Een streng examen voor jonge danceproducers

Het Amsterdam Dance Event organiseerde zaterdag een soort ‘Idols’ voor Danceproducers. Slechts twee van hen kwamen langs een zeer kritisch panel.

Toon Beemsterboer

Is Laurent Chambon aanwezig? Techno-dj Dave Clarke houdt een demo omhoog. Hij was afgelopen zaterdag voorzitter van het Demolitionpanel op het Amsterdam Dance Event. Het is een soort ‘Idols’ voor jonge danceproducers zonder voorselectie of afvalrace. Wie mee wil doen moet een cd’tje met eigen muziek in een grote grabbelton gooien en met een beetje geluk pikt Dave Clarke hem er uit.

Tientallen jonge producers, die urenlang op een zolderkamertje hebben geknutseld aan hun muziek en dromen van volle clubs, beproeven hun geluk in Felix Meritis. De meesten komen van een koude kermis thuis. Want het panel onder leiding van Clarke is ongemeen kritisch. Kevin Saunderson, een van de grondleggers van de techno uit Detroit en een legende in dancekringen, laat niets heel van de meeste demo’s. Ook oudgediende Dylan Hermelijn, baas van het Amsterdamse label 100 % Pure en bekend als de artiest 2000 And One, neemt geen blad voor de mond.

De meeste nummers zijn te weinig origineel, slappe aftreksels van het oorspronkelijke werk. De huidige generatie producers wordt een gebrek aan ideeën en creativiteit verweten. Saunderson: „Ze gooien er een baslijn in en denken dat het funky is.”

Een ander kritiekpunt is dat veel muziek te commercieel, te weinig vooruitstrevend is. Eén van de pijnlijkste momenten betreft een trancenummer, dat begint met klaterend gitaargetokkel en al snel verzandt in een commercieel geluid met aanzwellende synthesizers.

Clarke: „Klinkt als Ibiza in search of sunrise.”

Saunderson: „Het is zo slecht. Ik wil er niets meer over zeggen.”

Hermelijn: „In het begin dacht ik nog: leuk die gitaar. Maar daarna werd het vreselijk. Ik heb te doen met de persoon die zijn hart en ziel hierin heeft gelegd.”

Clarke: „Ik denk niet dat die persoon dat heeft gedaan.”

Slechts twee nummers worden echt positief beoordeeld. Het eerste is een knap geproduceerde drum ’n’ basstrack van Bad Jack. „Een van de moeilijkste genres om te maken”, zegt Hermelijn, die zelf in de jaren negentig werd gegrepen door de grommende bassen en de snelle breakbeats.

Het tweede nummer wordt ingeluid met de vraag: „Is Laurent Chambon aanwezig?” Een doodgewone jongen – kort haar, bril, ruitjesoverhemd – staat onwennig op. „Kun je wat over je track vertellen?”, vraagt Clarke. „It’s called Motion”, antwoordt de Fransman. „First comes ze boomboom and zen comes ze music.” Clarke met een grijns: „Ok, we’re looking for ze boomboom.”

Als na een dikke minuut het funky technonummer met Detroit-invloeden zachter wordt gezet, heeft voor Clarke de lichaamstaal van de andere panelleden hun mening al verraden: „Het is de eerste keer dat ik jullie beide met je hoofd zie knikken.” Saunderson: „Deze track heeft swing, groove, een warm basgeluid en de drums klinken lekker modderig. Ik zie potentieel, heb je een kopie?”

De maker gloeit van trots. Hij vertelt dat hij al tien jaar muziek maakt en dat Saunderson één van zijn grote voorbeelden is. Hij reist vaak naar Detroit, want de stad inspireert hem. Dat Chambon later tot winnaar wordt uitgeroepen is geen verrassing.

Maar voor hem wel: „Mijn hart viel bijna in duizend stukjes.” Hij krijgt een fles champagne maar is meer geïnteresseerd in het uitwisselen van kaartjes met de technolegende. De prijs is het draaien van zijn track in het radioprogramma White Noise van Dave Clarke, elke zaterdagavond op 3FM.

Het belangrijkste is dat zijn muziek onder de aandacht van de drie beroemde panelleden is gekomen. Want de dancescene blijft een relatief laagdrempelig fenomeen en het zou zomaar kunnen dat Saunderson na het horen van meer nummers van Chambon besluit om een aantal platen van de jonge producer uit te brengen. Wellicht dat de Fransman volgend jaar zijn eenzame zolderkamer heeft ingeruild voor een bomvolle club.