Een goed gesprek onder de dividivi

Aan de vooravond van opheffing van de Antillen als land, reizen bijna alle fractievoorzitters in twee weken langs alle eilanden. Er wachten nog een paar onopgeloste kwesties.

De toekomst van het land de Antillen, dat is formeel het belangrijkste onderwerp op de agenda van de fractievoorzitters tijdens hun bezoek aan de Nederlandse Antillen, dat vandaag begint en twee weken zal duren. Maar het gezelschap onder aanvoering van Kamervoorzitter Gerdi Verbeet (PvdA), zal traditiegetrouw ook vooral werken aan de onderlinge verhoudingen. En daar valt genoeg te repareren.

Zo zullen Kamerlid Rita Verdonk – formeel fractievoorzitter van zichzelf, en aanvoerder van de beweging Trots op Nederland – en VVD-leider Mark Rutte onder de dividivibomen kunnen terugkijken op een bewogen jaar.

Een gezamenlijke geschiedenis deelt Verdonk ook met D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold, met wie zij samen in het kabinet-Balkenende II zat. Zij als minister van Vreemdelingenzaken, hij als minister voor Koninkrijksaangelegenheden. Samen veroorzaakten zij twee jaar geleden een storm van protest op de Antillen met hun inmiddels afgeblazen poging een toelatingsbeperking in te voeren voor Antilliaanse jongeren. Daarna liet D66 in juni 2006 het kabinet vallen, vanwege het besluit van Verdonk om het Kamerlid Hirsi Ali haar Nederlandse paspoort te ontnemen. Ook hier stof voor lange gesprekken in de passaatwind.

Afwezig op deze reis zijn de fractievoorzitters Jan Marijnissen (SP) en Geert Wilders (PVV). Dat heeft volgens hen niets te maken met een eventuele persoonlijke afkeer van collega-fractievoorzitters, of van de Antillen met hun complexe problematiek. Marijnissen wil achterstanden wegwerken die hij de afgelopen maanden wegens rugklachten heeft opgelopen. Wilders gaat op reis naar de VS met de commissie voor Buitenlandse Zaken.

Pechtold zal met meer dan normale belangstelling de toekomst van de staatkundige verhoudingen bespreken. Hij was als minister medeverantwoordelijk voor het besluit om het land de Nederlandse Antillen op te heffen, Curaçao en Sint Maarten dezelfde aparte status als Aruba te geven, en de drie kleinere eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba verder te laten gaan als ‘openbare lichamen’, zeg maar Nederlandse gemeenten. Over ruim een jaar, op 18 december 2008, zal dit in gaan. De fractievoorzitters zullen geconfronteerd worden met aanvullende eisen, nieuwe voorwaarden en aarzelingen. Het grote twistpunt blijft de Nederlandse eis om toezicht te houden op de financiële huishouding van de eilanden, de bestuurlijke gang van zaken en de criminaliteitsbestrijding.

De fractievoorzitters bezoeken eerst de benedenwindse eilanden: Curaçao, Bonaire en Aruba. Volgende week verplaatst het gezelschap zich naar de bovenwindse eilanden: St. Maarten, St.Eustatius en Saba. Morgen bezoeken ze het ziekenhuis op Curaçao, later deze week de gevangenissen van Curaçao en Aruba. Ook krijgen ze een demonstratie van de kustwacht op Curaçao.

Het bezoek aan St. Maarten komt op een gevoelig moment. Dat eiland is in rep en roer over een recent rapport van het onderzoeksinstituut (WODC) van het Nederlandse ministerie van Justitie over het oprukken van de georganiseerde misdaad op het eiland. Ter discussie staat de vraag of dat geen consequenties moet hebben voor de toekomstige autonomie van St. Maarten.