalige socialistische leiders Jean Jaurès en Léon Blum. Môquet is historisch gezien de meest anonieme, maar maakt nu de snelste posthume carrière.